Загрузил Ольга Ременникова

Atlas openbare ruimte leidsche rijn utrecht 2007

Реклама
Atlas voor de Openbare Ruimte
Leidsche Rijn Utrecht
Atlas voor de Openbare Ruimte
Editie
Editie 2007
2007
Inleiding
Bij de inrichting, het beheer en het gebruik van de openbare ruimte in
Leidsche Rijn zijn veel diensten, instellingen en bedrijven betrokken.
Bij de planontwikkeling zijn landschapsarchitectonische ontwerpers voor
het openbaar gebied ingeschakeld, verkeerskundigen voor het
verkeersontwerp en deskundigen voor het verlichtingsontwerp. Civieltechnische ontwerpers zijn verantwoordelijk voor de uitvoeringstechniek en
coördineren de aanleg van rioleringen, stadsverwarming, kabels en
nutsleidingen. De stedenbouwkundigen en bouwkundig architecten
werken nauw samen met de vormgevers voor het openbaar gebied voor
een geïntegreerd ontwerp voor het hele woon- of werkgebied. Het
Kwaliteitsteam en de Welstandskamer adviseren bij de ontwikkeling van de
kwaliteit van het openbaar gebied.
Financiële deskundigen van het OGU bewaken de grondexploitatie en
maken kostenramingen voor de inrichting van het openbaar gebied.
De beheerders toetsen de plannen voor de aanleg van het openbaar gebied
op de mogelijkheden voor een efficiënt onderhoud van de openbare
ruimte. Het betreft hier het beheer van verhardingen, openbaar groen,
speelvoorzieningen, waterhuishouding, kunstwerken en riolering. Na de
gereedkoming van de aanleg nemen zij het openbaar gebied over in
beheer.
De ontwerpen worden ook beoordeeld op de mogelijkheden voor
toekomstige gebruikers. De bereikbaarheid van gebouwen en openbare
ruimte voor ambulance, politie en brandweer, de sociale veiligheid voor
bewoners en gebruikers en de geschiktheid voor minder-validen worden in
een voortdurende wisselwerking ingebracht in de planontwikkeling.
Voor een goede begeleiding van het proces van planontwikkeling is voor
Leidsche Rijn een adviescommissie Openbare Ruimte ingesteld. Deze
commissie ondersteunt, adviseert en besluit over de inrichtingsplannen voor
het openbare gebied. Een goedgekeurd inrichtingsplan door de
Adviescommissie Openbare Ruimte is een vereiste om met de
daadwerkelijke aanleg te starten. Een goedgekeurd inrichtingsplan
betekent ook dat alle disciplines die professioneel bij de inrichting van de
openbare ruimte betrokken zijn in het toekomstige beheer, hiermee hun
beheerafspraken valideren.
In de procesgang wordt als eerste het SPvE (Stedenbouwkundig Programma
van Eisen) getoetst op voorwaarden om de openbare ruimte op orde te
kunnen krijgen. In de tweede fase van het planproces wordt het SP
beoordeeld. In het Stedenbouwkundig Plan is de maatvoering cruciaal.
Hierbij wordt immers de grens tussen uitgeefbaar en niet uitgeefbaar en
daarmee de maat van de openbare ruimte bepaald. Binnen de vastgestelde
maatvoering van de openbare ruimte dient alle programma te worden
ingepast. Bij een SP hoort daarmee een voorlopig inrichtingsplan waarmee
de maatvoering voor alle ondergrondse infrastructuur kan worden bepaald.
Met dit uitgangspunt kan de bouwrijpfase van start.
Het definitieve inrichtingsplan geeft voor alle inrichtingselementen de
definitieve keuzes aan, van type bankje, kleur van verharding en
straatverbanden, standaardoplossingen, maar ook bijzonderheden.
De Atlas is opgebouwd uit vijf hoofdstukken, waaraan recent een zesde is
toegevoegd. Deze omvat de Checklist Openbare Ruimte, een handvat
waarmee het planproces kan worden gecontroleerd en afspraken getoetst,
maar ook de leerervaring van de afgelopen jaren als sturing wordt
ingebracht.
Voor de beoordeling van de openbare ruimte ontwerpen zijn richtlijnen
nodig, die aan de voorkant van het planproces duidelijk maken, waaraan de
plannen getoetst worden. Hierbij is onderscheid aan te brengen tussen
eisen en wensen, tussen programma en mogelijkheden.
Meestal leidt dit tot een vaststaand programma van eisen met een
handboek toe te passen materialen, standaard profielen en vaste
procedures.
Voor Leidsche Rijn Utrecht is een andere werkwijze gewenst. Het wordt als
één van de belangrijkste opgaven voor het plangebied gezien, om te
voorkomen, dat er een uniform en monotoon suburbaan gebied ontstaat.
Identiteit, als uitdrukking van de bijzondere mogelijkheden van de
verschillende deelgebieden binnen het geheel, en variatie in stadswijken,
architectuur en openbare ruimte zijn hiervoor als doel gesteld. Het tweede
thema is compactheid: het streven in de openbare ruimte om door dubbel
grondgebruik, het zoeken naar minimum maten en een efficiënte inrichting
een levendig en intensief gebruikt stadsdeel te krijgen. Als derde thema is
duurzaamheid meegegeven: het streven naar een milieubewust gebruik van
grondstoffen, energie en water, maar ook een openbare ruimte, die mooi
oud wordt.
Dit betekent het zoeken naar materiaalgebruik, dat een eigen sfeer aan
een deelgebied kan geven, kenmerkende straatprofielen en een
samenhangende vormgeving met stedenbouw en architectuur. Het
betekent ook het ontwikkelen van nieuwe technieken van
waterhuishouding, afvalinzameling, energievoorziening en nieuwe
producten voor verhardingen, verlichting en straatmeubilair. Ook de
beheerders hebben zich achter deze niet te onderschatten opgave gesteld,
om variatie in materiaaltoepassing en onderhoudsregimes tot stand te
brengen.
Dit vergt inspanning, deskundigheid, coördinatie en niet op de laatste
plaats moed om ingesleten routine, vaste regels en afspraken te vervangen
door een -gedeeltelijk-onvoorspelbaar ontwerpproces.
Als ondersteuning bij de ontwikkeling van de buitenruimte in Leidsche Rijn
is de Atlas voor de Openbare Ruimte gemaakt. De Atlas is niet een wetboek
met regels en afspraken voor de inrichting van de openbare ruimte. De
Atlas wil vooral de ontwikkeling van identiteit, compactheid en
duurzaamheid in het planproces stimuleren. Daarvoor toont de Atlas de
ontwikkelde voorbeelden op basis van de gemaakte afspraken; de
gepresenteerde ontwerpen zijn illustraties van de geaccepteerde
oplossingen. De Atlas toont de standaard oplossing, dat wil zeggen het
voorgestelde kwaliteitsniveau voor beeldvorming, techniek en gebruik met
de daarbij behorende financiële middelen.
Nieuwe oplossingen mogen beter zijn, wat betreft één of meer van deze
onderdelen. Minder vergt echter overleg met de betrokken diensten om te
bezien of dit gecompenseerd kan worden door de inzet van andere
aanvullende middelen.
Bij de pagina’s van de Atlas wordt aangegeven, waarvoor de standaard
oplossing van toepassing is: bijvoorbeeld heel Leidsche Rijn Utrecht, alle
woongebieden, Langerak en Parkwijk, of de Wetering.Tijdens de
planontwikkeling worden nieuwe standaard oplossingen ontworpen; deze
worden na vaststelling in de Atlas opgenomen. Zo ontstaat gaandeweg
een compleet overzicht van standaard oplossingen en uitgangspunten voor
de openbare ruimte. Er kan bewust worden afgeweken van de voorstellen
in de Atlas; juist door het aangeven van de richtlijnen in de Atlas kunnen
variaties en verbijzonderingen ontstaan èn worden beoordeeld.
Atlas voor de Openbare Ruimte
Leidsche Rijn Utrecht
Inleiding
De Atlas is opgebouwd uit vijf hoofdstukken.
Hoofdstuk 1 geeft de belangrijkste structuurkaarten uit de
Ontwikkelingsvisie voor het openbaar gebied weer. Daarbij zijn
faseringskaarten opgenomen, die de geleidelijke wording van het stedelijk
gebied tonen.
Hoofdstuk 2 zijn de Stedenbouwkundige thema’s in Leidsche Rijn. Hierin
zijn de profielen voor het openbaar gebied weergegeven, waaruit het
ruimtebeslag voor de verschillende onderdelen als wegen, parkeervakken,
trottoirs en watergangen blijkt. Dit hoofdstuk is vooral bedoeld voor de
planontwikkeling tijdens het SPVE en het SP.
Hoofdstuk 3 zijn de inrichtingsdetails. Hierin is de materiaaltoepassing
getoond voor verhardingen, water, beplantingen en straatmeubilair. De
maatvoering is exact weergegeven op grond van de optelling van de maten
van de toegepaste materialen. Dit hoofdstuk is vooral de basis voor de
Inrichtingsplannen.
Hoofdstuk 4 toont de standaard materialen: de elementen voor
verhardingen, verlichting en straatmeubilair van de openbare ruimte. Dit
zijn de kleinste eenheden voor de aanleg en het beheer van het openbaar
gebied.
Hoofdstuk 5 bevat de afspraken, die in het COR gemaakt zijn over het
programma van eisen en wensen van alle diensten, instellingen en
bedrijven, die betrokken zijn bij het openbaar gebied.
Hoofdstuk 6 bevat, zoals al aangegeven, de Checklist Openbare Ruimte.
Hiermee kan een planproduct getoetst worden op compleetheid en of aan
alle afspraken inhoud is gegeven. Ook afwijkingen en elementen waarmee
ervaring in beheer is opgedaan, worden zichtbaar voor een juiste afweging.
Het oorspronkelijke programma uit “Leren van Beheren” is in dit hoofdstuk
geïntegreerd. Daarmee is het planproces nu volledig op orde.
De Atlas is in feite af, wanneer Leidsche Rijn klaar is. Daarom is gekozen
voor een ringband systeem: bij elk nieuw standaard product wordt een
pagina toegevoegd. Ook nieuwe inzichten en gewijzigde uitgangspunten
kunnen door het vervangen van een pagina worden opgenomen. De eerste
versie toont de opzet van de Atlas en de eerste serie vastgestelde pagina’s.
Deze zijn in de inhoudsopgave met een stip gemarkeerd. De overige
genoemde pagina’s worden nog ontwikkeld; in de volgende uitgave zullen
deze aan de Atlas worden toegevoegd.
Atlas voor de Openbare Ruimte
Leidsche Rijn Utrecht
Inhoud
0
Atlas voor de Openbare Ruimte
Leidsche Rijn Utrecht
00
Inhoud 2007
3
INLEIDING
INHOUD
1
STRUCTUUR
ONTWIKKELINGSVISIE
01
Stand van zaken 2006
02
Autoverkeer
03
Langzaam verkeer
04
Openbaar vervoer
05
Parken
06
Watersysteem
07
Archeologie
08
Ecologische infrastructuur
09
Kwaliteitsbeeld
STADSDEELCENTRUM
01
…
2
INRICHTINGSDETAILS
VERHARDINGEN
01
02
03
04
05
06
07
08
10
11
WATER
01
06
07
08
09
10
11
12
14
15
STEDENBOUWKUNDIGE THEMA'S
WOONGEBIEDEN
01
Woonstraat, watergang, asymm. profiel, incidenteel P
02
Woonstraat, watergang, symm. profiel, incidenteel P
03
Woonstraat, verhard profiel, langsparkeren, trottoir
04
Woonstraat, verhard profiel, haaks P, trottoir
05
Woonstraat, eigen erf P, trottoir
06
Woonstraat, 2 grasbermen, eigen erf P
07
Woonstraat, ontsluiting achterzijde “Groene Hoven”
08
Woonstraat, 1 grasberm, langs P
09
Woonstraat, middenberm onverhard
10
Woonstraat, middenberm verhard
11
Invaliden oprit
12
Bushalte
BIJZONDERE GEBIEDEN
01
Groenedijk
02
Rijnkennemerlaan
03
Boulevard Parkwijk deel 1
04
Boulevard Parkwijk deel 2
05
Leidsche Rijnpark
06
Jac. P. Thijsselint
BEDRIJVENTERREINEN
01
Bedrijventerrein Proostwetering
02
Bedrijventerrein Soestwetering deel 1
03
Bedrijventerrein Soestwetering deel 2
HOOFDINFRASTRUCTUUR
01
Langerakbaan, middendeel
02
Langerakbaan, met opstelstroken
Trottoir langs tuin, rijweg
Trottoir langs gevel, rijweg
Inrit, enkel en dubbel
Hoekoplossing langs groen
Hoekoplossing langs gevel
Langerakbaan, kruising, fietspad, zebra
Langerakbaan, kruising met fietspad
Langerakbaan, kruising en zebra
Leidingenzone nutsvoorzieningen, standaard
Leidingenzone nutsvoorzieningen, Veldhuizen en
Balije
4
Wijkwatergang, technisch talud
Duiker
Zware autobrug
Lichte autobrug
Fiets-/voetbrug
Lichte beschoeiing
Zware beschoeiing
Bestraat talud
Wadi
Zandvangput
MATERIALEN
VERHARDINGEN
01
Bestrating
02
Gootconstructie
03
Trottoir- en opsluitbanden
VERLICHTING
01
Straatverlichting overzicht
MEUBILAIR ALGEMEEN
01
Boomkrans
02
Afzetpalen
04
Afvalbak
05
Ondergrondse afvalcontainer
06
Stadsbank
07
Hekwerk / fietsbeugel
08
Transformatorstation
09
Handhole
0
Inhoud
01
Inhoud 2007
5
6
PROGRAMMA
AFSPRAKEN
01
02
03
05
07
09
10
11
12
13
17
18
Speelvoorzieningen
Verkeer
Brandweer
Beheer watergangen
Openbare verlichting
Kunstwerken
Afvalinzameling
Hondenvoorziening
Ecologie
Programma parken
Voorzieningen voor mensen met functiebeperkingen
Groenvoorziening
CHECKLIST OPENBARE RUIMTE
LEGENDA-EISEN
01
Legenda-eisen inrichtingsplannen
02
Legenda met genummerde elementen
03
Extra toevoegingen en kleurentabel
TOETSING
01
14
25
Inleiding checklist inrichtingsplannen openbare ruimte
Checklist inrichtingsplannen openbare ruimte
Beperkte toetslijst Politiekeurmerk Veilig Wonen
COLOFON
0
Inhoud
02
Structuur
De kaarten van hoofdstuk 1 geven de kaders aan van waaruit de openbare ruimte van Leidsche Rijn ontwikkeld
wordt. De kaarten vormen de uitwerking van het Masterplan Leidsche rijn en zijn in deze Atlas als laatste
actualisatie opgenomen.
Leidsche Rijn is nadrukkelijk ontworpen vanuit de kaders van het bestaande landschap en de occupatiegeschiedenis
die het heeft gekend. Geen blinde vlek op de kaart, maar gedegen kaders voor uitwerking.
De deelkaarten archeologie, watersysteem, infrastructuur en andere laten de bouwstenen zien die de ontwerpers
in staat stellen een samenhangend beeld van de openbare ruimte te vormen. Daarbij is tevens duidelijk welke
lijnen en plekken tot verbijzondering leiden.
1
Atlas voor de Openbare Ruimte
Leidsche Rijn Utrecht
00
Stand van zaken 2006
A3
1.0 km
0.5 km
1
Ontwikkelingsvisie
0.0 km
01
Autoverkeer
A3
De hiërarchie van autowegen wordt
op het hoogste niveau bepaald door
de rijkswegen A12 en A2, met hieraan
parallel de stadsweg. Vanaf de
snelwegen sluiten de stroomwegen
Haarrijnse Rading, Veldhuizerweg en
Oudenrijnseweg aan op twee
stedelijke ontsluitingswegen. De
noordelijke ligt langs de spoorlijn
Utrecht - Den Haag, de zuidelijke
(Langerakbaan) tussen de Leidsche
Rijn en de Groenedijk. Op deze
stedelijke ontsluitingswegen
aansluitend is indicatief een fijnmazig
netwerk getekend van 30 km straten.
snelweg
80 km/u 2x1 rijstroken
70 km/u 2x2 rijstroken
70 km/u 2x1 rijstroken
50 km/u 2x2 rijstroken
50 km/u 2x1 rijstroken
wijkontsluiting
viaduct
spoor
informatie
Ÿ
Hoofd-autostructuur
Ontwikkelingsvisie actualisatie
2005
1.0 km
0.5 km
1
Ontwikkelingsvisie
0.0 km
02
Langzaam verkeer
A3
Voor de aansluiting op de bestaande
stad is een fijnmazig net ontworpen
voor langzaam verkeer. De routes
verbinden ook de stations, HOV-haltes
en clusters van winkels en
voorzieningen met elkaar. De routes
zijn deels vrijliggend en gedeeltelijke
gebundeld met autoverkeer.
fietsroute
Rijnkennemerlaan
Jac. P. Thijsselint
fietsboulevard
LF4 fietsroute
oude linten
1
Amsterdams Rijnkanaal
2
Thematerweg/Smalle Termaat
3
Enghlaan
4
Alendorperweg
5
Vleuterweideweg
6
Esdoornlaan
7
‘t Zand
8
Europaweg
9
Groenedijk
10 Rijksstraatweg/Zandweg
informatie
Ÿ
Fiets Ontwikkelingsvisie,
1.0 km
0.5 km
Ÿ
actualisatie 2004
Fietsnota 2002
1
Ontwikkelingsvisie
0.0 km
03
Openbaar vervoer
A3
Een belangrijk principe voor de
organisatie van de woon- en
werkgebieden is de invloedssfeer van
treinstations en haltes van het HOV en
het gewone busroute netwerk. Door
een gelijkmatige spreiding van de
HOV-haltes en gewone bushaltes
ontstaat een goed draagvlak voor het
openbaar vervoer.
stadsbuslijnen
HOV-lijnen
spoor
NS station
informatie
Ÿ
actualisatie HOV Invloedssfeer
1.0 km
0.5 km
Ÿ
Ontwikkelingsvisie 2005
aanvullend busvervoer 2003
1
Ontwikkelingsvisie
0.0 km
04
Parken
A3
Op de archeologische vindplaatsen en
‘het waterwingebied’zijn grote parken
geprojecteerd. Door de ligging van
deze elementen als aanvulling op het
grote centrale park van Leidche Rijn is
vanuit ale woongebieden op vijf
minuten lopen een park voorhanden.
Lange lijnen, zoals de
Rijnkennemerlaan en de zone langs
het Amsterdam Rijnkanaal en de
verschillende sportvelden,
completeren de mogelijkheden voor
openlucht recreatie.
1
Archeologiepark
2
Park de Hoge Weide
3
Volkstuinen
4
Vier seizoenentuin
5
Prinses Amaliapark
6
Park Grauwaart
7
Park Groot Zandveld
8
Waterwinpark
9
De Milan Viscontipark
10 Rijnkennemerlaan
11 Balijepark
12 Binnenhof
13 Leidsche Rijn Park
14 Ecologische Zone Haarrijn
15 Landinrichting Haarzuilens
16 Geluidswalpark
17 Sportpark Rijnvliet
18 Verlengde Prinses Amaliapark
19 Dakpark A2
20 Overtuin
21 Park De Wiel
22 Romeinse Zoom
1.0 km
informatie
Ÿ
Hoofdgroenstructuur
Ontwikkelingsvisie, actualisatie
2005
0.5 km
1
Ontwikkelingsvisie
0.0 km
05
Watersysteem
A3
Voor Leidsche Rijn is een watersysteem
ontworpen, dat voorziet in het
beperken van inlaat van
gebiedsvreemd water en het
vasthouden van relatief schoon
regenwater in het gebied. Daarvoor
zijn inzijgvoorzieningen voor het
regenwater nodig tussen Leidsche Rijn
en spoorlijn en open water met
beplanting voor een filterwerking
daarbuiten.
In het gesloten systeem wordt het
gebiedseigen water met 5 gemalen
rond gepompt voor circulatie en
verversing.
W waterfilter
V
Vikingrijn
H Haarrijnse plassen
A Amsterdam Rijnkanaal
L
Leidsche Rijn
geen gesloten watersysteem
informatie
Ÿ
Waterkaart 2006
Ÿ
Ontwikkelingsvisie actualisatie
2005
1.0 km
0.5 km
1
Ontwikkelingsvisie
0.0 km
06
Archeologie
A3
Leidsche Rijn is bijzonder rijk aan
cultuurhistorische elementen en
archeologische vindplaatsen. De grens
van het Romeinse Rijk, met al haar
bijzonderheden loopt van oost naar
west door het gebied. Daarnaast is het
landschap al in zeer vroege tijd
bewoond geweest.
1
Romeinse weg
onderdeel van de vroegere grens van het
Romeinse rijk
periode 40 v. Chr. - 300 n. Chr.
2
Kasteelruïne Nijeveldt
Middeleeuws kasteel
periode 13e eeuw
3
Wilhelminalaan
bewoning uit vroege Middeleeuwen
periode 5e - 9e n. Chr.
4
Ridderhofstad Den Engh
periode 13e eeuw
5
Bronstijdnederzetting
Middelweertweg
lokatie met oudste bewoning van Utrecht
uit Bronstijd
periode ong. 1500 v. Chr.
6
Hoge Woerd
Castellum, grafelden, badhuis, etc.
complete Romeinse legerplaats
periode 41 - 300 n. Chr.
7
Groot Zandveld
lokatie Romeinse wachttoren en
nederzetting uit de vroege Middeleeuwen
periode 41 - 275 n. Chr.
8
Den Hoet
omgrachte boerderij uit de Middeleeuwen
periode middeleeuws
9
Ridderhofstad “Grauwaart”
periode vermoedelijk 13e eeuw
10 Amaliapark
Romeinse nederzetting en vroege
Middeleeuwen
11 Archeologiepark
Romeinse vondsten
periode Ijzertijd en Romeins
12 Kasteelruïne Voorn
periode Middeleeuws
1.0 km
informatie
Ÿ
actualisatie ontwikkelingsvisie
Ÿ
0.5 km
2005
DSO monumenten
1
Ontwikkelingsvisie
0.0 km
07
Ecologie
A3
De ecologiekaart geeft de
ontwikkelpotenties aan voor
ecologische infrastructuur. Voor
Leidsche Rijn is onderscheid gemaakt
in een structuur die past bij alle
watergebonden soorten (oever en
water), de grotere parken waar met
name kleine zang- en bosvogels thuis
horen, en specifieke verbindingszones
voor kleine zoogdieren en vlinders. Bij
deze laatste gaat het om het
passeerbaar maken van kruisingen
met infrastructuur.
verbindingszone voor wateren oevergebonden soorten
Dit systeem volgt nagenoeg het
watersysteem en stelt alleen extra eisen
aan passeerbaarheid bij kunstwerken zoals
stuwen en gemalen.
systeem van parken
De parken bieden kleine “stepping
stones”voor kleine leefgemeenschappen
van met name de meer op droge natuur
aangewezen soorten.
verbindingszone kleine
zoogdieren
Deze zones betreffen vooral de oude
bestaande landschappelijke linten die met
respect voor bestaande waarden worden
aangepast en heringericht.
verbindingszone voor
dagvlinders
Veelal lange liniaire elementen met een
doorgaande structuur in inrichting en
beheer.
informatie
Ÿ
ecologische infrastructuur 1999
Ÿ
actualisatie 2006
1.0 km
0.5 km
1
Ontwikkelingsvisie
0.0 km
08
Kwaliteitsbeeld
A3
De openbare ruimte kent uiteraard
lokaties die om een ander
onderhoudsniveau vragen. Dit wordt
duidelijk bij winkelcentra en andere
publieksvoorzieningen. Het geldt
echter ook voor bijzondere elementen
die met hun kwaliteit een impact
hebben op de totale beleving van de
buitenruimte.
Voor Leidsche Rijn is indicatief een
kwaliteitskaart opgesteld, passend bij
de systematiek voor de totale stad. De
kaart biedt een handvat bij de verdere
uitwerking van de inrichtingsplannen
voor de diverse deelgebieden.
Hiermee kan vroegtijdig een
nuancering in het niveau van
inrichting afgestemd worden op de
beheerbudgetten voor de toekomst.
Het welslagen van deze combinatie
hangt af van heldere afspraken
hierover.
In de legenda wordt onderscheid
gemaakt in uniek / stedelijk. Hiermee
worden uitdrukkelijk lokaties bedoeld
die op stedelijk niveau bijdragen. Dat
geldt voor het oude stadscentrum van
Utrecht, als wel het nieuwe
stadscentrum Leidsche Rijn.
Bijzonder wordt gebruikt voor lokaties
op wijk- en buurtniveau.
Voor Leidsche Rijn gelden nog de
typeringen historische en nieuwe
linten.
uniek / stedelijk
bijzonder / extra
oude linten
nieuw lint
historische sites:
1.0 km
0.5 km
1
Den Engh
2
Hoge Woerd
1
Ontwikkelingsvisie
0.0 km
09
Stedenbouwkundige thema’s
In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste stedenbouwkundige thema’s uitgewerkt in daadwerkelijke profielen. In deze
profielen is het ruimtebeslag van de diverse functies van de openbare ruimte, zoals wegen, waterlopen, parkeren
en verblijven, zichtbaar. Het geeft daarmee een goed beeld van de inrichting van het openbaar gebied tot nu toe.
Bij de profielen wordt aangegeven voor welke deelgebieden zij specifiek gelden.
De profielen bieden ontwerpers voor nog te realiseren gebieden houvast, en bieden tegelijkertijd informatie voor
de beheerders die met deze al ingerichte profielen te maken hebben.
2
Atlas voor de Openbare Ruimte
Leidsche Rijn Utrecht
00
Woonstraat, watergang,
asymmetrisch profiel,
incidenteel P
A3 schaal 1:100
De rijweg wordt aan de ene zijde
begrensd door een berm, talud en een
watergang. Aan de andere zijde door
een trottoir en de voortuinen van de
aanliggende woningen.
Het parkeren is buiten de woonstraat
opgelost; alleen incidenteel parkeren,
zoals de tweede auto en
bezoekersparkeren vindt plaats op de
rijweg. De geparkeerde auto’s werken
als wegversmalling. De minimum
breedte voor een trottoir met
straatverlichting langs tuinen is 2
meter.
De afwatering vindt plaats door
waterdoorlatende straatstenen in de
rijweg; overstort van overvloedig
regenwater wordt afgevoerd via de
groene berm.
Het talud is aan de openbare zijde
vormgegeven als een natuurlijk talud
met onderwaterberm. Aan de
tuinzijde wordt de watergang
begrensd door een beschoeiing.
2.00
4.00
5.00
2.00
2.25
min. 6.00
2.00
17.25
1.10+1.05+ 0.99+ 0.93+
0.90+
0.87+
0.90+
1/3
1/10
1/1.5
1/2
max. 0.00+ / min. 0.30-
toegepast in:
Ÿ
Ÿ
Langerak
Parkwijk
2
Woongebied
uitgegeven perceel
trottoir
betontegel
rijweg
betonstraatsteen
berm en talud
gras
wijkwatergang
tuin
01
Woonstraat, watergang,
symmetrisch profiel,
incidenteel P
A3 schaal 1:100
Aan weerszijden van een watergang is
een woonstraat ontworpen; de
verkeersontsluiting vindt plaats door
éénrichtingsverkeer. Het parkeren is
opgelost buiten de woonstraten;
alleen incidenteel parkeren, zoals de
tweede auto en bezoekersparkeren
vindt plaats op de rijweg. De
minimumbreedte voor een trottoir
met openbare verlichting langs gevels
en tuinmuren is 2,17 meter.
De afwatering gebeurt door
waterdoorlatende straatstenen in de
rijweg; overstort van overvloedig
regenwater wordt afgevoerd via de
groene berm.
De watergang is voorzien van een
damwand constructie, waardoor
roeibootjes tot aan de kant kunnen
komen. Onderaan het talud is een plat
deel aangebracht als inval-beveiliging.
1.05+
0.99+ 0.93+
5.00
0.90+
2.00
0.87+
0.90+
1.90
1/3
0.85
6.00
29.84
0.85
min 115 max 0.00+ / min 0.30-- min 115
1.90
1/3
5.00
2.00
0.90+
0.87+
0.90+
2.17
0.93+ 0.99+ 1.05+
1.25+
1.25+
2.17
toegepast in:
berm en talud
gras
water
berm en talud
gras
rijweg
betonstraatsteen
trottoir
betontegel
uitgegeven perceel
rijweg
betonstraatsteen
‘half zware’
beschoeiing
trottoir
betontegel
‘half zware’
beschoeiing
uitgegeven perceel
Ÿ
Langerak
2
Woongebied
02
Woonstraat, verhard profiel,
langsparkeren, trottoir
A3 schaal 1:100
2.70
min. 5.00 - max. 5.50
Langsparkeren kent 2 varianten met
vakken opgesloten in het trottoir.
Daarbij is elleboogverband de
standaard. Bij wegen met een
fietsroute is een molgoot
aangebracht.
Bij parkeren op de rijbaan wordt het
keperverband van de rijweg gevolgd
met de witte markering in
dubbelklinker.
5.00
1.80
min. 5.00 - max. 5.50
2.70
5.00
2.00
min. 5.00 - max. 5.50
2.00
langsparkeren op rijweg zonder fietsroute
5.00
2.70
langsparkeren in trottoir zonder fietsroute
0.50
langsparkeren in trottoir met fietsroute
standaard:
langsparkeren
betonstraatsteen
keperverband
trottoir
betontegel
rijweg
betonstraatsteen
keperverband
langsparkeren
betonstraatsteen
elleboogverband
rijweg
betonstraatsteen
keperverband
rijweg
betonstraatsteen
keperverband
molgoot
trottoir
betontegel
ruitverband
langsparkeren
betonstraatsteen
elleboogverband
Ÿ
Leidsche Rijn
2
Woongebied
trottoir
betontegel
ruitverband
03
Woonstraat, verhard profiel,
haaks parkeren, trottoir
A3 schaal 1:100
optimaal profiel
minimaal profiel
10.50
5.00
2.76
5.00
5.00
2.76
Een woonstraat met haaks parkeren
kent een optimaal profiel bij een
wegbreedte van 5.50 m en
parkeervakken van 5 m lengte en 2.30
m breed.
Als er een muur o.i.d. langs de weg of
bij de parkeerplaats staat, wordt de
parkeerplaats met 0.50 m verbreed tot
2.80 m.
Een minimaal profiel komt voor bij
een winkelcentrum en
concentratiegebied verkeer en bij een
wegbreedte van minder dan 5.50 m
(minimaal 5 m). De parkeerplaatsen
worden dan 2.50 m breed.
2.50
2.80
2.50
2.30
2.50
2.30
2.30
2.50
2.50
2.30
5.50
10.00
standaard:
Ÿ
Leidsche Rijn
muur o.i.d.
2
Woongebied
rijweg
betonstraatsteen
keperverband
haaks parkeren
betonstraatsteen
elleboogverband
trottoir
betontegel
ruitverband
rijweg
betonstraatsteen
keperverband
haaks parkeren
betonstraatsteen
elleboogverband
trottoir
betontegel
ruitverband
04
Woonstraat, eigen erf
parkeren, trottoir
A3 schaal 1:100
Een woonstraat met volledig parkeren
op eigen erf. De diepte van de
voortuin is minimaal 6 meter voor het
parkeren op eigen erf.
6.00
2.00
1.05+
5.00
9.00
1.00+
0.90+
6.00
2.00
1.00+
1.05+
toegepast in:
Ÿ
Ÿ
Langerak
Parkwijk
2
Woongebied
uitgegeven perceel
inrit enkel
trottoir
betontegel
ruitverband
rijweg
betonstraatsteen
keperverband
trottoir
betontegel
ruitverband
uitgegeven perceel
inrit dubbel
05
Woonstraat,
2 grasbermen, eigen erf
parkeren
A3 schaal 1:100
variabel
3.00
0.51
variabel
0.25
0.25
Op diverse locaties is het parkeren niet
op de rijbaan opgelost en is een
eenvoudig profiel, beperkt van
breedte, en zonder trottoirs
opgenomen.
De materialen zijn afwijkend van de
standaard.
Bij dit profiel is bermfundatie
noodzakelijk in verband met de
profielbreedte t.b.v. de brandweer.
Standaard geldt een minimale
rijbaanbreedte van 3.50m.
Hier is ook sprake van bijzondere
verlichting.
0.90+
+
1.00+
0.97
1.00+
0.97+
variabel
0.90+
1.00+
bijzonder:
berm met gras
gefundeerd gras
rijweg
betonstraatsteen
waterdoorlatend
halfsteensverband
antraciet
gefundeerd gras
uitgegeven
perceel
berm met gras
Ÿ
Terwijde
2
Woongebied
uitgegeven
perceel
06
Woonstraat,
ontsluiting achterzijde
“Groene Hoven”
A3 schaal 1:100
0.50
erfgrens
0.50
In dit profiel is aan de voorzijde alleen
langzaam verkeer. Ten behoeve van de
hulpdiensten is gefundeerd gras
opgenomen.
3.91
1.80+
1.75+
2.93
variabel
1.67+
1.51+
erfgrens
1.51+
1.69+
1.75+
1.80+
bijzonder:
Ÿ
Het Zand
2
Woongebied
uitgegeven
perceel
trottoir
betontegel
ruitverband
groenstraat
gras
trottoir
betontegel
ruitverband
uitgegeven
perceel
07
Woonstraat, 1 grasberm,
langsparkeren
A3 schaal 1:100
In dit profiel vindt éénzijdig parkeren
plaats op de rijbaan. Bij dit voorbeeld
betreft het een drukkere woonstraat
met een 5 meter vrij profiel en dienen
geparkeerde auto’s niet als
“snelheidsremmer”. Bij een beperkt
verkeersaanbod is de rijbaanbreedte
min. 3.5 m obstakelvrij.
0.50
2.70
variabel
2.00
min. 3.50 max. 5.00
2.00
0.50
erfgrens
erfgrens
variabel ca. 7.50
min. 10.20 max. 11.70
1.80+
1.66+
1.60+
1.85+
standaard:
trottoir
betontegel
ruitverband
parkeren
rijweg
betonstraatsteen
keperverband
grasberm
haag op
eigen terrein
uitgegeven
perceel
haag op
eigen terrein
Ÿ
Leidsche Rijn
2
Woongebied
uitgegeven
perceel
08
Woonstraat,
middenberm onverhard
A3 schaal 1:100
5.00
2.00
4.80
0.60
2.70
0.60
Aan weerskanten van een groene
middenberm liggen twee straten met
éénrichtingsverkeer. Het parkeren is
buiten de woonstraat opgelost; alleen
incidenteel parkeren, zoals de tweede
auto en bezoekersparkeren vindt
plaats op de rijweg. De
minimumbreedte voor een trottoir
met openbare verlichting langs gevels
en tuinmuren is 2.70 meter.
De afwatering geschiedt door
waterdoorlatende straatstenen in de
rijweg. Het overtollige regenwater
wordt afgevoerd naar de
middenberm, waar een
inzijgvoorziening is aangebracht.
De bomen dienen minimaal 1.5 m uit
de verharding te staan.
2.00
5.00
2.70
24.34
1.25+
1.05+
1.00+
0.90+
0.60+
0.90+
1.00+
1.05+
1.25+
standaard:
Ÿ
Leidsche Rijn
2
trottoir
betontegel
ruitverband
rijweg
betonstraatsteen
waterdoorlatend
keperverband
middenberm met wadi
gras
rijweg
betonstraatsteen
waterdoorlatend
keperverband
trottoir
betontegel
ruitverband
uitgegeven
perceel
uitgegeven
perceel
Woongebied
09
Woonstraat,
middenberm verhard
A3 schaal 1:100
Dit kenmerkende profiel komt voort
uit het masterplan en loopt door een
aantal gerealiseerde deelgebieden en
in het toekomstige deelgebied Hoge
Weide. Het gehele profiel is voorzien
van een dubbele rij kastanjes als
typisch kenmerk.
2.49
3.50
7.00
3.50
min. 2.49
0.50
erfgrens
0.50
erfgrens
18.98
1.80+
1.71+
1.66+
1.60+
1.60+
1.60+
1.66+
1.71+
1.80+
bijzonder:
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Parkwijk
Het Zand
Oosterparklaan
Westerparklaan
2
Woongebied
uitgegeven
perceel
trottoir
betontegel
ruitverband
rijweg
betonstraatsteen
keperverband
parkeren
betonstraatsteen
keperverband
rijweg
betonstraatsteen
keperverband
trottoir
betontegel
ruitverband
uitgegeven
perceel
10
Invalidenoprit over een buurtstraat waar
de verkeerssnelheid 30 km/uur is met
gedeeltelijk overrijdbaar trottoir
Invalidenoprit over een buurtstraat 30
km/uur
0.06+
0.06+
Invalidenoprit
A3 schaal 1:100 / 1:50
In 30 km gebieden zijn de opritten
toegepast in de bocht. Bij belangrijke
looproutes en snelheid hoger dan 30
km/uur wordt de oprit buiten de
bocht opgelost.
R8
0.06+
0.06+
0.02+
R5
0.06+
R5
0.06+
noppentegel wit
noppentegel wit
passtuk 20 x 30 antraciet
0.06+
0.06+
R5
0.06+
R5
0.06
0.06+
+
0.01+
0.06+
0.06+
standaard:
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
0.06+
0.06+
Langerak
Parkwijk
Terwijde
Het Zand
2
Woongebied
Invalidenoprit in looproute waar de
verkeerssnelheid hoger is dan 30 km/uur
Invalidenoprit over een buurtstraat 30
km/uur met verlaagde band
11
Bushalte
A3 schaal 1:100
halteaanduiding
abri
conform CROW normaal gebruik
draaicirkel rolstoel deels binnen de abri
rijrichting
2.00
2.00
4.00
1.50
1.50
2.50
1.20
1.40
0.30
Bij een normale halte is ruimte voor
de rolstoel om te draaien binnen de
contour van de abri. Op intensief
gebruikte haltes zoals bij NS stations,
kruisen van lijnen en intensieve
lokaties zoals ziekenhuis, is meer
ruimte op het trottoir van de abri om
te draaien.
Om de toegankelijkheid voor
mindervaliden te verbeteren wordt
gestreefd in nieuwe situaties het
niveau t.o.v. de rijweg verhoogd aan
te leggen tot 18 cm. Dit om het
instappen te vereenvoudigen.
De lengte is hier indicatief en hangt af
van het gebruikte type bus.
12.50
22.00
halteaanduiding
abri
conform CROW intensief gebruik
draaicirkel rolstoel voor de abri
2.50
rijrichting
2.00
2.00
4.00
1.50
2.00
1.70
1.40
0.30
standaard:
Ÿ
Leidsche Rijn
12.50
22.00
2
Woongebied
12
Groenedijk
A3 schaal 1:100
De Groenedijk is één van de agrarische
linten in Leidsche Rijn. Een slechts 4
meter breed asfalt weggetje tussen
knotwilgen en essebomen, met aan
weerskanten smalle sloten en steile
graskanten.
De Groenedijk is aangewezen als
ecologische verbindingszone.
Daarvoor dient nieuwe bebouwing
tenminste 6 meter uit de slootkant
gebouwd te worden. Om zoveel
mogelijk groene voortuinen te
behouden, wordt het parkeren buiten
deze voortuinzone aangebracht.
De rijweg wordt gecombineerd
gebruikt als hoofdfietsroute,
wandelroute en autoverkeer voor
aanwonenden.
min. 6.00
min. 6.00
3.50
1.30
0.70
0.90+
1.60
4.00
2.80
1.50
14.70
1.25
+
1.20+
0.80
+
1:2
1 : 1.5
1 : 1.5
1:2
0.92
+
1 : 2 1 : 1.51 : 1.5
0.80
1:2
+
2
Bijzondere gebieden
uitgegeven perceel
tuin
sloot
berm en talud
gras
fietsroute
asfalt beige
berm en talud
gras
sloot
tuin
01
Rijnkennemerlaan
A3 schaal 1:100
De Rijnkennemerlaan is opgevat als
een oneindig lege laan: een vizier op
de horizon. Het perspectief wordt aan
weerskanten ingekaderd door een rij
Italiaanse populieren die
onverstoorbaar de woonwijken van
verschillende signatuur doorsnijden.
Het fietspad is een kaarsrechte lijn aan
de noordoostkant. De nabijheid van
de woningen, zuidoost geörienteerd,
geven afwisseling en toezicht. Binnen
het profiel zijn voorzieningen voor
wandelaars en fietsers, het
autoverkeer kruist de laan.
Het deel boven de waterleidingbuizen
is op het aanwezige peil gelaten. De
ophoging naar de hoger gelegen
bebouwingsranden is vormgegeven
met een hol geprofileerd gazon, het
effect van een verrekijker wordt
daarmee vergroot. De randen van het
gazon zijn nog verder opgetild en aan
de boven- en buitenzijde bestraat. Het
2.00
2.50
3.00
2.00
waterleiding
O
/ 1600 staal
0.15
0.30
waterleiding
O
/ 1200 beton
holle grasveld met de populierenrijen
en het fietspad met een aanligged
voetpad vormen de continu
doorgaande elementen van het
ontwerp. In de randen kunnen
voetpaden, speelplekken, pleinen en
watergangen aansluiten op deze vaste
elementen van het profiel. Het
middendeel met hl gras, randen en
bomenrijen neemt precies de 20m
2.35
3.50
2.65
1.00
uitgegeven perceel
0.80+
1.10
+
p = 0.00
betonband
30x25/100
gras
trottoir
betontegel
ruitverband
gras
+
1.10
+
1.00+
1.00+
16.00
0.80
+
opsluitband
15x25/100
gras
fietsroute
asfalt beige
zone van de WRK in beslag. Het
doorgaande fietspad is 4 meter breed,
waardoor 3,5 m overblijft voor het
voetpad.
Het gras wordt strak gemaaid en in
het voorjaar geven banen van blauwe
druifjes een vermoeden van de
waterleidingbuizen.
De laan is het domein van wandelaars
en fietsers. Het middenthema van de
Rijnkennemerlaan is vrij van objecten
en speeltoestellen. Het gebruik blijft
daardoor onbepaald en vrij.
2
Bijzondere gebieden
trottoir
betontegel
ruitverband
02
Boulevard Parkwijk (deel 1)
A3 schaal 1:100
7.00
3.00
4.00
2.00
3.00
10.00
0.30
De boulevard Parkwijk ofwel
Melissekade vormt een bijzonder
element. De boulevard kenmerkt zich
met 40/40 tegels en grondspots voor
de groot geplante bomen. Om de
bomen liggen speciale boomroosters.
6.15
25.39
18.00
evt. zaaglijn bij
aansluiting op kademuur
grondspot t.b.v.
verlichting bomen
2
gras
hov baan
asfalt zwart
gras
lichtmast dubbel
10 m
fietspad
asfalt beige
gras
grasoever met talud
water
kade
Bijzondere gebieden
boulevard
tegel 0.40 x 0.40
boomrooster 2.00 x 2.00
03
Boulevard Parkwijk (deel 2)
4.00
2.00
3.00
10.00
6.15
25.39
2.00
3.59
18.00
fietspad
asfalt beige
gras
grasoever met talud
water
grondspot t.b.v.
verlichting bomen
kade
evt. zaaglijn bij
aansluiting op kademuur
gras
lichtmast dubbel
10 m
5.96
boulevard
tegel 0.40 x 0.40
boomrooster 2.00 x 2.00
rijweg
betonstraatsteen
keperverband
parkeren
betonstraatsteen
elleboogverband
3.00
0.30
A3 schaal 1:100
2
Bijzondere gebieden
04
Leidsche Rijnpark
A3
Het Leidsche Rijnpark is een
groenopgave die zijn weerga niet
kent. Een omvorming van een
bestaand tuinbouwgebied, inclusief
bestaande linten woonbebouwing, tot
een ruim 300 groot groengebied met
alle belangrijke recreatieve functies
voor de toekomstige bewoners van
Leidsche Rijn en voor een deel een
programma dat grootstedelijke van
karakter is.
De nieuwe sportparken vinden er hun
plek, evenals het centrale deel van het
park, De Binnenhof, specifiek
ingericht als klassiek parkdeel.
Belangrijke elementen van het
Leidsche Rijnpark zijn naast de
Binnenhof, de Buitenhof, waar natuur
meer haar gang mag gaan, de
sportcomplexen, de Vikingrijn en het
Jac. P. Thijsselint.
De Vikingrijn biedt een nieuwe
impressie van de loop van de Oude
Rijn, die hier duizenden jaren
voorheen door het oorspronkelijke
landschap meanderde. Nu terug in het
park als een belangrijk recreatief en
natuurlijk element. Het Jac. P.
Thijsselint houdt als een koord alle
elementen van het park binnen haar
grenzen vast en vormt zelfstandig
element een verbindende factor voor
alle functies.
2
Bijzondere gebieden
05
Jac. P. Thijsselint
0.60
variabel
0.60
A3 schaal 1:100
6.00
variabel
“Track”
asfalt zwart
18.00
opvulband beton
gras
opvulband beton
30.00
Het Jac. P. Thijsselint omvat als een
koord alle functies binnen het park.
Met haar + lengte van 12 km leent het
zich voor een flinke wandeling of
skatetocht, waarbij alle
bijzonderheden van het park
aangedaan worden. Het lint bestaat
uit een + 30 m brede zone met gras en
bomen en soms water, omsloten door
zware bomenrijen of beplanting aan
de zijden. Een 6 m breed flaneerpad,
de Track, stroomt er vrijelijk doorheen
en biedt aan wandelaars, joggers en
skaters een avontuur. Ter plaatse van
de woonwijken is een combinatie
van functies van de Track en de
woonstraat. De woonstraat heeft
extra parkeerruimte voor bezoekers
van het park en het profiel wijkt
verder af door het ontbreken van een
trottoir. Hiervoor kan de Track worden
benut. De dubbele bomenrij markeert
zowel het lint als de beëindiging van
het woongebied. Een lage haag
begrenst de ruimte van het lint in
fysieke zin.
De Binnenhof vormt het hart van het
Leidsche Rijnpark, vormgegeven met
alle klassieke parkelementen uit de
tuinkunst. Een stelsel van majestueuze
bomenlanen, zoals de entree langs het
Grand Canal, maar ook de
Beukenallee die verhoogd aangelegd
een aparte beleving teweeg brengt.
De Binnenhof is m.n. bedoeld voor de
bezoeker die op zoek is naar rust en
de klassieke parkbeleving. Een in
formele stijl aangelegde lelievijver is
een moment voor de rustzoeker.
De Vikingrijn is 1 van de 3
hoofdelementen van het park, samen
met het Binnenhof en Jac. P.
Thijsselint. De Vikingrijn is een
hommage aan de loop van de Oude
Rijn, de meanderende rivier die in de
jaren voor onze jaartelling door het
landschap stroomde. Het markeert de
rijksgrens van het Romeinse Rijk en
fragmenten zijn in de middeleeuwse
verkaveling en zelfs jonge
geschiedenis herkenbaar. De
verkaveling van Leidsche Rijn is in
stedenbouwkundige thema's
zichtbaar gemaakt. De Vikingrijn is
een recreatief moment
van betekenis.
2
Bijzondere gebieden
gras
06
Bedrijventerrein
Proostwetering
A3 schaal 1:100
De Proostwetering is herkenbaar aan
het profiel met de brede
“rommelstroken”van basalt. Hiermee
ontstaat een ruim profiel.
5.00
1.40
2.10
4.40
1.00
3.25
1.50
3.25
1.00
2.10
4.40
1.40
5.00
35.80
0.30
+
+
0.27 0.22
+
0.18
+
+
0.23 0.13
+
0.21
+
0.23+ 0.21+
0.13+ 0.23+
0.18+
0.22+ 0.27+ 0.30+
0.30+
2
rijweg
asfalt zwart
rijweg
asfalt zwart
tussenberm
gras
fietspad
asfalt beige
trottoir
betontegel
tussenberm
gras
strook
basaltkeien
fietspad
asfalt beige
strook
basaltkeien
uitgegeven perceel
strook
basaltkeien
Bedrijventerreinen
trottoir
betontegel
0.30
+
uitgegeven perceel
01
Bedrijventerrein
Soestwetering [deel 1]
A3 schaal 1:100
De hoofdwegen op de
bedrijventerreinen kennen een groene
boomrijke uitstraling en een ruim
profiel. De inrichting van de
privékavels is gebonden aan regels om
harmonie en rust te houden.
5.00
2.00
4.00
6.00
3.25
12.50
37.00
0.30
+
+
0.26 0.21
+
0.13
+
+
0.23 0.13
+
0.20
+
0.26+
0.26+
2
Bedrijventerreinen
uitgegeven perceel
trottoir
betontegel
0.30
+
fietspad
asfalt beige
tussenberm
gras
rijweg
asfalt zwart
tussenberm
gras
02
Bedrijventerrein
Soestwetering [deel 2]
A3 schaal 1:100
3.25
12.50
3.25
5.00
6.00
37.00
0.13
+
0.20
+
0.26
+
0.26
+
0.20
+
+
0.18 0.23
+
0.30+
0.30+
2
Bedrijventerreinen
rijweg
asfalt zwart
tussenberm
gras
rijweg
asfalt zwart
tussenberm
gras
uitgegeven perceel
03
Langerakbaan, middendeel
A3 schaal 1:100
De stadsas door Langerak is
vormgegeven als twee rijstroken van
geluidsarm asfalt met een verharde
middenberm. Aan weerszijden is een
vrijliggend fietspad voor
éénrichtingsverkeer aangebracht. Het
talud naar het brede water langs de
stadsas is bestraat met basaltkeien,
dat uitloopt in een onderwaterberm.
Vanwege de hoge verkeersintensiteit
is afkoppeling van het regenwater
niet mogelijk. De afwatering is
geregeld door middel van
trottoirkolken.
Alleen aan de woningzijde zijn brede
trottoirs aangebracht, die zijn
voorzien van een verspreide
boomaanplant. Hierdoor ontstaat een
aantrekkelijk en veilig wandelgebied
aan de bebouwde zijde, waar ook
werkruimtes worden ontwikkeld.
variabel
2.10
3.00
3.00
3.00
3.00
1.50
2.10
0.90+
1.00+
1.00+
3.40
21.00
1.25+1.20+
1.10+
1.00+
1.00+
0.90+
1.00+
toegepast in:
uitgegeven
perceel
trottoir
betontegel
ruitverband
fietspad
asfalt beige
berm
betontegel
halfsteensverband
rijweg
asfalt zwart
middenberm
betontege
halfsteensverbandl
rijweg
asfalt kleur
berm
betontegel
halfsteensverband
Ÿ
Langerak
2
Hoofdinfrastructuur
fietspad
asfalt beige
talud
basaltkeien
watergang
01
Langerakbaan, met
opstelstroken
A3 schaal 1:100
Ter plaatse van volledige
kruisingen verdubbelt één
rijstrook voor een
linksaffer en een
gecombineerde rechtdoor
en rechtsaffer. De
watergang langs de
stadsas is een
hoofdwatergang met een
minimale breedte van 13
meter.
3.00
3.00
6.00
0.90+
1.00+
0.90+
2.00
1.00+
2.10
1.00+
3.40
1.00+
min. 13.00
32.50
toegepast in:
trottoir
betontege
ruitverbandl
rijweg
asfalt zwart
middenberm
betontegel
halfsteensverband
rijweg
asfalt zwart
berm
betontegel
halfsteensverband
Ÿ
Langerak
2
Hoofdinfrastructuur
fietspad
asfalt beige
talud
basaltkeien
watergang
02
Inrichtingsdetails
Vanuit de in hoofdstuk 4 voorgestelde materialisaties zijn diverse voorkomende situaties op schaal uitgewerkt en
beproefd. Hierbij wordt de materiaaltoepassing voor verhardingen, water, beplantingen en meubilair uitgewerkt.
Dit hoofdstuk geeft hiermee de ontwerpers een uitstekende basis voor hun nieuwe plannen. Deels als eis, deels als
voorbeelden van wat tot nu toe is ontworpen en gerealiseerd. In de details zit veel kennis verwerkt en vallen veel
afspraken over hoe met oplossingen om te gaan samen. Zij bieden daarmee een belangrijk houvast.
3
Atlas voor de Openbare Ruimte
Leidsche Rijn Utrecht
00
Trottoir langs tuin, rijweg
A3 schaal 1:50
Inrichtingselementen:
1
1A
1B
2
2A
2B
3
AS - WEG
4
4A
5
8
10
10A
11
betontegel 20x20x5 cm,
ruitverband
betontegel bisschopsmuts
betontegel bisschopsmuts,
hoekstuk
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x20x8 cm,
keperverband
kantopsluiting strekse rij
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x10x8 cm,
halve steen
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x20x8 cm,
kepersteen
betontegel verdiept
(goottegel) 30x30x6 cm
gootelement 12x30 / 3/x100cm
antraciet
gootelement 12x30 / 3/x30 cm,
eindstuk, antraciet
trottoirband 14/15x25x100 cm
antraciet
opsluitband 10x20x100 cm,
grijs
berm, gras
talud, gras
waterspiegel
1.10+
1.05+
0.10
1.74
4.90
0.99+ 0.93+
1
0.90+
1.50
0.87+
0.90+
toegepast in:
•
•
B
4A
4
0.15
0.10
lichtmast type Leidsche Rijn
6m
Langerak
Parkwijk
3
2A
8
1
A
5
8
2
B
2
10
10A
11
3
Verhardingen
01
Trottoir langs gevel, rijweg
A3 schaal 1:50
Inrichtingselementen:
1
1A
2
2A
2B
5
8
AS - WEG
10
10A
betontegel 20x20x5 cm,
ruitverband
betontegel bisschopsmuts
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x20x8 cm,
keperverband
kantopsluiting strekse rij
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x10x8 cm,
halve steen
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x20x8 cm,
kepersteen
trottoirband 14/15x25x100 cm,
antraciet
opsluitband 10x20x100 cm,
grijs
berm, gras
talud, gras
2.02
1.05+
4.90
0.99+ 0.93+
0.90+
0.10
0.15
lichtmast type Leidsche Rijn
6m
0.87+
0.90+
toegepast in:
•
•
•
•
2
1A
1
A
2
5
2
B
Langerak
Parkwijk
Terwijde
Het Zand
8
10
10A
11
3
Verhardingen
02
Inrit, enkel en dubbel
A3 schaal 1:50
Inrichtingselementen:
1
1A
2
2A
1.74
0.10
4.90
0.15
1.74
0.15
0.10
2
5
6
7
5
5
8
7
B
betontegel 20x20x5 cm,
ruitverband
betontegel bisschopsmuts
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x20x8 cm,
keperverband
kantopsluiting strekse rij
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x10x8 cm
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x20x8 cm,
kepersteen
trottoirband 14/15x25x100 cm
antraciet
inritband 15x25x100 cm
inritverloopband 15x25x100
cm (links, rechts)
opsluitband 10x20x100 cm,
grijs
8
1A
2A
1
6
2
2B
1
toegepast in:
•
•
•
•
Langerak
Parkwijk
Terwijde
Het Zand
3
Verhardingen
03
AS - WEG
Hoekoplossing langs groen
A3 schaal 1:50
Inrichtingselementen:
1
0.15
0.10
1A
2
1.74
5.00
5
8
8
1
1A
5
hoofd - rijrichting
10
betontegel 20x20x5 cm,
ruitverband, antraciet
betontegel bisschopsmuts
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x20x8 cm,
keperverband, beige
kantopsluiting strekse rij
trottoirband 14/15x25x100 cm
antraciet
opsluitband 10x20x100 cm,
grijs
berm, gras
buitenbocht, knipstuk uit
betontegel 20x30x5 cm,
maximaal
knipstuk uit betontegel
20x20x5 cm, minimaal 1/3
van tegeloppervlakte
binnenbocht, knipstuk uit
betontegel 20x20x5 cm,
minimaal 1/4 van
tegeloppervlakte
10
bisschopsmuts op tangentpunt
R8
overrijdbaar voor incidenteel
zwaar verkeer
R3
2
toegepast in:
R5
bisschopsmuts op tangentpunt
R8
schuifnaad
•
•
•
•
Langerak
Parkwijk
Terwijde
Het Zand
3
Verhardingen
2
04
Hoekoplossing langs gevel
A3 schaal 1:50
AS - WEG
1:3
Inrichtingselementen:
1
1A
2.02
0.10
0.15
2
4.90
5
1
1
A
A
5
hoofd - rijrichting
5A
8
11
8
8A
10
13
8A
8A
buitenbocht, knipstuk uit
betontegel 20x30x5 cm,
maximaal
knipstuk uit betontegel
20x20x5 cm, minimaal 1/3
van tegeloppervlakte
13
1
5A
1A
binnenbocht, knipstuk uit
betontegel 20x20x5 cm,
minimaal 1/4 van
tegeloppervlakte
10
2
betontegel 20x20x5 cm,
ruitverband
betontegel bisschopsmuts
hoekstuk
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x20x8 cm,
keperverband
kantopsluiting strekse rij
trottoirband 14/15x25x100 cm
antraciet
hoekstuk uitwendig 15x25x40
cm, 90 graden
opsluitband 10x20x100 cm,
grijs
opsluitband 50 cm, grijs
berm, gras
noppentegel 30x30x8 cm, wit
R8
overrijdbaar voor incidenteel
zwaar verkeer
lichtmast type Leidsche Rijn
6m
R5
R8
toegepast in:
•
•
•
Langerak
Parkwijk
Terwijde
3
Verhardingen
05
Langerakbaan, kruising,
fietspad en zebra
A3 schaal 1:50
Inrichtingselementen:
1
1C
0.75
5.00
0.75
2A
5
9
13
17
13
14
14A
14B
15
16
13
5
0.22
+
0.18+
5
17
betontegel 20x20x5 cm, ruiten halfsteensverband
betontegel pastegel 20x30x5
cm
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x20x8 cm,
halfformaat
trottoirband 14/15x25x100 cm
(75 cm)
trottoir- en inritband
28/30x26x100 cm met verholen
goot
noppentegel 30x30x8 cm, wit
asfaltverharding, zwart
coating signaalrood RAL 3000
coating wit RAL 9016
asfaltverharding beige
trottoirkolk passend in
trottoirband 28/30 cm
boomkrans 120x120 cm,
inwendig rond 90 cm,
antraciet
1
0.20+
5
1
C
0.21+
0.14+
14B
0.15+
14A
15
2A
toegepast in:
9
9
0.18+
1
•
Langerak
0.10+
0.08+
0.00+
0.14+
3
Verhardingen
16
14
0.10+
06
Langerakbaan, kruising met
fietspad
A3 schaal 1:50
Inrichtingselementen:
2.90
1.20
0.10
2.10
0.15
0.30
0.15
1.00
0.15
1
1A
1C
1.00
2
4.40
1 / 10
5
1 / 10
8
0.00+
9
15
0.10
1A
5
0.17+
1
8
9
0.14+
0.23+
10
10
13
14
14A
14B
15
+
2A
13
0.14+
0.04+
betontegel 20x20x5 cm,
ruitverband, antraciet
betontegel bisschopsmuts
betontegel pastegel 20x30x5
cm
waterdoorlatende
betonstraatklinker 10x20x8
cm, keperverband
trottoirband 14/15x25x100 cm
antraciet
opsluitband 10x20x100 cm,
grijs
trottoirband 28/30x25x100 cm
antraciet
talud, gras
noppentegel 30x30x8 cm, wit
asfaltverharding, zwart
coating signaalrood RAL 3000
coating wit RAL 9016
asfaltverharding, beige
14B
2
14A
14
toegepast in:
•
0.17
0.19+
+
0.19+
13
0.07
Langerak
+
0.13+
5
2A
1C
1
0.17+
0.12
+
15
3
Verhardingen
07
0.02
+
0.11
+
Langerakbaan, kruising en
zebra
A3 schaal 1:50
Inrichtingselementen:
0.10
1
2.10
2.00
1C
6.00
2
8
9
9A
1C
8
1
9
9
13
13
1
18
13
14
14A
14B
15
18
betontegel 20x20x5 cm,
halfsteensverband,
antraciet
betontegel pastegel 20x30x5
cm
waterdoorlatende
betonstraatsteen 10x20x8 cm
opsluitband 10x20x100 cm,
grijs
trottoir- en inritband
28/30x26x100 cm, verholen
goot, antraciet
opsluitband 30x25x90 cm,
antraciet
noppentegel 30x30x8 cm, wit
asfaltverharding, zwart
coating signaalrood RAL 3000
coating wit RAL 9016
asfaltverharding, beige
basaltkeien
0.12+
9A
0.22+
0.10+
0.20+
14A
toegepast in:
0.00+
0.17
14B
•
Langerak
+
18
15
2
14
3
Verhardingen
08
0.10
+
Leidingenzone nutsvoorzieningen,
standaard
A3 schaal 1:20
Inrichtingselementen:
•
•
0.00 0.10
•
•
•
1.84
1.99
drinkwaterleiding
nutsleidingen glasvezel, CAI,
LS en MS OV en GVK
straatverlichting
stadsverwarming
riool
trottoir minimaal 2.70m
0.00
0.50
0.60
0.90
1.00
minimaal 1.50m
standaard:
2.30
2.70
stadsverwarming 100/200 mm
Leidsche Rijn
Riool 250 mm
1.65
stadsverwarming 100/200 mm
CAI
1.10 1.25
glasvezel
erfgrens
gevel
0.55
110 mm, drinkwater
0.00
MS LS
GVK OV
•
3
Verhardingen
10
Leidingenzone nutsvoorzieningen,
Veldhuizen en Balije
A3 schaal 1:20
Inrichtingselementen:
•
•
2.02
2.17
0.00
•
•
•
drinkwater- en
huishoudwaterleiding
nutsleidingen glasvezel, CAI,
LS en MS OV en GVK
straatverlichting
gasleiding
riool
huishoudwater is aangelegd tot 2004
0.00
0.50
0.60
0.90
1.00
toegepast in:
2.48
2.88
gas 100/200 mm
Veldhuizen
Balije
Riool 250 mm
1.83
stadsverwarming 100/200 mm
CAI
glasvezel
1.03 1.28 1.43
110 mm, huishoudwater
erfgrens
gevel
0.73
110 mm, drinkwater
0.00
MS LS
GVK OV
•
•
3
Verhardingen
11
Wijkwatergang,
technisch talud, maandelijks
maaien
A3 schaal 1 : 50
Inrichtingselementen:
•
•
•
•
•
1:3
1 : 10
1 : 1.5
1 : 1.5
1 : 10
wijkwatergang minimaal 6
meter breed
openbaar, natuurlijk talud te
maaien, minimaal 1:3
onderwaterberm als invalbeveiliging, minimaal 0,70
meter horizontaal
min. 300 mm lager dan
het max. peil
beschoeiing langs particuliere
tuinen (niet verplicht)
800 +
0.40+ bovenkant beschoeiing
max. peil 0.30+
min. peil N.A.P. (0.0)
0.30
1.30 -
1.00
1.60
1.70
1.60
1.00
7.20
standaard
Ÿ
woonwijken Leidsche Rijn
3
Water
01
Duiker
A3 schaal 1:50(1:100)
20x20x5 cm
betontegel
Inrichtingselementen:
betonrand
•
betonnen
duikerbuis Ø 1300 mm
•
onderwater berm
azobe 100x30 mm
•
gras
trottoir
20x20x5 cm
betontegel
betonnen duiker,
Ø 1.30 m, kan variëren
afhankelijk van gebied
inspectieput voor doorvoer
kabels- en leidingen indien
duiker langer dan 20 m.
bestraat steil talud op kop
watergang
rijweg
10x20x8 cm
klinker
1.80
5.00
inspectieput
(noodzakelijk bij duiker langer dan 20 m
1.80
standaard:
1.25 +
1.15 +
Ÿ
Leidsche Rijn
max. 0,30+
min. NAP
3
Water
06
Zware autobrug
A3 schaal 1:50 (1:150)
Inrichtingselementen:
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
ontwerp bruggen: MAX 1 architecten
autobrug over de watergang
langs de stadsas
gecombineerd auto- en
fietsverkeer, breedte 6,50 m
incl. schampstroken
gescheiden voetgangersdeel,
breedte 2,00 m
betonnen brugdek afgewerkt
met mandurax slijtlaag
fundering met zwarte
betonnen palen
RVS gepolijste brugleuningen,
Ø 48 mm
hekwerk begint op insteek
talud
onderdoorgang hoogte min.
1.0 m t.b.v. onderhoud
onderdoorgang hoogte min.
1.3 m bij schaatsroute
doorvaartbreedte min. 2.5 m
belastingsklasse 600
profiel van de weg loopt door
op de brug
toegepast in:
Ÿ
Ÿ
Langerak
Parkwijk
3
Water
07
Lichte autobrug
A3 schaal 1:50 (1:100)
Inrichtingselementen:
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
autobrug over de
watergangen langs de
Groenedijk
gecombineerd auto-, fiets, en
voetgangersverkeer, breedte
minimaal 4,50 m
voorzien van
voertuiggeleiding
betonnen brugdek afgewerkt
met mandurax slijtlaag
RVS gepolijste brugleuning
Ø 48 mm
hekwerk begint op insteek
talud
onderdoorgang hoogte min.
1.0 m t.b.v. onderhoud
onderdoorgang hoogte min.
1.3 m bij schaatsroute
doorvaartbreedte min. 2.5 m
belastingsklasse 450
ontwerp bruggen: MAX 1 architecten
toegepast in:
brug prefab beton
hekwerk O
/ 48 mm RVS
voertuiggeleiding op brugdek
Ÿ
Ÿ
Langerak
Parkwijk
3
Water
08
Fiets/voetbrug
A3 schaal 1:50
Type I
1.00
Inrichtingselementen:
•
•
0.33
0.33
0.33
•
leuning begint op insteek talud i.v.m. slechtzienden
ontwerp bruggen: MAX 1 architecten
•
•
•
•
•
•
fiets / voetbrug
stalen brugliggers, lengte 15
m, breedte 2.30 m, zwart
gepoedercoat
Robinia houten brugdek, 90
mm gelamineerd met
glasparel coating
RVS gepolijste brugleuning
Ø 48 mm
hekwerk begint op insteek
talud
onderdoorgang hoogte min.
1.0 m t.b.v. onderhoud
onderdoorgang hoogte min.
1.3 m bij schaatsroute
doorvaartbreedte min. 2.5 m
belastingsklasse 300
Type II
toegepast in:
1.00
0.375
Type I
Ÿ
Langerak I
Type II
Ÿ
Langerak II
Ÿ
Parkwijk
0.375
0.25
3
Water
ondermaat aangepast i.v.m. veiligheid kinderen
09
Lichte beschoeiing
A3 schaal 1:10
200+
Inrichtingselementen:
•
houten deksloof 0.15
•
•
max. peil 0
lichte beschoeiing langs
particuliere tuinen
opgeklampte schotten 30 x
500 x 2500 mm
FSC gekeurde houten palen 100
x 100 x 2000 mm, h.o.h 830 mm
alle hout FSC gekeurd
100
200
min. peil 300-
geo-textieldoek
opgeklampte schotten 3x50x250 cm
FSC gekeurd hout
houten palen, FSC gekeurd
10x10x200 cm h.o.h. 0.83 m
standaard
Ÿ
woonwijken Leidsche Rijn
1200
3
Water
10
Zware beschoeiing
A3 schaal 1:10
200+
tegel 50x50x8 mm
betonnen deksloof 40 x 15
Inrichtingselementen:
•
•
max. peil 0
•
gew. betonnen damplanken10x100x350 cm
messing en groef
•
zware beschoeiing langs
openbaar talud
geen onderwaterberm, maar
plat deel aansluitend op
bovenzijde, bovenzijde van hout
gewapende betonnen
damplanken 10 x 100 x
350 cm, messing en groef
betonnen deksloof 40 x 15 cm
min. peil 300-
bijzonder:
Ÿ
woonwijken Leidsche Rijn
3
Water
11
Bestraat talud
A3 schaal 1:10
Inrichtingselementen:
•
basaltzuilen aanbrengen in laag puin
•
•
bestraat talud met
basaltzuilen in laag puin
grindkoffer dikte 0,50 m,
breedte 2,65 m
palenrij Europees naaldhout,
doorsnede 10 cm, lengte 100
cm
max. peil 0
min. peil 300-
400-
grindkoffer
dik 0.50m, breed 2.65m
2 x palenrij
paal van Europees naaldhout
O
/ 10 cm , lengte 100 cm
bijzonder:
Ÿ
Langeraksingel
3
Water
12
Wadi
A3 schaal 1:50
2.08
1.90
1.40
1.80 tot 3.00
3.92
1/2
1.21
1/1
1/1
1 / 2 0.90
grondverbetering
draineerzand
gemengd met humus
Profiel 1
Profiel 2
drainbox
ontgraving
0.50
1.30
0.60
1.60
0.90
nidaplast
1/2
1/2
1/1
0.75
1/1
0.65
talud watergang
0.60
grind 0 20/40
Profiel 4c
Profiel 4d
geotextiel weefsel
polypropyleen
anti-worteldoek over
bestaande drain
1/2
0.90
2.05
1.00
1.80
0.60
1 / 10
1/2
1 / 10
1/1
toegepast in:
1/1
Profiel 6a
0.90
Ÿ
Ÿ
Langerak
Parkwijk
Profiel 7
3.25
1.80 tot 3.00
1/3
1/3
0.80
3
Water
14
standaardprofiel
Zandvangput
A3 schaal 1:20
Inrichtingselementen:
•
1.20
betonnen prefabgoot
•
•
•
•
1.00
0.10
•
•
betonnen prefab goot 300 x
120 x 1000 mm
rooster met ES-vergrendeling
opzetkolk type TBS 9308 ES
grasbetontegels
uitneembaar HDPE-schot,
bevestigd in kolksponning
stellaag steens metselwerk
zandvangput beton 1,00 x
1,00 m
1.20
grasbetontegels
rooster met ES-vergrendeling
0.30
0.25
opzetkolk type TBS 9308 ES
betonnen prefabgoot
1/2
uitneembaar HDPE-schot
bevestigd in kolksponning
0.40
0.30
stellaag steens metselwerk
0.15
toegepast in:
Ÿ
Ÿ
Langerak
Parkwijk
0.40
1.15
0.15
zandvangput 1.00 x 1.00
3
Water
15
Materialen
Een nieuwe stad biedt nieuwe kansen. Maar om die te gebruiken is wel een keur aan afspraken nodig om de
buitenruimte functioneel op orde te krijgen en beheersbaar te ontwerpen. In dit hoofdstuk vindt u de gebruikte
materialen voor de inrichting en de precieze maatvoering van de gebruikte elementen. Leidsche Rijn wijkt hierin in
belangrijke mate af van de overige buitenruimte in Utrecht, voor een belangrijk deel omdat dit stadsdeel ook in
een andere tijd wordt ontworpen, maar ook omdat er veel specifieke materialen gebonden zijn aan de bijzondere
uitgangspunten van Leidsche Rijn. Het watersysteem vraagt om een breed scala aan materialisaties, evenals de
afspraak dat de standaard buitenruimte net even naar een hoger niveau getild wordt.
Zo is een eigentijds en beheersbaar palet gevormd. Voor de toekomst zal dit palet nog voor met name het
centrumgebied aangevuld worden.
4
Atlas voor de Openbare Ruimte
Leidsche Rijn Utrecht
00
200
Bestrating
300
A3 schaal 1:5
20
200
200
200
1
160
200
1A
200
1B
1
1C
1A
20
280
160
bisschopsmuts
standaard betontegel
Inrichtingselementen:
bisschopsmuts hoekstuk
1B
pastegel
60
60
200
300
1C
2
2A
200
140
100
2
2A
100
standaard betonstraatsteen
halve steen
100
200
2B
2B
3
betontegel, klein facet, kleur
antraciet en beige
betontegel bisschopsmuts, klein
facet, kleur antraciet en beige
betontegel bisschopsmuts,
hoekstuk, klein facet, kleur
antraciet en beige
betontegel pastegel, klein facet,
kleur antraciet en beige
waterdoorlatende
betonstraatsteen, kleur beige
en roodbruin
waterdoorlatende
betonstraatsteen, halfformaat
kepersteen waterdoorlatend
goottegel, kleur antraciet
100
100
kepersteen
80
200
300
standaard:
•
•
•
•
•
200
3
trottoirtegel verdiept (goottegel)
60
180
60
7 / 10
50 / 47
300
Parkwijk: beige en antraciet
Langerak: beige en antraciet
Terwijde: beige en antraciet
Het Zand: roodbruin
Leidsche Rijnpark: bruin
4
Verhardingen
01
30
240
30
30
240
30
30
240
30
Gootconstructie
A3 schaal 1:5
20
120
85
300
120
85
300
prefab gootelement 12 x 30/3
120
85
Inrichtingselementen:
300
eindstuk prefab gootelement 12 x 30/3
4
4A
4C
beginstuk prefab gootelement 12 x 30/3
prefab goot
eindstuk prefab goot
beginstuk prefab goot
kleur grijs
30
100
4A
200
4C
200
70
4
1000
standaard:
•
Leidsche Rijn
bijzonder:
•
Balije en Veldhuizen: gestrate
molgoten van klinkers
4
Verhardingen
02
Trottoir en opsluitbanden
20
60
20
60
190 250
190 250
90
130
A3 schaal 1:5
20
20
250
60
190
200 260
170
120
Inrichtingselementen:
5
6
150
trottoirband 15/14 x 25
100
150
150
inritband 15/14 x 25
eindstuk inritband 15/14 x 25
7
300
opsluitband 10 x 20
trottoir- en inritband 28/3 x 26
8
9
5
6
1000
7
1000
8
850
1000
1000
trottoirband 140/150 x 250 x
1000 mm, kleur antraciet
inritband 30/150 x 250 x 1000 mm
kleur antraciet
eindstuk inritband 150 x 250 x
1000 mm (links en rechts),
1000 mm (links en rechts), kleur
antraciet
opsluitband 100 x 200 x 1000 mm,
kleur grijs
trottoir- en inritband
280/300 x 260 x 1000 mm met
verholen goot, kleur antraciet
9
810
standaard:
•
50
90
100
100
Leidsche Rijn
4
Verhardingen
03
Straatverlichting overzicht
A3 schaal 1:50
10.00
Lph 9.80
Hoofdweg
Hoofdweg
Ontsluitingsweg
Woonwijk
Woonwijk
armatuurtype
LR-verkeer
LR-verkeer
LR-verkeer
LR-verkeer
LR-rond/vierkant
lichtbronhoogte
10m
10m
8m
6m
4m
standaard straatverlichting voor
Leidsche Rijn
wegprofiel
110m - 2m - 11m 11m
11m
10m
10m
•
mastafstand
44m
144m
36m
31m
20m
•
aantal armaturen 2
uithouder
ja, lichtbron ca.
0.5m v.d. mast
1
ja, lichtbron ca.
0.5m v.d. mast
1
ja, lichtbron ca.
0.5m v.d. mast
1
ja, lichtbron ca.
0.5m v.d. mast
1
nee
•
•
lamptype(n0
SONT 150W
SONT 150W
PLT 32W
PLT 42W
PLT 36W
PLT 32W
•
•
•
SONT 150W
hoofdrijwegverlichting
enkelzijdig
hoofdrijwegverlichting
dubbelzijdig
woonstraatverlichting
voetgangersverlichting
masten uit aluminium,
legering 6063, fijn geschuurd
deurmaat 400 x 100 mm, 600
mm boven maaiveld
armaturen samengesteld uit:
•
bovenkap PC spuitgietproduct,
gecoat RAL 7047
•
bovenlicht polycarbonaat,
opaal wit, lichtdoorlaat 5%
•
onderkap helder
polycarbonaat, UV resistent,
PC spuitgietproduct
8.00
Lph 7.80
6.00
Lph 5.80
Lph 4.00
standaard:
•
•
•
•
woonwijken Leidsche Rijn
de Wetering
Papendorp
HOV gehele stad Utrecht
4
Verlichting
Hoofdrijwegverlichting
Ontsluitingswegverlichting
Woonstraatverlichting
Voetgangersverlichting
01
Boomkransen
A3 schaal 1:20
boomkransen
Naast de standaard betonnen
boomkrans komen diverse
sierelementen voor. De meest
gebruikte zijn model “Boskoop”
(verhoogd) en model “Boston” (vlak)
in diverse maatvoeringen.
model Boskoop, doorsnede 1200, gietijzer
boomkrans Cru 367, 120 x 120 x 12 cm, antraciet
model Boston, hoogte onderliggend frame 4,5 cm,
plantgat doorsnede 60 cm
0.50
0.30
variabel
1.20
0.90
model Boskoop, doorsnede 1500, gietijzer
0.70
0.30
1.50
bijzonder
variabel
standaard
bijzonder
toegepast in:
•
•
Langerak
Parkwijk
4
Meubilair
01
Afzetpalen
A3 schaal 1:5
0.20
0.20
standaard afzetpalen
•
•
•
•
•
0.60
0.60
vast en uitneembaar
fabrikaat Hess, Inter Design te
Arnhem
type Parijs, hoogte 600 mm en
diameter 200 mm
kleur standaard
ijzerglimmergrijs
artikel nummer 60.10301.0
doorsnede
0.20
doorsnede
0.12
standaard:
•
0.30
TYPE-A
0.12
Leidsche Rijn
0.50
TYPE-B
4
Meubilair
02
0.12
Afvalbak
0.51
A3 schaal 1:10
0.11
afvalbak
•
0.40
•
•
•
0.38
•
0.51
0.30
afvalbak met binnenbak en
kliksluiting
fabrikaat Bammens bv te
Maarssen
type Capitole, inhoud ca. 50 l.
buitenbak 1.5 en 2 mm
verzinkt staal, binnenbak 1
mm sendzimir verzinkt staal
met omgezette bovenrand
kleur RAL 9006, buis RVS
0.61
2.70
0.72
1.15
standaard:
•
Leidsche Rijn
4
0.25
Meubilair
04
0.60
0.30
Ondergrondse afvalcontainer
A3 schaal 1:20
ondergrondse afvalcontainer
•
0.70
•
•
•
•
1.65 / 1.85
•
ondergrondse afvalcontainer
met uitneembare binnenbak
lediging door Kinshofer
systeem
type Metro Waste Systems
fabrikaat Rutte Groep te
Halfweg
standaard in Langerak; voor
overige wijken is aanbesteding
in voorbereiding
kleur bovenbak RAL 9006
1.00
eisen:
•
0.56
•
•
0.56
1.65 / 1.85
variabel:
3, 4 of 5 m3
hart container min. 2 m uit de
erfgrens
hart container min. 5 m uit de
bebouwing
een container dient binnen 75
m (loopafstand) beschikbaar te
zijn
toegepast in:
1.65 x 1.65:
•
Langerak
•
PW Zuid
1.85 x 1.85
•
PW Noord
•
Het Zand
•
Balije
•
Vleuterweide
•
Terwijde
huidige standaard is 1.85 x 1.85
1.65 / 1.85
4
Meubilair
05
Stadsbank
A3 schaal 1:20
0.34
standaard stadsbank
•
•
•
0.20
0.72
0.42
fabrikaat Streetlife bv te
Leiden
type "De Kromme”
afmeting 2340 x 600 mm
voor straten type Hoge Kromme 1
•
polyester gecoate rugleuning
RAL 9006
•
blank gelakte thermisch
verzinkte jukken
•
zitting kunsstof SMC, kleur
antraciet
HKS-1
voor parken type Hoge Kromme 2
•
polyester gecoate rugleuning
RAL 9006
•
blank gelakte thermisch
verzinkte stalen jukken
•
zitting gelamineerd Robinia
hardhout
0.14
0.34
standaard:
•
0.20
Leidsche Rijn
0.72
0.46
HKS-2
4
Meubilair
06
2.34
Hekwerk / fietsbeugel
A3 schaal 1:10
afzethek, RVS geborsteld, 42 mm
variabel van 1.00 - 3.00 m
standaard hekwerk en
fietsbeugel
variabel
fietsbeugel, RVS geborsteld, 42 mm
0.60
dwarsbuis 0/ 20 mm
speciaal vervaardigd voor Leidsche
Rijn met scherpe hoek en
bochtoplossing
fietsbeugel, RVS geborsteld, 42 mm
model Aar (alleen Langerak)
0.60
dwarsbuis 0/ 20 mm
standaard:
•
Leidsche Rijn
0.60
4
Meubilair
07
2.05
1.61
Transformatorstation
A3 schaal 1:20
0.81
0.60
transformatorstation
•
•
beton antracietgrijs
metaaldelen antracietgrijs
transformatorbak
1.85
1.81
1.62
sparing voor midden- en
laagspanningskabels
doorsnede B - B
doorsnede A - A
0.30
0.80
0.80
vrije ruimte rondom
transformatorbak
standaard:
•
Leidsche Rijn
1.45
B
B
1.92
B
B
0.49
4
Meubilair
vooraanzicht
zijaanzicht
08
Programma
Ontwerpen zonder afspraken is een heilloze weg. Daarom zijn er vanaf de start van de ontwikkeling van Leidsche
Rijn en ook gaandeweg afspraken gemaakt over alle wensen, eisen en overige richtlijnen die de ontwerpers als
bagage meekrijgen. Daarin wordt ook duidelijk dat de openbare ruimte een mega-opgave is. Het pakket van
wensen en eisen is uitgebreid en veelzijdig, maar staat regelmatig ook op gespannen voet met elkaar.
Daarin ligt dan ook de cruciale rol van de landschapsarchitect keuzes te maken die passen bij de omstandigheden
en bij de achtergrond van het te ontwerpen deelgebied.
Bij de beoordeling van het plan kan dan de zwaarte van de afspraken op de weegschaal worden gelegd ter
beoordeling van alle betrokken diensten en partijen. Daarmee ontstaat de gewenste diversiteit binnen de
deelgebieden, met toch een herkenbare uitstraling van het stadsdeel Leidsche Rijn.
5
Atlas voor de Openbare Ruimte
Leidsche Rijn Utrecht
00
Speelvoorzieningen
Algemeen
Speelruimte: jongenren ontmoetingsplekken (JOP’s)
Kinderspel is het spelenderwijs leren deelnemen aan de wereld van volwassenen. Soms
door zich er tegen af te zetten, maar meestal door er aan deel te nemen. De ligging
van de speelplekken is daarvoor een eerste vereiste. We zien dat goedbedoelde
inpandige speelplekken de rug worden toegekeerd en de straat met levendigheid en
passanten wordt opgezocht. Waar de postbode langskomt en vader 's zaterdags de
auto wast, is ook de ideale omgeving voor een speelplek. Speelplekken liggen dan aan
de openbare weg, voor zover de veiligheid dit toelaat. Dit betekent een veiliger ligging
voor speelplekken voor de allerkleinsten en met het ouder worden kunnen de
speelplekken meer in aanraking komen met verkeer. Dit heeft tot gevolg, dat
speeltoestellen voor peuters en kleuters geplaatst worden in de nabijheid van de
veilige wereld van achterpaden. Daarmee blijven de kinderen binnen het blikveld van
de ouders en op roepafstand. De veiligheid van een kleuterspeelplaats heeft niet alleen
te maken met de feitelijke ligging, maar ook of de ouders het veilig genoeg vinden om
hun kinderen alleen te laten.
Speeltoestellen voor kinderen van de lagere schoolleeftijd moeten langs woonstraten
aangelegd worden. Vanaf deze plek is er voldoende zicht op voorbijgangers: het leuke
vriendje van school, of het nieuwe buurmeisje. Trapvelden liggen bij voorkeur langs de
meer doorgaande woonstraten. Er is voldoende openbaarheid nodig om te
voorkomen, dat het voetballen overlast bezorgt aan de direct omwonenden.
De grotere elementen zoals buurtparken, die speelvoorzieningen voor middelbare
scholieren herbergen, liggen bij voorkeur aan buurtontsluitingswegen. Gecombineerd
met wijkvoorzieningen, als winkels en scholen, ontstaan hier de belangrijkste
knooppunten tussen verschillende woonwijken. Dit zijn de belangrijkste trekpleisters
voor middelbare scholieren.
Door de koppeling van de speelplekken aan de verschillende leeftijdscategoriën is
tevens het bereik van deze plekken vanaf de woning bepaald. Op deze wijze ontstaat
een hiërarchie van kleine speelplekken dichtbij huis tot steeds grotere voorzieningen
op verdere afstand.
Voor de oudere doelgroep zijn inmiddels een aantal voorzieningen in Leidsche Rijn
getroffen. Het referentiekader voorzieningen biedt hiertoe een aantal financiële
mogelijkheden. Voor de JOP’s is de situering cruciaal. Zij dienen bij voorkeur in overleg
met de jeugdorganisaties te worden uitgezocht, waarbij zichtbaarheid, bereikbaarheid
en overlast afgewogen moeten worden. De lokaties dienen bij voorkeur in het
Stedenbouwkundig programma voor en deelgebied te worden opgenomen.
Dienst
Stadswerken
www.utrecht.nl
Informatie
Procedure
In het SPVE wordt de hiërarchische reeks van de speelvoorzieningen in aantal en
verspreiding aangegeven op een facetkaart.
In het Stedenbouwkundig Plan wordt het ruimtebeslag van de speelvoorzieningen op
de plankaart ingetekend.
In het Inrichtingsplan worden de speelplekken in hun basisinrichting van verharde en
onverharde onderdelen uitgewerkt. Op het Inrichtingsplan en op de
Voorlichtingstekening worden de plekken voor speeltoestellen met een symbool
aangegeven.
Richtlijnen Straatmeubilair Utrecht
Leren van beheren
Naast de eisen in deze Atlas, geldt ook dat de openbare ruimte als totaal een zeer
belangrijke factor is voor het spelen. In de inrichting zijn spelaanleidingen minstens
even belangrijk als toestellen. Spelaanleidingen moeten prikkelend werken en
kinderen uitlokken om ze te benutten. Daarbij dient de ontwerper de veiligheid goed
in ogenschouw te houden. Uit de recente Jantje Beton norm wordt zelfs een behoorlijk
percentage van de openbare ruimte toebedeeld aan de functie spelen voor kinderen.
Het spelen is ook vaak gericht op ontmoeting.
Maatvoering
kleuterspeelplaatsen:
( 3-6 jaar)
kinderspeelplaatsen:
( 6-12 jaar )
speelterreinen:
( 12-18 jaar )
oppervlakte 300 m2
inrichting overwegend verhard
verbreding van achterpaden, bermen of stoepen
oppervlakte 600 m2 à 1500 m2
verhard speelpleintje van 20 x 30 m of
grasveldje van 30 x 50 m
oppervlakte ten minste 3000 m2
volwaardig trapveld van min. 40 x 75 m
Speelpleinen in de parkgebieden
voorbeelden
Situering
kleuterspeelplaatsen:
kinderspeelplaatsen:
speelterreinen:
kinderspeelplaats, 6 - 12 jaar
max. 100 meter vanaf elke woning
verruimingen aan het einde van het achterpad
speelstoepen en -bermen
kleine overhoeken en delen van pleinen
ligging in / aan het voetgangersgebied
max. 200 meter vanaf elke woning
kleine pleintjes en grasvlakken (deels verhard)
ligging aan woonstraten, minimaal 15 m vanaf een
woning
max. 400 m vanaf elke woning
onderdeel van de parken in Leidsche Rijn
trapveld van gras, verharde veldjes voor basketbal etc.
natuurlijke spelaanleiding
5
Afspraken
01
Verkeer [1]
Algemeen
Verblijfsgebieden
Uitgangspunt bij het parkeerbeleid is het beperken van het autogebruik. In Leidsche
Rijn wordt de beperking van het autogebruik bevorderd door de aanleg van een
duurzaam netwerk van doorgaande verbindingen voor openbaar vervoer, fietsers en
voetgangers en een beperking van het aantal doorgaande verbindingen voor de auto.
Onder verblijfsgebieden (in het Startprogramma 'verkeersluwe gebieden' genoemd)
vallen de gebieden die nu reeds als zodanig zijn aangeduid door 30 km/uur borden of
door bord G5 (”erf”) en de voetgangersgebieden.
Dienst
Stadsontwikkeling
www.utrecht.nl
Parkeren
Informatie
Het streven naar beperking van het autogebruik brengt met zich mee dat bij de
inrichting van nieuwe woonwijken een belangrijk deel van de beschikbare ruimte
ingericht en gereserveerd moet worden voor parkeerplaatsen. Ruimte die niet voor
andere doeleinden kan worden benut. Teveel aan parkeerplaatsen gaat ten kosten van
het openbaar groen, speelplekken en verblijfsruimten. Te weinig parkeerruimte
bedreigt diezelfde openbare ruimte door ongepland gebruik.
Door gebruik te maken van parkeerkencijfers wordt het benodigde aantal
parkeerplaatsen en daarmee het feitelijke ruimtebeslag voor parkeren bepaald.
Type woning
sociale woning
goedkope koop
dure koop
seniorenwoning /
klein appartement
aanleunwoning
Type bedrijven
kantoren schil
kantoren overig
Notitie Sturen Parkeerbeleid
actualisatie 2005
Startprogramma
GVT kaart
Parkeerkerncijfer
1,2 - 1,4
per woning
1,35 - 1,6
1,5 - 1,75
1,10
0,60
0,8 - 1,5
1,2 - 1,9
per 100 m2 BVO
vuilnisauto / containerauto
90o 4 km/u
personenauto
R = min.
10 km/u
20 km/u
30 km/u
50 km/u
Schil is voor Leidsche Rijn: Wetering Noord en Zuid, Leidsche Rijn Centrum en Haarrijn.
Overig is voor Leidsche Rijn: Papendorp, Strijkviertel
Deze berekening houdt echter geen rekening met de karakteristieken van een wijk en
de openbare ruimte.
vuilnisauto
10 km/u
R = 4.75 m
R = 9.50 m
R = 22.50 m
R = 62.50 m
oplegger 16 m
R = min.
Bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen na realisatie dient de volgende telwijze
gehanteerd te worden:
Wijze van parkeren
garage met oprit (van de volle lengte)
garage zonder oprit
carport
tuinparkeerplaats
Telwijze van de parkeerplaats
1, 0 parkeerplaats
0,5 parkeerplaats
0,85 parkeerplaats
0,5 parkeerplaats
vrachtauto
R=6
60
lagevloer gasbus
Den Oudsten
15 km/u
30
90
Fietspaden
benodigde ruimte voor
af- en opzetten container
Met betrekking tot fietspaden worden onderstaande uitgangspunten gehanteerd:
Ÿ Fietsstroken (die niet gescheiden zijn van de rijbaan) worden uitgevoerd in rood.
De inmiddels beige uitgevoerde fietsstroken worden zodra aan de weg gewerkt
moet worden, alsnog in rood uitgevoerd;
Ÿ Fietspaden die vrij liggen van c.q. afgescheiden zijn van de rijbaan hoeven niet in
rood uitgevoerd te worden. Omwille van stedenbouwkundige redenen kan daar dus
de kleur beige worden toegepast; in Leidsche Rijn is dit de standaard.
Ÿ Op kruispunten waar fietsers voorrang hebben, wordt de voorrang benadrukt door
de kleur van het fietspad door te zetten over het kruispunt.
Ÿ Indien wordt besloten dat de bromfietser op het fietspad blijft rijden, moet een
bord G11 “verplicht fietspad” worden vervangen door het nieuwe bord
“verplicht fiets/bromfietspad”.
Interliner 15 m
15 km/u
180
vrachtauto 15.5 m l
1
5m
schaal 1:500
containerauto
R = 4.5
snelheid minimaal
5
Afspraken
02
Verkeer [2]
Halen en brengen bij basisscholen
Bij basisscholen wordt het ontwerp getoetst aan een aantal aspecten:
Ÿ ruimtelijke ordening
Ÿ infrastructuur
Bij de ruimtelijke ordening wordt er gekeken of er sprake is van een verkeersluwe
schoolomgeving. Scholen die vooral de eigen wijk bedienen horen in het hart van de
wijk, direct ontsloten vanaf de hoofdontsluiting van de wijk en goed bereikbaar te
voet en op de fiets. De ingang van de school ligt bij voorkeur aan een langzaam
verkeersroute of een verkeersluwe straat. Voor de ouders dient een
parkeermogelijkheid aanwezig te zijn die niet recht voor de ingang ligt. Dit komt
verderop ook nog aan bod.
Door het bundelen van de school met andere voorzieningen maakt het mogelijk om de
parkeervoorzieningen die intensief worden benut; 's morgens door de ouders, overdag
door bezoekers van de voorzieningen.
Wat infrastructuur betreft wordt getoetst op een aantal aspecten:
Ÿ scheiden snel- en langzaamverkeer
Ÿ Stimuleren van fietsen en lopen door het bieden van veilige en comfortabele
fietsroutes naar scholen aan te bieden inclusief goede voorzieningen voor
voetgangers aan fietsers bij de school zelf
Ÿ Reguleren van het breng- en haalverkeer per auto door goede
parkeervoorzieningen direct bij de school
Ÿ Reguleren van doorgaand autoverkeer door snelheidsremmende maatregelen e.d.
Veranderingen
De wegbeheerder heeft te maken met wijzigingen van zowel het RVV 1990 als de
Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens. De wijzigingen in het RVV 1990
zijn opgenomen om “voorrang fietser van rechts” (eind 2000) en “bromfiets op de
rijbaan” (in 1999) te kunnen invoeren. De wijzigingen van de Uitvoeringsvoorschriften
hebben betrekking op de inrichting en het regelen van de voorrang.
Leren van beheren
Uit de ervaringen tot nu toe blijkt dat het werkelijk gebruik van de verkeersstructuur
nogal kan afwijken van hetgeen in de planvorming gedacht is. Een uitdrukkelijke check
op routing, maar ook een check op mogelijk ander of ongewenst gebruik, kan een
bijdrage leveren om dit te beperken. Vaak zit het in de overgang tussen langzaam
verkeer en bromfietsers en 30 km zones. Voetpaden worden dan gebruikt door
weggebruikers waar dit niet voorzien was. Door hier beter op te anticiperen en de
gebruikservaringen daadwerkelijk te integreren, kan het verschil tussen plan en
realiteit verkleind worden. Materialisatie en detaillering spelen hierin een belangrijke
rol. De weggebruiker roept als het ware om extreme duidelijkheid.
Naast alle eisen die gesteld worden is parkeren bij uitstek een gegeven dat bewoners
sterk raakt. Het zicht op de geparkeerde auto blijft een belangrijk gegeven. Indien er
geen zicht op is ontstaat snel foutief gedrag. Dat geldt ook voor de afstand tot de
parkeerplaats. Bij te grote afstand zal men toch overal proberen dichterbij te parkeren
en dat leidt ook tot ongewenst parkeergedrag in bermen, langs andere woningen e.d.
Gezien de sterke binding met de auto leiden deze zaken ook tot sterke conflicten
tussen bewoners onderling. Duidelijkheid is hierbij een cruciaal gegeven. Zodra de
verharding of inrichting niet zeer logisch is, is misbruik direct te verwachten. Ook het
princpe “auto te gast” vraagt in de praktijk te veel van de automobilist en leidt tot veel
onduidelijkheid.
voorbeelden
parkeren in de berm
onduidelijke zonering
5
Afspraken
02
Brandweer
Algemeen
Woongebieden, kantoorterreinen en industriegebieden moeten altijd door tenminste
twee ontsluitingswegen bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. De tot het
wegtracée behorende openbaar vervoersbanen moeten door brandweer voertuigen
kunnen worden bereden. Afscheidingen van openbaar vervoersbanen moeten door
brandweervoertuigen kunnen worden overschreden.
Het toepassen van niet-automatische afsluitingen van wegen te gebruiken door de
hulpverleningsdiensten moet worden voorkomen. Het gebruik van verkeersremmende
maatregelen in ontsluitingsroutes moet worden voorkomen.
Maatvoering
In verband met de afmetingen van de voertuigen eist de Brandweer overal een vrije
doorrijbreedte van 3,50 meter en een vrije doorrijhoogte van 4,20 meter. Extra
aandacht wordt gevraagd voor de luifels ed. Gelet op het risico van een tijdelijke
blokkering van een weg moeten gebouwen vanuit twee richtingen te benaderen zijn,
tenzij de beschikbare rijbreedte tenminste 5,50 meter is. Voor ontsluitingswegen met
gescheiden rijstroken waaraan geen gebouwen zijn gelegen, is een minimale breedte
van 3 meter per rijstrook noodzakelijk.
De hoofdingang van een gebouw moet door een brandweervoertuig tot op 15 meter
te benaderen zijn. Een eengezinswoning (niet gestapeld) moet tot op minimaal 40
meter van de hoofdingang door een brandweervoertuig kunnen worden benaderd.
Niet tot bewoning bestemde gebouwen zijn voor blusvoertuigen bereikbaar door
middel van een obstakelvrije rijloper met een breedte van tenminste 3,50 meter. De
breedte van de rijloper moet tenminste 4,0 meter bedragen, indien deze is gelegen
langs gevels of langs andere obstakels, zoals paaltjes, hekwerken ed.
Rijlopers en opstelplaatsen moeten zodanig zijn aangelegd, dat zij geschikt zijn voor
voertuigen met een asbelasting van 100 KN (NEN 1008: klasse 30).
Om op plaatsen, waar de bluswatervoorziening alleen uit onder- of bovengrondse
brandkranen bestaat bij het uitvallen van de waterleiding toch nog over voldoende
bluswater op een redelijke afstand te beschikken, moeten per object op een afstand
van 225 m (320 m over de weg gemeten) van de toegang tot het object secundaire
bluswaterwinplaatsen, niet zijnde brandkranen, aanwezig zijn met dezelfde capaciteit.
Deze bluswaterwinplaatsen moeten zodanig zijn gesitueerd, dat te allen tijde het
aangegeven aantal blusvoertuigen tegelijkertijd kan worden ingezet.
Bij deze secundaire bluswaterwinplaatsen kan gedacht worden aan open water,
brandputten op een bluswaterriool, zijnde geen regenwaterriool, geboorde putten,
blusvijvers of reservoirs. Indien deze bluswaterwinplaatsen bruikbaar moeten zijn voor
de brandweer, mag de statische zuighoogte bij de verlangde capaciteit, niet meer dan
5 meter bedragen.
Procedure
Het SPVE wordt door de Brandweer getoetst op algemene principes van
bereikbaarheid, bluswatervoorziening en veiligheid van het openbaar gebied.
Mogelijke knelpunten in het uit te geven gebied worden gesignaleerd. In het
Stedenbouwkundig Plan wordt de uitwerking getoetst op de bereikbaarheid van de
gebouwen en de toegankelijkheid van het openbaar gebied.
In het Inrichtingsplan worden de maatregelen en maatvoering in het openbaar gebied
getoetst. De bereikbaarheid en de ligging van de bluswatervoorziening worden per
gebouw beoordeeld aan de hand van de bouwaanvraag.
Bij bouwaanvragen dient de procedure van bouwvergunningen gevolgd te worden via
vooroverleg brandweer en inspecteur Bouwvergunningen van de Dienst
Stadsontwikkeling.
Dienst
Brandweer Utrecht
www.utrecht.nl
Informatie
Bouwbesluit 2003
Bouwverordening gemeente Utrecht
Brandbeveilingingsinstallaties (NVBR)
Handleiding bluswater en
bereikbaarheid (NVBR)
10.0 m
Bluswatervoorzieningen
Bluswaterwinplaatsen worden aangebracht in de vorm van onder- of bovengrondse
brandkranen aangesloten op de openbare drinkwaterleiding.
Brandkranen worden in de trottoirs aangebracht op een onderlinge afstand van
maximaal 100 meter. In geval van langsparkeren is de minimale maat tussen stoeprand
en kraan 0,35 meter; bij haaks parkeren is de maat 0,75 meter.
De minimale opbrengst van een brandkraan moet 60 m3/uur zijn bij gelijktijdig gebruik
van 2 nabij elkaar gelegen brandkranen.
3.5 m
4 m obstakelvrij
opstelvak blusvoertuig
schaal 1/100
Voor gebieden met voornamelijk kantoorgebouwen en gestapelde woningbouw
moeten de primaire bluswaterwinplaatsen aan de volgende voorwaarden voldoen:
Een waterwinplaats voor het eerste blusvoertuig in de vorm van een onder- of
bovengrondse brandkraan op een waterleiding met een capaciteit van 60 m3Iuur. Een
waterwinplaats voor het tweede blusvoertuig, bij voorkeur in de vorm van een onderof bovengrondse brandkraan op een waterleiding met een capaciteit van 60 m3Iuur bij
gelijktijdig gebruik van de brandkranen voor de eerste twee blusvoertuigen.
Voor gebieden met alleen eengezinswoningbouw (niet gestapeld) moeten de primaire
bluswaterwinplaatsen aan de volgende voorwaarden voldoen:
Een waterwinplaats voor het eerste blusvoertuig in de vorm van een onder- of
bovengrondse brandkraan op een waterleiding met een capaciteit van 30 m3Iuur. Een
waterwinplaats voor het tweede blusvoertuig, bij voorkeur in de vorm van een onderof bovengrondse brandkraan op een waterleiding met een capaciteit van 30 m3Iuur bij
gelijktijdig gebruik van de brandkranen voor de eerste twee blusvoertuigen.
Voor gebieden waar gebouwen met bijzondere risico's worden gebouwd, dient in
overleg met de brandweer de bluswatercapaciteit te worden bepaald.
bochtstraal r = 10 m
schaal 1/200
5
Afspraken
03
Beheer watergangen [1]
Algemeen
In de profielen van de hoofdwaterlopen (primaire waterlopen) zijn flauwe en steile
oevers opgenomen die een diversiteit aan leefmilieus voor planten en dieren
garanderen. Voor een optimale verscheidenheid in leefmilieus dient de flauwe oever
op de bezonde kant (=noordzijde) te liggen. Bovendien hebben de waterplanten op de
flauwe oevers een zuiverende werking binnen het gehele watersysteem van de
Leidsche Rijn. In de profielen van de waterlopen is waar mogelijk rekening gehouden
met de ecologische betekenis. In andere gevallen is gekozen voor een veiligheid van de
toekomstige bewoners en is het flauwe talud of plasberm aan bewonerszijde
gesitueerd.
Beheer en onderhoud
De hoofdwatergangen en mogelijk ook de wijkwatergangen in Leidsche Rijn worden
beheerd door het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Hierbij wordt
onderscheid gemaakt in het doorstroomprofiel en de taluds: de taluds zijn in
onderhoud bij de gemeente of aangelanden.
De hoofdwatergangen en zo mogelijk ook de wijkwatergangen worden onderhouden
door middel van een veegboot. Het onderhoud door middel van een veegboot heeft
de voorkeur, omdat het een beter onderhoudsresultaat geeft, de oevers minder kapot
gereden worden, er geen bagger en planten blijven liggen, die pas later worden
opgehaald en daardoor minder klachten van omwonenden geeft. Bij varend
onderhoud zullen bruggen en duikers doorvarend moeten zijn. Tevens dienen voor de
onderhoudsboten waterinlaat en uitlaatplaatsen te worden aangelegd.
Als het niet mogelijk is gebruik te maken van een veegboot, dan moeten de
watergangen worden onderhouden met de maaikorf. Hierbij moet ruimte vrij worden
gehouden langs de waterkant. Als vanaf de kant het onderhoud zal worden
uitgevoerd is de aanwezigheid van de bomen een belemmering.
Het Hoogheemraadschap “de Stichtse Rijnlanden” stelt bij onderhoud vanaf de kant de
volgende eisen:
Ÿ een onderhoudspad (schouwpad) van 3,0 m
Ÿ een obstakelvrije zone van 5,0 m
Indien hieraan niet wordt voldaan moeten de bomen minimaal h.o.h. 8,0 m uit elkaar
staan.
Het doorstroomprofiel wordt in geval van een veegboot 5 à 6 x per jaar gemaaid; in
geval van onderhoud met een maaikorf 2 x per jaar.
De slootkanten en taluds worden onderhouden door gemeente en aangelanden, die
vrij zijn in de methode van onderhoud. De schouw vindt 1 x per jaar plaats.
Waterkwaliteit
Ten behoeve van de waterkwaliteit is het van belang dat hoofdwatergangen
voldoende waterdiepte hebben (minimaal 1,5 m), bij voorkeur flauwe oevers aanwezig
zijn en doorlopende (doorstromende) watergangen. Daarnaast dient nog te worden
opgemerkt dat het de waterkwaliteit ten goede zou komen als (bladverliezende)
bomen niet te dicht langs de watergang worden geplant.
Door de berging van hemelwater in het oppervlaktewater is een peilfluctuatie
mogelijk van 0,3 m. Het minimale peil zakt ten hoogste deze 0,3 m uit ten opzichte van
het maximale peil.
Maatvoering
onderhoud watergang met veegboot:
diepte hoofdwatergang t.o.v. min. peil minimaal
(diepte wijkwatergang t.o.v. min. peil minimaal
bodembreedte watergang minimaal
doorvaartbreedte bruggen
1,5 m
1,0 m
1,5 m
2,5 m
doorvaarthoogte bruggen tov max. peil
waterbreedte tussen plasbermen (gebied A)
waterbreedte tussen plasbermen overig
maaifrequentie
breedte inlaatplaats veegboot
helling inlaatplaats veegboot
1,0 m
4,0 m
5,0 m
5 à 6 x per jaar
3,0 m
1:6
onderhoud watergang met maaikorf:
breedte schouwpad minimaal
schouwpad vrij van obstakels minstens
afstand tussen bomen langs schouwpad
omrijafstanden schouwpad maximaal
breedte watergang bij enkel schouwpad max.
breedte bij dubbel schouwpad max .
hellingshoek talud maximaal
maaifrequentie
3,0 m
5,0 m
8,0 m minimaal
50 m
8,0 m
16,0 m
1:3
2 x per jaar
Situering
Inlaatplaats van de veegboot ter plaatse van duikers.
Mogelijkheid tot het verwijderen van vuil ter plaatse van kunstwerken; mogelijkheid
bieden tot opslag van onderhoudsbagger.
In woonsituaties kan i.v.m. de veiligheid een plasberm noodzakelijk zijn. Deze dient
ook om bij minimaal peil net onder water te blijven (0,10 m). De breedte varieert van
0,5 tot 1,0 m.
Procedure
Het ontwerp voor de waterstructuur is in hoofdlijnen aangegeven in het hoofdrapport
Nieuwe stad, schoon water. Het watersysteem van Leidsche Rijn.
In het SPVE wordt de structuur van het watersysteem in samenhang met de
stedenbouwkundige plannen uitgewerkt. In het Stedenbouwkundig Plan met
bijbehorende dwarsprofielen wordt het ruimtebeslag van watergangen en taluds
ontworpen. Op basis van deze gegevens worden de watergangen in de bouwrijpfase
aangelegd.
In het Inrichtingsplan worden de watergangen ingepast in de inrichting van de
openbare ruimte.
Afkoppelen hemelwater
Uitgangspunt van heel Leidsche Rijn is 80 % van het verhard oppervlak afkoppelen
waarbij het regenwater zoveel mogelijk bovengronds moet worden afgevoerd,
conform de uitgangspunten van het rapport “Nieuwe Stad Schoon Water”. Methoden
van afkoppelen zijn het toepassen van doorlatende verhardingen, wadi's en
berminfiltratie voorzieningen.
Uitgangspunten afkoppelen hemelwater:
Ÿ De goten worden grotendeels als molgoot in elementverharding uitgevoerd. De
goten zijn breed en ondiep zodat er een goede oversteekbaarheid aanwezig is;
Ÿ Voor het verhang van goten wordt als gevolg van de zettinggevoeligheid van het
gebied een verhang van 5 ‰ voorgesteld en een lengte van 50 tot maximaal 100 m;
Ÿ De toepassing van goten in de weg is niet nodig wanneer infiltratievoorzieningen in
stroken parallel aan de weg worden ingepast. De weg kan dan op één oor
afwateren naar de infiltratievoorziening;
Ÿ De capaciteit van de wateropvang bestaat uit 6 tot 10 % van het af te koppelen
verhard oppervlak (afhankelijk van de bergingsdiepte en inrichting van de
infiltratievoorziening en de toepassing van doorlatende verhardingen);
Ÿ De minimale drooglegging voor wadi's bedraagt 1,05 m. Bij het oppervlaktepeil van
bijvoorbeeld NAP 1,40 m. is een minimale maaiveldhoogte van NAP 0,35 m. vereist;
5
Afspraken
05
Beheer watergangen [2]
Ÿ Het talud van de wadi bedraagt minimaal 1:3 (in verband met maaien);
Ÿ De diepte van de wadi is circa 20 à 30 cm;
Ÿ Het water van daken kan via de voorzijde van de woning bovengronds afgevoerd.
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Dienst
Het dakwater van de daken grenzend aan open water kan direct op de waterloop
worden afgekoppeld, bij voorkeur bovengronds. Indien dit niet haalbaar is, is
ondergronds afkoppelen van dakwater toegestaan via een buis die uitstroomt
boven het oppervlaktewaterpeil;
Bij afvoer naar de achterpaden kan worden aangesloten op een infiltratieriool of,
bij uitzondering, op het gewone rioolstelsel;
De daken die niet grenzen aan open water moeten afwateren op wadi's of
bermpassage. Het regenwater kan dan via een molgoot afstromen naar de wadi.
In gebieden waar geen directe infiltratie door hoge grondwaterpeil mogelijk is
wordt een bermpassage aangelegd: afstromend hemelwater wordt eerst door de
bodem geleid en stroomt via het talud uit in de waterloop;
Wadi's (en bermpassages) dienen, indien qua grootte noodzakelijk, te worden
voorzien van een overstortmogelijkheid naar open water (of naar een
regenwaterriool). De afstand van wadi's naar open water (of naar een
regenwaterriool) mag derhalve niet groot zijn. Bij een ondergrondse
overstortleiding moet voldoende ruimte in het profiel zijn voor deze extra buis;
De infiltratievoorzieningen dienen bij voorkeur zodanig in de profielen te worden
opgenomen dat zo min mogelijk kruisingen met wegen en inritten naar woningen
ontstaan. Met name bij parkeren op eigen terrein vormt de wadi in het wegprofiel
een lastig obstakel. Ter plaatse van de inritten dienen dan extra voorzieningen in de
vorm van dammen met duikers of kleine bruggen aangelegd te worden.
Stadswerken
www.utrecht.nl
Hoogheemraadschap De Stichtse
Rijnlanden
www.hdsr.nl
Informatie
Bouwstenen waterkwantiteit Leidsche
Rijn
Uitbreidingsplannen stedelijke
gebieden
Het rapport “Nieuwe Stad Schoon
Water” d.d. november 1997
De handleiding “Procedures
Ontwerpeisen en Vergunningen” d.d.
19 april 2000
Leren van beheren
Met name de bovengrondse regenwaterafvoer met goten en met wadi’s stuit vaak op
onbegrip. De afgelopen jaren is al veel verbeterd door met meer oplossingen
genuanceerder te ontwerpen. Ook dubbel gebruik van wadi’s is bespreekbaar en soms
mogelijk. Draagkracht bij bewoners is noodzakelijk voor een duurzame
instandhouding en dat vereist in het planproces een zorgvuldig nadenken daarover.
min. 1.0
min. 1.5
var. 0.5 - 1.0 m
hoofdwatergang schaal 1:100
min. 1.5 m
var. 0.5 - 1.0 m
var. 0.5 - 1.0 m
min. 1.5 m
var. 0.5 - 1.0 m
wijkwatergang schaal 1:100
5
Afspraken
05
Openbare verlichting
Algemeen
In de praktijk kan onderscheid gemaakt worden tussen functionele verlichting en
sierverlichting. De functionele verlichting is meestal ontwikkeld op basis van technische
eisen en is goedkoop. Wat betreft vormgeving is duidelijk, dat een mooi ontwerp geen
uitgangspunt is geweest. Daarnaast is sierverlichting verkrijgbaar, waarbij een
bijzondere vormgeving voorop heeft gestaan; de lichtopbrengst is secundair.
Het is voor een project als Leidsche Rijn de bijzondere opgave om een goed en
eigentijds vormgegeven verlichting te gebruiken, die voldoet aan alle huidige eisen
van lichttechniek, energiebesparing en sociale veiligheid.
Voor de functionele verlichting van Leidsche Rijn is daarom een nieuwe familie van
straatverlichting ontwikkeld. De familie bestaat uit hoofdrijbaan verlichting,
woonstraatverlichting en voetgangersverlichting. Het ontwerp is gemaakt door N \ P \
K Industrial Design uit Leiden. Het ontwerp combineert een moderne en zorgvuldige
vormgeving met hoge lichttechnische eisen. Het ontwerp bestaat uit een
kofferarmatuur voor de hoofdrijbaan- en woonstraat verlichting, een rond en een
vierkant armatuur voor de voetgangersgebieden en een bijbehorende serie aluminium
masten. Fabrikant van de armaturen is Industria Technische Verlichting bv uit
Rotterdam; de masten zijn van Alcoa Europe uit Drunen.
De serie verlichtingselementen is standaard voor de woongebieden in Leidsche Rijn
Utrecht; voor bedrijfs- en kantoorterreinen kan ook van deze verlichting gebruik
worden gemaakt. Langs de hoofdwegen wordt deze verlichting ook toegepast in de
gemeente Vleuten - de Meern.
aangegeven. In het Inrichtingsplan worden nauwkeurig alle elementen van
straatverlichting uitgetekend.
Op basis van het vastgesteld Inrichtingsplan wordt door de Dienst Stadswerken in
samenwerking met Ingenieursbureau Utrecht de technische verlichtingstekeningen
vervaardigd.
Dienst
Stadswerken
www.utrecht.nl
Leren van beheren
In de praktijk blijkt dat wel aan alle eisen voldaan wordt, maar er toch sprake blijft van
veel lichtoverlast in woningen en particuliere tuinen. Vaak blijven de locaties tot het
laatste moment onduidelijk in het planproces en levert dit oplossen in een late fase in
het planproces geen bijdrage aan een goede plaatsing. Hiervan zijn in het verleden
diverse voorbeelden beschikbaar.
Informatie
Bestek technisch uitwerken en leveren
van armaturen en masten ten behoeve
van openbare verlichting in het
nieuwe stadsdeel Leidsche Rijn
Projectbureau Leidsche Rijn Utrecht
Utrecht, 7 november 1997
Maatvoering
hoofdrijbaan verlichting:
woonstraat verlichting:
voetgangers verlichting:
mastlengte 10 m of 8 m
enkel armatuur bij portaalopstelling
dubbel armatuur bij middenberm opstelling
armatuur 504 x 396 x 246 mm
lamptype SON-T - 150W
diameter mastvoet 226 mm, masttop 76 mm
mastlengte 6 m
enkel armatuur bij éénzijdige opstelling
armatuur 504 x 396 x 246 mm
lamptype PLT - 42W
diameter mastvoet 173 mm, masttop 76 mm
mastlengte 4m
paaltop armatuur
armatuur vierkant 583 x 583 x 306 mm
armatuur rond Ø 631 x 306 mm
lamptype PLL - 24W
diameter mastvoet 144 mm, masttop 60 mm
Situering
hoofdrijbaan verlichting:
woonstraat verlichting:
voetgangers verlichting:
onderlinge mastafstand maximaal 44m
0,70 m uit de kant rijbaan
onderlinge mastafstand maximaal 31 m
0,60 m uit de kant rijbaan (min. 0,50 m)
onderlinge mastafstand maximaal 20 m
0,60 m uit de kant verharding, uitzondering
parkeervakken
Procedure
In het SPVE wordt beschreven, waar gebruik gemaakt wordt van standaard verlichting
en op welke bijzondere plaatsen hiervan wordt afgeweken. In het Stedenbouwkundig
Plan wordt in de dwarsprofielen het type en de positie van de straatverlichting
hoofdwegen
hoofdwegen
ontsluitingswegen woonstraten
voetpaden
Armatuurtype
LR - 150
LR - 150
LR - 100
LR - 42
LR - rond
LR - vierkant
lichtbronhoogte
wegprofiel
mastafstand maximaal
aantal armaturen
uithouder 0,50 m uit de mast
lamptype
lampvermogen (L/W)
voorschakeling
avond/nacht schakeling *
E lux gem. verlichtingssterkte
L gem cd/m2 wegdekluminantie
gelijkmatigheid
verblindingsfactor
E lux,x semicyl. verl. sterkte
Ra kleurweergave index
Tk kleurtemperatuur
Depreciatiefactor (rekenwaarde)
Wegdek **
10 m
11-2-11 m
44 m
2
ja
SONT 150W
min. 100
conventioneel
ja
0,8 - 1
> 0,4
< 20%
0,85
R3 (zw. asf.)
10 m
11 m
44 m
1
ja
SONT 150W
min. 100
conventioneel
ja
0,8 - 1
> 0,4
< 20%
0,85
R3 (zw. asf.)
8m
10 of 2 x 10 m
36 m
1 of 2
ja
SONT 100W
min. 100
conventioneel
ja
0,8 - 1
> 0,4
< 20%
0,85
R3 (zw.asf.)
6m
10 m
31 m
1
ja
PLT 42W
min. 75
elektronisch
nee
>3
> 0,3
> 0,5
> 25
> 3300
0,85
R3 (zw. asf.)
4m
9m
20 m
1
nee
PLL 24W
min. 75
elektronisch
nee
>3
> 0,3
> 0,5
> 25
> 3300
0,85
grijs beton
* met dimmer in armatuur
** is van belang voor L gem waarde; niet van belang voor de E lux, maar wel voor de belevingswaarde
5
Afspraken
07
Kunstwerken
Algemeen
Bij de kruisingen met watergangen worden in Leidsche Rijn bruggen of duikers
toegepast. De kruising met een hoofdwatergang wordt vormgegeven met een brug;
voor de overige kruisingen wordt in het algemeen gebruik gemaakt van duikers.
Voor Langerak en Parkwijk is een familie van bruggen ontworpen door het
architectenbureau Max uit Rotterdam. Uitgangspunt hierbij was een samenhangende
vormgeving te ontwikkelen voor de verschillende types bruggen: autobruggen, die
aansluiten op de Langerakbaan, autobruggen in de woonstraten, fiets- en
voetgangersbruggen en tenslotte smalle autobruggen direct naar particuliere
terreinen. Belangrijk hierbij was de woonomgeving dicht bij het water te laten, zodat
het karakter van weilanden en sloten te ervaren blijft.
Voor het deelgebied Terwijde is eveneens een bijzondere familie van bruggen
ontworpen om de eenheid van dit deelgebied te benadrukken. Dit zal ook voor de
toekomstige deelgebieden blijven gebeuren.
De bruggen en duikers dienen zoveel mogelijk onderhoudsvrij te worden ontworpen,
alle onderdelen moeten goed en eenvoudig bereikbaar zijn. De staalconstructies
dienen zoveel mogelijk thermisch verzinkt en geschilderd te worden of uitgevoerd te
zijn in roestvrij staal. De duikers worden uitgevoerd in beton. Er mogen geen plaatsen
ontstaan waar vuilophoping kan plaatsvinden. Voor autobruggen en duikers geldt een
belastingsklasse voor zwaar transport, verkeersklasse 60.
de ontwerpen voor bruggen en duikers gemaakt. De technische uitwerking vindt plaats
in de fase van het bouwrijp maken. De definitieve ontwerpen worden overgenomen in
het Inrichtingsplan en ingepast in het gehele inrichtingsontwerp.
Dienst
Stadswerken
www.utrecht.nl
Informatie
Programma van eisen duikers en
bruggen
Projectbureau Leidsche Rijn Utrecht
Utrecht, 1 juli 1998
Maatvoering
De bruggen en duikers dienen de maatvoering van wegprofielen, straten en trottoirs
uit het Stedenbouwkundig Plan aan te houden. Waar een rijweg of fietspad niet wordt
begrensd door een trottoir dient een extra schampstrook van 0,50 m te worden
aangebracht.
Ter plaatse van de bruggen is geen versmalling van het doorstroomprofiel van de
watergang toegestaan. In het geval van een ecologische verbindingszone via
watergang of oever, dient het brugontwerp de migratie van kleine dieren tussen beide
landhoofden mogelijk te maken. De minimale doorvaarthoogte onder bruggen
bedraagt 1 m ten opzichte van de hoogste waterstand; de doorvaartbreedte is
minimaal 2,50 m.
Het minimale doorstroomprofiel van duikers is minimaal gelijk aan het profiel van een
buis met een diameter van 0,50 m. Voor duikers geldt bij kruisingen met kabels en
leidingen een minimale gronddekking aan de bovenzijde van de buis ten opzichte van
het toekomstig maaiveld van 1,10 m.
Het hellingspercentage op bruggen en duikers moet voor gehandicapten en mindervaliden voldoen aan een helling van maximaal 1:16 bij hoogteverschillen kleiner dan
0,50 m, en een helling van maximaal 1:20 bij hoogteverschillen groter dan 0,50 m. Bij
uitzonderlijke hoogteverschillen, zoals in het geval van de bruggen over het
Amsterdam-Rijnkanaal, gelden andere hellingspercentages.
Situering
Bij de kruising met een hoofdwatergang worden bruggen toegepast. Bij de kruising
met wijkwatergangen kunnen duikers worden aangebracht.
Bij de haakse aansluiting op een straat dient rekening gehouden te worden met een
functionele bochtstraal van 10 m.
Ter plaatse van de duikers moet een maaiboot in het water gelaten kunnen worden. Bij
de duikers is hiervoor een inlaatvoorziening nodig in de vorm van een verharde helling
(grasbetonstenen) met een hellingspercentage van ten hoogste 1:6 en een breedte van
minimaal 3 m.
Procedure
In het SPVE worden de verschillende typen kunstwerken aangegeven. In het
Stedenbouwkundig Plan worden de ligging en afmetingen van de kunstwerken
bepaald en vastgelegd in het Stedenbouwkundig Matenplan. Op basis hiervan worden
5
Afspraken
09
Afvalinzameling [1]
Algemeen
De inzameling van rest- en gft-afval vindt in Leidsche Rijn plaats door middel van
ondergrondse containers. Deze worden geplaatst in de openbare ruimte, volgens de
omschreven situatieve eisen. Uitgangspunt hierbij is, dat per persoon circa 40 liter restafval wordt aangeboden; gecombineerd met een inzameling van één maal per week
bepaalt dit de noodzakelijke hoeveelheid aan afvalcontainers. Een container van
respectievelijk 4m3 en 5m3 bedient daarmee 77 respectievelijk 109 inwoners. Voor
eengezinswoningen wordt gerekend op een gemiddelde woningbezetting van 3,2
inw/won; voor gestapelde woningen op 1,8 inw/won. Het aantal woningen, dat door
een afvalcontainer van 4m3 wordt bediend is 22 à 24 eengezinswoningen of 38 á 42
gestapelde woningen. Bij een afvalcontainer van 5m3 is dit 32 à 34 eengezinswoningen
en 55 à 60 gestapelde woningen. Daarnaast wordt één inzamelpunt per 650 inwoners
(circa 250 woningen) aangebracht voor oud papier en karton en één voor glas. Voor
textiel wordt één inzamelpunt per 4500 inwoners (1730 woningen) geplaatst.
Bij gestapelde woningen in meer dan twee woonlagen zijn inpandige rolcontainers
toepasbaar. Voor woongebouwen zijn rolcontainers van 500 - 1600 liter bruikbaar. In
de woongebouwen dient dan inpandige ruimte te worden aangeboden; er is een
regeling nodig voor het buiten zetten van de containers. De rolcontainers worden
afhankelijk van de grootte maximaal twee maal per week geleegd. Eén rolcontainer
van 1300 liter is voldoende voor de inzameling van restvuil van 32 gestapelde
woningen, op basis van de gehanteerde uitgangspunten. Eén minicontainer van 140
liter is voldoende voor het gft-afval van 20 gestapelde woningen, bij éénmaal per week
legen.
Voor bestaande, smalle profielen als de Groenedijk is de plaatsing van ondergrondse
afvalcontainers onmogelijk. De smalle openbare ruimte wordt ondergronds volledig
benut door kabels en leidingen. Als uitzondering zijn hier de gebruikelijke
minicontainers toepasbaar.
In het openbaar gebied worden afvalbakken geplaatst. Om zo min mogelijk
straatmeubilair te plaatsen worden deze afvalbakken alleen op plaatsen aangebracht
waar intensief gebruik valt te verwachten. Deze plaatsen zijn bij zitvoorzieningen in
parken en aan wandelroutes, aan de rand van pleisterplaatsen zoals pleinen,
winkelstraten en schoolterreinen en bij bushaltes.
Richtlijnen plaatsing ondergrondse vuilcontainers
Ÿ Afstand hart container tot erfgrens minimaal 2 meter;
Ÿ Afstand hart container tot gevel van de woning minimaal 5 meter (in
nieuwbouwgebieden);
Ÿ Afstand hart container tot gevel van de woning minimaal 3 meter (in bestaande
bouw);
Ÿ Van deze regel kan worden afgeweken als het een dove gevel betreft, in dat geval
kan de afstand minimaal 2 meter zijn.
Bij meting wordt uitgegaan van het midden van de vuilcontainer.
Afstand t.o.v. ondergrondse infrastructuur
Ÿ Afstand tot schakelkasten, kabels en leidingen minimaal 1m
Ÿ Afstand tot riolering minimaal 2 m
Aandachtspunten bij plaatsing van ondergrondse vuilcontainers
Indien mogelijk tevens rekening houden met de volgende aandachtspunten:
Ÿ Bij voorkeur niet situeren aan de zuid-westzijde van tuinen
Ÿ Bij voorkeur niet vol in het zicht vanuit een woonkamers nabij woningen
Ÿ Voldoende ruimte vrij houden rondom de containers dat het zwerfvuil d.m.v. een
veegmachine makkelijk verwijderd kan worden
Eisen t.b.v. bereikbaarheid ondergrondse vuilcontainers i.v.m. inzamelen
De ondergrondse containerlocatie moet bereikbaar zijn voor een inzamelwagen met
een lengte van 9 m, een breedte van 2,50 m excl. buitenspiegels, een draaicirkel van 21
m en een asdruk van 10 ton. Op de locatie moet voldoende extra ruimte zijn om te
stempelen van 4,10 m uit de middellijn van de inzamelwagen. Maximale afstand van de
kant van de rijweg tot het hijspunt is maximaal 5,50 m.
Voor het hijsen is een vrije werkruimte nodig van 9 m lengte en voor de top van de
kraan van 10 m hoogte.
De containerlocatie is bij voorkeur te bereiken aan de rechter zijde van het
hijsvoertuig. Tussen opstelplaats voor de inzamelwagen en de containerlocatie mogen
Maatvoering
3m3 : 1,20 x 1,20 x 2,00 m
4m3 : 1,20 x 1,20 x 2,50 m
3
5m : 1,20 x 1,70 x 2,50 m
buitenmaat betonput ondergronds:
3m3 : 1,85 x 1,85 x 2,15 m
4m3 : 1,85 x 1,85 x 2,65 m
3
5m : 1,85 x 2,00 x 2,65 m
bovengrondse gedeelte (lxbxh)
0,65 x 0,65 x 1,05 m
werkruimte
rondom plateaurand:
0,85 m
tussen plateauranden:
0,20 m
parkeervrije opstelplaats:
10 m, centraal voor de voorzieningen
maximale afstand van kant rijweg tot hijspunt: 5,50 m
container ondergronds (lxbxh)
rolcontainer (lxbxh)
werkruimte
manouvreerruimte rondom:
1000 l: 1,67 x 0,92 x 1,22 m
1300 l: 1,67 x 1,12 x 1,22 m
1600 l: 1,67 x 1,12 x 1,47 m
1,00 m
2.5 m
Situering
De loopafstand van voortuin tot ondergrondse afvalinzameling bedraagt 50 à 60
meter, maximaal toegestane afstand is 75 meter. Bij hoge uitzondering is de
toegestane afstand maximaal 125 m.
4.10 m
schaal 1/100
5
Afspraken
10
5.50 m
min. 0.85 m
Afvalinzameling [2]
geen parkeerplaatsen aanwezig zijn. Achteruit rijden met de inzamelwagen is niet
toegestaan.
Obstakelvrije ruimte
Bij de planvorming gelden de volgende richtlijnen:
Ÿ Bomen dienen buiten de hijszone te staan
boom 1e grootte
min. 9 m uit hijspunt (1/2 kroon + 3 m vrije ruimte)
boom 2e grootte
min. 7 m uit hijspunt (1/2 kroon + 3 m vrije ruimte)
e
boom 3 grootte
min. 5 m uit hijspunt (1/2 kroon + 3 m vrije ruimte)
Ÿ Afstand tot lichtmasten is 3 m
Ÿ Tussen de bovenplaat van de container en de rijbaan minimaal (inclusief band) een
ruimte van 0,6 m om overrijden van de grondplaat van de container te voorkomen
Ÿ Bij het plaatsen van een container in de groenstrook aan de kopse kant, dient
minimaal 1 m vrij te zijn van opgaande beplanting.
Dienst
Stadswerken afdeling Reiniging
www.utrecht.nl
Informatie
Inventarisatie inzamelsystemen
Leidsche Rijn
PME Adviesbureau B.V.
projectenorganisatie voor milieu en
energie
Zeist, april 1996
Richtlijnen voor rolcontainers
Om door de huisvuildienst bediend te worden, dienen de buitendeuren van de
rolcontainer-ruimtes zich ten hoogste 3 meter van de opstelplaats van de afvalwagen
te bevinden. De deuren dienen voorzien te zijn van een driekantslot, of op de
ophaaldagen ontsloten te zijn. Wanneer de containerruimtes zich meer dan 3 meter
van de opstelplaats bevinden, dienen de rolcontainers door bewoners / schoonmakers /
huismeesters aan de openbare weg aangeboden te worden en later weer teruggezet.
Rolcontainers moeten altijd verreden kunnen worden zonder obstakels, zoals
trottoirbanden of drempels.
Aanpassingen
Om de aanpassing op het aflopende verhardingsvlak goed te krijgen en de
toegankelijkheid te verbeteren wordt op lokaties waar dit aan de orde is, een extra
verhardingsrand aangebracht, afgewerkt met een schuine opsluitband (een
zogenaamde RWS band). Dit biedt de mogelijkheid een goede oplossing voor het
verschil in hoogte op te lossen.
oude situatie
Procedure
In het SPVE worden indicatief plaatsen voor inzamelpunten aangegeven.
In het Stedenbouwkundig Plan worden de locaties nauwkeurig aangegeven. Hierin
moeten duidelijk de aantallen en soorten woningen, positie van voordeuren, eventuele
achterom- en doorgangssituaties en straten die ongeschikt zijn voor het materieel,
aangegeven zijn.
In overleg met de Dienst Stadswerken afdeling Reiniging komen definitieve plaatsen,
rekening houdend met bereikbaarheid en mogelijke ondergrondse infrastructuur. De
betonputten worden in de bouwrijpfase geplaatst. In het inrichtingsplan dienen de
afval units te worden opgenomen in de verhardingen van de woonrijpfase. Tijdens de
woonrijpfase worden de uitneembare elementen aangebracht.
Leren van beheren
De ondergrondse afvalcontainers zijn voor de kwaliteit van de buitenruimte van groot
belang. Over het algemeen is er minder zwerfvuil en levert de inzameling een positieve
bijdrage aan verbetering van de werkomstandigheden. De eisen waaraan de locaties
moeten voldoen zijn uit nood geboren. In de eerste wijken van Leidsche Rijn is
tegenwerking ontstaan omtrent de locaties en dit heeft uiteindelijk geleid tot een
vastgestelde normering voor Utrecht. Daarbij blijft het voor de ontwerpers een
aandachtspunt om te blijven nadenken over de effecten van een locatie op het
woongenot en inzamelgemak.
nieuwe situatie
Uitvoering met hoekstukken en banden met 45° schuine kant.
Middengedeelte gelijk met ijzeren rand van containers.
Voordeel:
Makkelijk schoon te houden doordat alles op één hoogte ligt.
Geen scherpe overgang meer naar omliggende bestrating.
5
Afspraken
10
Hondenvoorzieningen
Algemeen
Voor de gemeente Utrecht is beleid vastgesteld voor de aanpak van de bestrijding van
overlast door hondenpoep. De aanpak bestaat uit:
Ÿ opruimplicht: de hondenbezitter is verantwoordelijk voor het opruimen van de
poep van zijn hond.
Ÿ aanlijnplicht: er geldt een aanlijnplicht voor de hele stad; de aanlijnplicht is een
aanvullende maatregel aangezien aangelijnde honden minder gemakkelijk
ontsnappen aan de aandacht van het baasje.
Ÿ verbodsgebieden voor honden: in Utrecht zijn kinderspeelplaatsen en
begraafplaatsen verboden voor honden.
Ÿ handhaving: voor de handhaving van de regels zijn bevoegde hondenwachters
aangesteld, daarbij geholpen door toezichthouders.
Er wordt een netwerk van hondentoiletten aangelegd, waar de opruimplicht niet van
toepassing is, om vervuiling van het openbaar gebied te voorkomen. Op het
hondentoilet is geen opruimplicht van toepassing voor de hondenbezitter. De
hondentoiletten worden 1 à 2 keer per week schoongemaakt. Als aanvullende
voorziening worden hondenspeelweides aangelegd, waar de honden niet-aangelijnd
kunnen rennen en spelen. Op de hondenweitjes geldt wel de opruimplicht, zodat
combinatie van deze voorziening met een hondentoilet de voorkeur heeft.
Vanwege de plannen voor het schone watersysteem, die voor Leidsche Rijn zijn
ontwikkeld, is het voorkomen van vervuiling van het openbaar gebied in Leidsche Rijn
van groot belang. Daarom dienen de voorzieningen voor honden goed ingepast te
worden in de plannen voor de nieuwe woonwijken van Leidsche Rijn.
De inrichting van de hondentoiletten bestaat uit gras, 2 à 4 palen met bordje, een
afvalbak en voethekjes of hagen voor de markering van het terreintje. De
hondenweitjes bestaan uit gras, zo mogelijk aan te vullen met hoogteverschillen,
beplanting en toestellen.
Dienst
Stadswerken
www.utrecht.nl
Informatie
brochure Domstad poepvrij!
uitgave Projectbureau “Domstad
poepvrij”
antwoordnummer 3375
3500 VP Utrecht
Maatvoering
hondentoilet:
oppervlakte:
hondenweitje:
oppervlakte:
bij voorkeur 200 m2
minimaal 75 m2
bij voorkeur 1500 m2
minimaal 500 à 600 m2
Situering
hondentoiletten:
hondenwei:
maximum afstand van elke woning 250 m
ten minste 15 m uit de dichtstbijzijnde woning
maximum afstand 400 à 500 m van elke woning
Procedure
voorbeelden
In het SPVE worden de hondenvoorzieningen in een facetkaartje aangegeven. Hieruit
blijkt de verspreiding en het bereik van de verschillende voorzieningen.
In het Stedenbouwkundig Plan worden de voorzieningen wat betreft ruimtebeslag
ingetekend; in het Inrichtingsplan worden de voorzieningen met de bijbehorende
materiaal toepassing uitgewerkt.
eigen initiatief tegen overlast
Leren van beheren
Ondanks dat de eisen duidelijk geformuleerd zijn waar de hondenvoorzieningen aan
moeten voldoen, blijven er veel klachten over. Deze klachten zijn vaak gerelateerd aan
het te weinig nadenken over de locaties van de voorzieningen. Er wordt meer
ontworpen vanuit restruimten, dan vanuit het aansluiten op routing die hond en
begeleider in de buurt afleggen en welk rondje met de hond gelopen kan worden.
hondentoilet Utrecht
5
Afspraken
11
Ecologie
tussenvariant
maximumvariant
Algemeen
In de Ontwikkelingsvisie zijn de hoofdlijnen voor de ecologische ontwikkeling in
Leidsche Rijn beschreven. Daarin is aangegeven, dat het Centrale Park een gedeelte zal
inrichten met de natuur als hoofdfunctie. In het compacte woongebied is de ecologie
merendeels een nevenfunctie. Bijvoorbeeld het watersysteem biedt kansen voor de
ontwikkeling van een soortenrijke oeverbegroeiing. Daarom is binnen de
woongebieden gekozen voor milieus, die ter plaatse de meeste kans van slagen
hebben. Bij deze verschillende woongebieden is als icoon een diersoort gekozen, die
als het ware model staat voor het gewenste milieu:
Ÿ de libelle vertegenwoordigt het waterrijke woongebied ten noorden van de
spoorlijn
Ÿ de eekhoorn staat model voor het groene, bosachtige westelijk woongebied de
vlinder hoort bij het centrale woongebied met grote parken en dichte
woonbuurten
Ÿ de hermelijn hoort bij het park(bos)achtige gebied rond het huidige Park Voorn
Ÿ de gierzwaluw staat voor het meest stedelijke gebied van het stadsdeelcentrum
De bestaande linten met grote aaneengesloten tuinen fungeren als verbindingslijnen
voor de verplaatsing van plant- en dierenleven. Het huidige Park Voorn kan beschouwd
worden als een kerngebied, in aanvulling op het Leidsche Rijnpark. De grote
parkruimten in Leidsche Rijn vormen stapstenen in het ecologische netwerk door de
woongebieden. Dit netwerk is bedoeld voor de plant- en diersoorten, die redelijkerwijs
te verwachten zijn in Leidsche Rijn. Afhankelijk van de stedenbouwkundige
planontwikkeling kunnen verdergaande mogelijkheden voor ecologie worden
geboden. Bij een grotere oppervlakte, beter aaneengesloten netwerk en isolatie ten
opzichte van het stedelijk gebied kunnen ook meer zeldzame dieren en planten
levensruimte vinden.
Om bij de verdere planvorming inzicht te geven in de verschillende mogelijkheden
wordt een driedeling in beeld gebracht:
u basisvariant: de groengebieden (stepping-stones) en verbindingslijnen (corridors)
worden ingericht voor de meer algemene plant- en diersoorten. De benodigde
oppervlakte is betrekkelijk gering en de inrichtingseisen zijn bescheiden.
v tussenvariant: stepping-stones en corridors worden afgestemd op de minder
algemene soorten. De groengebieden moeten een groter oppervlak hebben, dat
voor de gewenste soorten wordt ingericht. De verbindingslijnen worden essentieel
voor een duurzamer populatie.
w maximumvariant: de groene parken worden ingericht als rust- en fourageergebied
voor zeldzamere plant- en diersoorten. De verbindingslijnen zijn vereist voor
uitwisseling tussen de verschillende kerngebieden. Hoge eisen worden gesteld aan
de inrichting en continuïteit van deze verbindingen.
x voor Leidsche Rijn geldt de basisvariant als minimale eis.
2,0 à 3,0 ha
4,0 à 5,0 ha
Dienst
Situering
corridors
water- en oevergebonden
zuidoever Haarrijnse Plassen
Alendorper Wetering
noordelijke spoorsloot
vlinders
tussen Groenedijk en Park Grauwaart
(tussenvariant)
Rijnkennemerlaan (maximumvariant)
kleine zoogdieren
Johanniterweg
't Zand
Westlandse Tuin
Groenedijk
Zandweg Leidsche Rijn
stepping-stones
Waterwinpark (2x)
park Groot Zandveld
Prinses Amaliapark
Park Grauwaart
park Hoge Weide
archeologiepark Voorn
kerngebieden
Waterwinpark
Prinses Amaliapark (maximumvariant)
Park Voorn
park Hoge Weide (tussen- en maximumvariant)
Stadsontwikkeling
www.utrecht.nl
Projectbureau Leidsche Rijn Utrecht
www.LeidscheRijn.nl
Informatie
Ecologische infrastructuur Leidsche
Rijn
Uitwerking ontwikkelingsvisie
Projectbureau Leidsche Rijn Utrecht
Procedure
In het startdocument van een deelplan wordt het ecologische ambitieniveau van basis-,
tussen-, of maximumvariant beschreven. In het Stedenbouwkundig Programma van
Eisen wordt het hiervoor benodigde ruimtegebruik volgens de beschreven
oppervlakten vastgesteld.
In het Stedenbouwkundig Plan en Inrichtingsplan worden de verbindingszones en
kerngebieden uitgewerkt.
Maatvoering
corridor
ecologische oever talud
ecologische oever talud
berm met bomen
hagen geschoren
hagen vrijgroeiend
tuinen langs corridor
breedte
2,5 à 3 m
10 à 17 m
5m
1m
5 à 15 m
6m
stepping-stone
oppervlakte
0,5 à 1,0 ha
kerngebied
basisvariant
oppervlakte
0,5 à 2,0 ha
(basisvariant)
(maximumvariant)
(zonder parkeren)
5
Afspraken
12
Programma voor de parken
Algemeen
In Leidsche Rijn Utrecht zijn een aantal parkruimten te vinden van uiteenlopende
afmetingen. De grootte varieert van 1,5 ha van het archeologisch parkje Grauwaart tot
iets meer dan 9 ha voor het grootste nieuwe park, het Prinses Amaliapark. Het kleinste
parkje heeft daarmee uitsluitend een buurtfunctie, het grootste is vergelijkbaar aan
bijvoorbeeld het Wilhelminapark. Het heeft daarmee een uitstraling voor een groot
aantal eromheen liggende woonwijken.
De verschillende parken kunnen een geheel eigen sfeer krijgen, die aansluit bij het
karakter van het stadsdeel, waar het in ligt.
Het Waterwinpark ligt in het waterrijk noordelijk gedeelte van Leidsche Rijn. Daarmee
krijgt het als thema een waterrijk park met moerassige oevers en weiland. In
ecologische betekenis kan het een functie vervullen als rust- en fourageergebied voor
de omliggende watermilieus. Bovendien heeft het terrein op de eerste plaats een
functie als waterwingebied.
Het Prinses Amaliapark ligt centraal in een groot aaneengesloten bebouwd gebied. Het
vervult vooral een recreatieve betekenis voor de omliggende woonwijken. Daarnaast
biedt het ruimte voor het milieu van vogels en vlinders, die profiteren van de
aaneengesloten partikuliere tuinen van dit meer tuinstedelijk stadsdeel. Het beeld voor
dit park is grote aaneengesloten grasvlakken van gazon of hooiland met hier en daar
beplanting voor vlinders en tuinvogels. Het behouden van de archeologisch
waardevolle ondergrond vormt hierbij eveneens een belangrijke overweging.
Het Park van Kraal is een voormalige zandwinning, die als stortplaats is aangevuld.
Hierdoor zijn in de toekomst zettingen van de ondergrond te verwachten. Als thema
heeft het Park van Kraal een (park)bos meegekregen, waarmee het samen met Park
Voorn en de omliggende woonwijken een aaneengesloten bomenrijk gebied wordt.
Via de linten langs de Leidsche Rijn en Groenedijk staat het in verbinding met het
Centraal Park van Leidsche Rijn. In ecologisch opzicht vervult dit gebied een belangrijke
rol als rust- en fourageergebied voor flora en fauna.
Ook een klein parkje als het archeologiepark 't Zand kan door een bosachtige
inrichting het karakter van het omliggende villa-achtige woongebied sterker maken.
In ecologisch opzicht hoort het bij het houtwallengebied met eekhoorn als icoon.
Voor een gevarieerd gebruik van de parken zijn programmatische functies toegedeeld.
Deze functies zijn semi-openbaar; ze vervullen een bijdrage aan de levendigheid van
het parkgebruik. Om het vrije openbaar gebruik te waarborgen, is in de
Ontwikkelingvisie opgenomen, dat ten hoogste 35% van de parken kan worden
toegedeeld aan semi-openbare voorzieningen.
Dienst
Projectbureau Leidsche Rijn Utrecht
www.LeidscheRijn.nl
Informatie
actualisatie ontwikkelingsvisie 2005
Procedure
In de startnotie van een deelgebied beschrijft de regiestaf van het Projectbureau
Leidsche Rijn Utrecht de betreffende parken in beeldvorming en programma.
Het is mogelijk, dat tijdens de uitwerking van de parken in het Stedenbouwkundig
Programma van Eisen en het Stedenbouwkundig Plan (en uiteindelijk het
Inrichtingsplan) veranderingen in het programma nodig zijn. Onderdelen van het
programma zijn bijvoorbeeld niet toepasbaar of blijken in de verdere uitwerking
onderling strijdig te zijn. Deze afweging wordt aan de regiestaf van het Projectbureau
voorgelegd.
5
Afspraken
13
Voorzieningen voor mensen
met een functiebeperking
[1]
Algemeen
Toegankelijke paden moeten eens per jaar worden gecontroleerd op verzakkingen,
drempelvorming, begroeiing (onkruid) en overgroeiing (struiken).
Alle voorzieningen moeten tenminste eens per jaar gecontroleerd worden. Zorg voor
preventief onderhoud. Wanneer er regelmatig sprake is van vandalisme, betekent dit
dat de controle van voorzieningen intensiever moet zijn.
Er dient tenminste één aangepaste parkeerplaats bij het begin van de route te zijn.
Voorzieningen voor mensen in een rolstoel
Er dient tenminste één rondgaand toegankelijk pad te zijn, waarbij de toeschouwer
een representatief beeld krijgt van het park. Dit pad dient bereikbaar te zijn vanaf de
openbare weg. Er is bij voorkeur sprake van een rondgaand pad, omdat het geen
prettige ervaring is om over hetzelfde pad terug te moeten lopen.
Een bezoeker moet dit pad makkelijk kunnen volgen, bijv. door opvallende
markeringen of door een opvallend verschil in de bestrating.
Teksten moeten vanuit de rolstoel goed leesbaar zijn.
Indien bij de hoofdentree van de woning een hoogtesprong niet oplosbaar is, dient
een zoveel mogelijk gelijkwaardige oplossing aan de achterzijde gevonden te worden.
Dit beïnvloedt ook het ontwerp van de openbare ruimte aan de achterzijde.
begeleiding van ziende mensen gelopen. Een natuurlijke of kunstmatige geleidelijn is
wel een belangrijk element omdat deze veiligheid biedt zodat men weet dat men op
de paden loopt.
Tenminste één rondgaand pad, waarbij de toeschouwer een representatief beeld krijgt
van het park.
Geef bij de ingang de lengte van dit pad aan.
Dit pad dient te worden voorzien van een natuurlijke geleidelijn. Waar een natuurlijke
geleidelijn ontbreekt is een kunstmatige geleidelijn gewenst. Een natuurlijke gidslijn is
bijvoorbeeld het verschil dat je voelt tussen een hard asfaltpad en een grasrand enz.
Een kunstmatige geleidelijn is bijvoorbeeld een verhoogde trottoirband of een
geleidelijn van witte ribbeltegels enz.
Maak de route korter dan een vergelijkbare route voor zienden. Het lezen van teksten
en bestuderen, betasten en ruiken van planten kost tijd en vergt veel concentratie.
Een route voor visueel gehandicapten dient meerdere geur en tastmomenten te
bezitten. Denk hierbij aan geurende begroeiingen zoals bloemen, bos met
paddestoelen, schimmels, naaldhout enz.
Daar waar voorzieningen voor slechtzienden en blinden zijn moet de aanwezigheid
van deze voorziening tastbaar op het pad worden aangegeven bijvoorbeeld door een
voelbare markering over de volledige breedte van het pad (bijvoorbeeld met 2 rijen
ribbeltegels).
Langs de route moeten regelmatig banken staan, omdat het beleven van een
natuurpad veel concentratie kan vergen. In een botanische tuin horen banken dichter
op elkaar te staan dan in een park.
Dienst
Stadswerken
www.utrecht.nl
Informatie
Stichting Bouw Advies
Toegankelijkheid Utrecht
www.batutrecht.nl
Voetpaden voor iedereen, 16 dec.
2004
SOLOU
Stedelijk Overleg Lichamelijk
Gehandicapten Utrecht
ITS-criteria
Maatvoering
Het pad dient te voldoen aan Internationaal Toegankelijkheid Symbool, de ITS criteria.
Dat betekent onder andere:
Ÿ dat het pad min 1,20 m breed is
Ÿ dat het pad bij een vernauwing niet smaller is dan 1,00 m
Ÿ dat er geen abrupte hoogteverschillen hoger dan 0,02 m zijn
Ÿ dat het pad verhard, vlak en aaneengesloten is
Ÿ dat hellingen niet steiler zijn dan 1:25 (als een helling van 1:25 niet haalbaar is,
voldoen de hellingen tenminste aan de ITS criteria)
Ÿ dat de manouvreerruimte voor rolstoel of scootmobiel voldoende zijn:
Voorzieningen voor mensen met weinig uithoudingsvermogen
Langs de aangepaste routes dienen regelmatig banken met een rugleuning te staan.
De gemiddelde afstand tussen de banken is 200 m.
Trappen en bruggen worden voorzien van handomvatbare leuningen, bij voorkeur een
dubbele leuning waarvan 1 op ca 0,4 m hoogte.
Voorzieningen voor slechtzienden
De bezoeker moet het pad makkelijk kunnen volgen. Zorg dat het pad goed
contrasteert met zijn omgeving of zorg voor paaltjes met een opvallende kleur of een
contrasterende geleidelijn enz.
Voorzieningen voor slechtzienden moeten een opvallende kleur hebben, contraterend
met de omgeving.
Teksten uitvoeren in een groot lettertype. De letterhoogte is tenminste 1 % van de
maximale leesafstand. De kleur van de letter dient te contrasteren met de achtergrond.
Obstakels op het pad moeten een opvallende kleur hebben.
Voorzieningen voor slechtzienden en blinden in bijzonder
Er zijn weinig blinde mensen die een pad in een onbekend park of natuurgebied
zelfstandig zonder begeleiding zullen lopen. Deze paden worden meestal onder
X
Y
Een pad waarvan blinden en slechtzienden zelfstandig gebruik moeten maken voldoet
aan de volgende eisen:
Ÿ het pad of de route moet in beide richtingen gelopen kunnen worden.
Wanneer een essentiële schakel in de route niet meer bruikbaar of verdwenen
dan wel onvindbaar is, moet men dezelfde weg ook terug kunnen vinden.
Ÿ de route dient tenminste twee maal per jaar door een vakdeskundige en/of
door ervaringsdeskundige gecontroleerd te worden.
De ziende is altijd sneller dan de niet ziende. Om het samen beleven te bevorderen,
kunnen we de mensen met een visuele handicap voorzien van andere, maar even
belangrijke informatie.
Mensen zullen eerder zelfstandig de tuin ontdekken en meer kunnen uitwisselen.
Informatieverstrekking
In brochures kan de aanwezigheid van voorzieningen worden weergegeven met
behulp van pictogrammen volgens de Landelijke Toegankelijkheidscode. Voor mensen
met een visuele handicap kan het zinvol zijn om van te voren (thuis) een cassette te
kunnen beluisteren met een uitvoerige beschrijving van het park of natuurterrein.
5
Afspraken
17
Voorzieningen voor mensen
met een functiebeperking
[2]
Leren van beheren
De laatste jaren staat toegankelijkheid veel beter in de schijnwerpers. Vooral het
zorgen voor gelijkwaardige oplossingen is een uitdaging. In de openbare ruimte kan
veel worden opgelost als de inrichting logisch en helder is, dan is extra aandacht alleen
op bijzondere plekken nodig. het gaat dan over een heldere structuur van looproutes
en oversteken, aandacht voor hellingen en aadacht voor zitmogelijkheden. Vaak is een
toets op looproutes al een uitstekende manier om de ontwerponderdelen goed in het
inrichtingsplan te krijgen.
Checklist
•
•
•
•
•
•
•
•
is er een herkenbaar en veilig voetpad, of een duidelijke erfsituatie?
is er een geschikte overvang van zijstraat (1) naar dit voetpad (opritten,
middengeleiders, enz.)?
– breedte groter of gelijk aan 1,5 m (horizontale aansluiting met rijbaan)
– hellingshoek tot 10 cm minder steil dan 1:10
– hellingshoek tot 20 cm minder steil dan 1:11
– markering witte noppentegels
breedte voetpad groter of gelijk aan 1,2 m
smalste doorgang groter of gelijk aan 0,9 m (lantaarnpalen, boomkransen,
verkeersborden, enz.)
dwarshelling voetpad minder steil dan 1:50
is er sprake van een vlak berijdbaar voetpad?
– hoogteverschillen kleiner of gelijk aan 5 mm
bij particuliere uitritten
– breedte voetpad groter of gelijk aan 0,9 m (horizontaal)
is er een geschikte overgang van zijstraat (2) naar dit voetpad?
– breedte groter of gelijk aan 1,5 m (horizontale aansluiting met rijbaan)
– hellingshoek tot 10 cm minder steil dan 1:10
– hellingshoek tot 20 cm minder steil dan 1:11
– markering witte noppentegels
voorbeelden
geen vrije doorgang
continuïteit van op- en afritten
5
Afspraken
17
Groenvoorzieningen [1]
Algemeen
Afstanden tot kolken, inspectieputten
De accentuering van delen van Leidsche Rijn door middel van de beplantingskeuze is
opgenomen in de ontwikkelingsvisie. Het deel ten noorden van de spoordijk wordt
door brede watergangen doorsneden en vormt zo een eilandenrijk. Kenmerkende
bomen zijn hier populier, wilg en els. Als boomsingels langs de waterkant versterken zij
het beeld van de verschillende eilanden.
Het zuidelijke deel, aan weerszijden van Leidsche Rijn, wordt de invloed van de
bestaande stad steeds geringer en wordt op de hoogste delen de invloed van de
stroomrug zichtbaar gemaakt middels beplanting van grove den. In het lagere deel
wordt vooral verwezen naar de historie als tuinbouwgebied en zal het beeld van de
boomgaarden terugkomen.
Rond het centrum en de A2-zone zijn het vooral meer exotische soorten als robinia,
hemelboom, catalpa en pavia. Zij vormen als het ware de versiering voor het openbaar
gebied, dat gedomineerd wordt door dichte bebouwing, brede trottoirs en pleinen.
De minimale afstand tot kolken, inspectieputten en ondergrondse afsluiter bedraagt
minimaal 3,5 meter bij bomen van de 1e grootte en 2 meter bij bomen van de 2e en 3e
grootte.
Dienst
Afstand tot verkeersregelinstallatie's
Stadswerken
www.utrecht.nl
De minimale afstand tot een verkeersregelinstallatie is minimaal één volledige
theoretische kroonbreedte, om het uitzicht op verkeerskruisingen te waarborgen.
Informatie
1e grootte = 14 m
2e grootte = 12 m
3e grootte = 8 m
Groenboek versie 2006
Handboek Inrichting Openbare
Ruimte 2004
Afstand tot ondergrondse vuilcontainers
Bij gebruik van de bomen moet worden nagedacht over de gevolgen van
vruchtendracht (kastanjes die op auto s vallen), eigenschappen van bomen (linden die
druipen op auto s), maar ook kleinere vruchten die door bewoners mee in huis worden
gelopen. In praktijk blijken deze zaken voor het woongenot van grote invloed.
Maatvoering
Een beheersrichtlijn is ook dat de boom tenminste 1 m. uit de gevel blijft met haar
takken. Dit betekent dat in het planproces een boom moet worden gekozen die aan
deze ruimte-eisen op termijn kan voldoen.
In de plannen wordt gebruik gemaakt van de indeling van bomen in 3 boomgrootten
conform de gebruikelijke indeling.
Bomen 1e grootte
grote bomen zoals eik, beuk, linde etc.
Bomen 2e grootte
gemiddelde maat bomen
Bomen 3e grootte
kleine bomen zoals sierkersen, appelbomen, (bol)acacia s, etc.
Afstanden tot lichtmasten
De afstanden van bomen tot lichtmasten zijn variabel, doordat er vier
straatverlichtingtypen in de atlas zijn opgenomen namelijk:
Ÿ Hoofdrijwegverlichting
10 m hoog
Ÿ Ontsluitingswegverlichting 8 m hoog
Ÿ Woonstraatverlichting
6 m hoog
Ÿ Voetgangersverlichting
4 m hoog
Gezien de wettelijke kaders met betrekking tot verlichting, is het wenselijk dat de
verlichting in het ontwerptraject eerst wordt uitgewerkt, alvorens de bomen worden
geprojecteerd. Het tracé voor de stroomvoorziening (kabels) voor o.a. lichtmasten
dient gescheiden aangebracht te worden ten aanzien van de geprojecteerde
boomstructuur.
Afstand tot woningen
Opgemerkt dient te worden dat de lichttoetreding tot woningen gewaarborgd blijft,
ook bij volwassen bomen. Dit ter voorkoming van onnodige meerkosten voor beheer
en ergernis van bewoners. Hier zijn geen normen voor, doordat dit grotendeels wordt
bepaald door de dichtheid van de kroon. Het is gewenst dat het ontwerp getoetst
wordt op dit criterium.
Afstand tot gevels
1e grootte = 7 m.
2e grootte = 5,5 m.
3e grootte = 4 m.
De afstand van de bomen tot ondergrondse vuilcontainer wordt bepaald door de
maximale draaicirkel van een gangbare vrachtauto (voor transport van de containers),
ten einde de schade aan bomen op voorhand in ontwerpfase al uit te sluiten en te
voorkomen.
De afstand tot de verharding is minimaal 1.5 m uit de zijkant van de rijwegen. Bij
hoofdstructuren bij voorkeur 2.0 m.
Situering
Wettelijke eisen aan standplaatsen:
Bij bomen is sprake van een “verboden zone” waarbinnen het planten van bomen in
principe niet wordt toegestaan. (art 5:42 NBW)
De hoofdregel luidt dat het niet geoorloofd is bomen te planten binnen bepaalde
afstanden van een erf. Voor bomen is deze maat in beginsel 2 meter.
Deze regel geldt voor particulieren.
De “verboden zone”geldt niet voor bomen die op openbaar eigendom zijn geplant of
op een openbaar erf staan. Het is echter gezien de beheerrichtlijn van minimaal 1
meter vrij van de gevel vaak ook niet mogelijk. Bij schuren en grenzen aan tuinen is het
in principe wel mogelijk. Uit beheersoogpunt wordt echter geadviseerd de 2 meter
zone waar mogelijk in acht te nemen.
Gebruik bomen langs typen wegen
ΠHoofdontsluitingsweg (stadsweg)
Enkele bomenrij aan één of twee zijden van de weg
Eerste of tweede grootte, rekening houdend met doorrijhoogte (min. 4.20 m)
Onderlinge afstand 12 - 15 m
Afstand tot VRI minimaal 10 m
 Wijkontsluitingsweg
Enkele bomenrij aan één of twee zijden van de weg
Eerste of tweede grootte, rekening houdend met doorrijhoogte (min. 4.20 m)
Onderlinge afstand 12 - 15 m
Afstand tot VRI minimaal 10 m
ŽBuurtontsluitingsweg
Enkele bomenrij aan één of twee zijden van de weg
1e of 2e grootte, rekening houdend met doorrijhoogte (min. 4.20 m)
Onderlinge afstand 8 - 10 m (2e grootte) 12 - 15 m. (1e grootte)
Buurtstraat (woonstraat)
Enkele bomenrij aan één zijde van de weg
5
Afspraken
18
Groenvoorzieningen [2]
Tweede grootte, rekening houdend met doorrijhoogte (min. 4.20 m.)
Onderlinge afstand 8 - 10 m
Dienst
Procedure
Stadswerken
www.utrecht.nl
Boommaten en tekeningen van inrichtingsplannen
Het is gewenst dat de bomen die getekend worden bij inrichtingsplannen, worden
getekend met een variabele omtreksmaat van de kroon in het volwassenstadium, het
eindbeeld is dan bereikt. Hierbij kunnen de hieronder genoemde kroondiameters
worden aangehouden. Hiermee kan voorkomen worden dat er teveel en/of verkeerd
geprojecteerde bomen op de inrichtingsplannen verschijnen. Indien het aan te planten
boomsortiment bekend is, kan er specifieker worden getekend door de uiteindelijk
werkelijke kroondiameters te gebruiken vanuit het desbetreffende sortiment. De
boomhoogte in een volwassen stadium geeft gemiddeld wel een indicatie van de
kroondiameter, maar de soort en/of cultivar is hierbij bepalend. (Voorbeeld; Italiaanse
e
populier = boom 1 grootte met kroondiameter van 6 m.)
Boomhoogte
Kroondiameters*
Informatie
Groenboek versie 2006
Handboek Inrichting Openbare
Ruimte 2004
Plantafstand h.o.h. (min.)
Bomen 1e grootte
12 - 25 m
12 m
14 m
Bomen 2e grootte
8 - 12 m
10 m
12 m
Bomen 3e grootte
2- 8m
6m
8m
.
* Bovengenoemde minimale kroondiameters zijn gebaseerd op gemiddelde kronen (te
gebruiken tot ontwerpfase)
Leren van beheren
In diverse plannen zijn in het verleden veel reststukken groen in de plannen terecht
gekomen. Versnippering leidt vaak tot een matige beeldkwaliteit. Er treedt snel
beschadiging op en ongewenst gebruik is dan het gevolg. Dit aspect treedt ook op bij
het invoegen van kleine wadi’s.
In het verleden zijn om stedenbouwkundige redenen ook woonstraten zonder bomen
gemaakt. In de praktijk blijkt dat bewoners in een later stadium toch een beroep doen
op diverse budgetten om alsnog bomen in de straat te krijgen. Een keuze voor geen
bomen is daarmee lastig uit te leggen en het later alsnog toevoegen leidt veelal tot
grote problemen.
voorbeelden
kale oever, later is bomenrij toegevoegd
kleine en vervuilde wadi
5
Afspraken
18
Checklist openbare ruimte
6
Atlas voor de Openbare Ruimte
Leidsche Rijn Utrecht
00
Legenda-eisen
inrichtingsplannen [1]
atlas
VO
DO
Algemeen
plangrens
landmeetkundige as
maaiveldhoogten
verwijzing naar profielnummer
n
n
n
n
x
x
x
x
x
x
x
x
Kabels en leidingen
j
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Riolering en drainage
o.a. rioolpersleiding
riooloverstort/drempelhoogte
Bebouwing
bebouwing
overbouwing
uitbreidingsmogelijkheid (optie)
Bebouwing in ontwikkeling
woning entree
trafostation/warmtestation, gemaal etc
tuinmuur
Verhardingen
halfverharding
asfalt zwart/beige
slijtlaag met parelgrind/split
betontegel
betontegel zwart/beige 200x200x50 mm
betontegel zwart/beige 400x400x70 mm
geoston zwart/beige 200x100x80 mm
gebakken klinkersteen novoton
basalt
betontegel gidsgeleidelijn zwart
opsluitband
opsluitband grijs 100x200x1000 mm
kantplank
trottoirband
trottoirband zwart 140/150x250x1000 mm
trottoirband zwart 280/300x250x1000 mm
trap
traptrede zwart 400x200x .. mm
inritconstructie
betonnen gootelement
voetgangers oversteekplaats
verkeersdrempel
invalide oprit
boomkrans
Water
Watergang
Wadi
zandvangput (rioleringsplan)
natuurlijke oever
beschoeiing
lichte beschoeiing
zware beschoeiing
damwand
kademuur
n
n
n
n
n
n
n
j
j
j
x
x
x
x
x
x
opmerkingen
x
x
x
x
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
j
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
symbool
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
symbool
x
x
x
x
x
30 km zone?
6
Legenda-eisen
x
x
x
x
01
Legenda-eisen
inrichtingsplannen [2]
bestraat talud
inlaatvoorziening maaiboot
waterpeil maximum en minimum in NAP
Beplantingen
bestaande boom (kroon indicatief)
aanduiding te planten boom
boom 1e grootte (kroon 12 m1)
boom 2e grootte (kroon 9 m1)
boom 3e grootte (kroon 6 m1)
sortiment boom
beplanting naar type (grof,fijn)
sortiment beplanting
hagen (naar hoogte)
hagen (naar eigenaar)
sortiment haag
gras
gazon (wekelijks maaien)
weiland (maandelijks maaien)
ruig (halfjaarlijks maaien)
hondentoilet
atlas
VO
j
j
x
symbool
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
j
j
j
j
j
j
x
x
j
j
j
x
DO
opmerkingen
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
j
j
x
x
x
Straatmeubilair
bank
stadsbank De Kromme
afwijkend type
afzetpaal
afzetpaal vast
afzetpaal afsluitbaar
afvalcontainer ondergronds
hekwerk
type hekwerken
bebording
straatnaamborden
wegmarkeringen
bewegwijzering
fietsklem
afvalbak
communicatiezuil
boombescherming
brandkraan (blusvoorziening)
j
j
j
j
j
x
x
x
x
x
x
x
Verlichting
lichtmast Leidsche Rijn 4m1
lichtmast Leidsche Rijn 6m1
lichtmast Leidsche Rijn 8m1
lichtmast LR 10m1 enkelzijdig
lichtmast LR 10m1 dubbelzijdig
overige verlichting
j
j
j
j
j
j
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Speelvoorzieningen
aanduiding speelvz.
type speeltoestel
n
n
x
x
Kunstwerken
zware autobrug
lichte autobrug
j
j
x
x
x
j
j
x
x
x
j
j
j
x
x
j
j
x
x
x
x
x
6
Legenda-eisen
x
x
01
Legenda-eisen
inrichtingsplannen [3]
fiets/voetbrug
stuw (symbool voor VO en DO)
duiker (symbool voor VO en DO)
inlaatwerk (symbool voor VO en DO)
pompgemaal symbool voor VO en DO)
atlas
VO
DO
j
j
j
x
symbool
symbool
symbool
symbool
opmerkingen
x
symbool
symbool
symbool
symbool
voor symbolen geldt zoveel mogelijk op schaal
Maatvoering
vloerpeil woningen
ingang woningen (symbool)
profielen
bochtstraal (indien afwijkt van atlas)
aantal woningen (legenda)
n
n
j
j
x
x
x
x
x
x
x
x
x
parkeerbalans
parkeerplaats openbaar (formaat)
parkeerplaats invaliden (afwijkend formaat)
parkeerplaats uitgegeven in erfpacht
parkeerplaats eigen tuin
parkeerplaats reserve (in openbaar groen)
j
j
n
n
n
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
erfafscheidingen
tuinmuur door ontwikkelaar
haag door ontwikkelaar
overige afscheiding door ontwikkelaar
n
n
n
x
x
x
x
x
x
6
Legenda-eisen
01
Legenda met genummerde
elementen
Legenda Atlas Openbare Ruimte
14b
coating wit RAL 9016
1
betontegel 20x20x5 cm ruitverband en halfsteensverband
15
asfaltverharding beige
1a
betontegel bisschopsmuts
16
trottoirkolk passend in trottoirband 28/30 cm
1b
betontegel bisschopsmuts hoekstuk
17
boomkrans 120x120cm, 4 delig, inwendig rond 90 antraciet
1c
betontegel pastegel 20x30x5
18
basaltkeien
2
waterdoorlatende betonstraatsteen 10x20x8 cm keperverband
2a
waterdoorlatende betonstraatsteen 10x10x8 cm halve steen
2b
waterdoorlatende betonstraatsteen 10x20x8 cm kepersteen
3
betontegel verdiept (goottegel) 30x30x6 cm
4
gootelement 12x30 / 3x100 cm antraciet
4a
eindstuk gootelement 12x30 / 3/30 cm antraciet
4b
hoekstuk gootelement 12x30 / 3x30 cm antraciet
4c
beginstuk gootelement 12x30 / 3/30 cm antraciet
5
trottoirband 14/15x25x100 cm antraciet
5a
hoekstuk 90 graden uitwendig trottoirband 14/15x25x40 cm antraciet
6
inritband 15x25x100 cm antraciet
7
eindstuk inritband 15x25x100 (links en rechts) antraciet
8
opsluitband 10x20x100 cm grijs
8a
opsluitband 10x20x50 cm grijs
9
trottoir- en inritband 28/3/x25x100 met verholen goot
10
berm, gras
10a
berm, talud
11
waterspiegel
12
wadi
13
noppentegel 30x30x8 t.b.v. invaliden wit
14
asfaltverharding zwart
14a
coating signaalrood RAL 3000
6
Legenda-eisen
02
Extra toevoegingen
en kleurentabel
kleuratlas
onderdeel
Standaard
RAL-kleuromschrijving
Papierbak Capitole
Bammens
Zitbank De Kromme
Streetlife
Picknicktafel Streetlife
Streetlife
Lichtmast
Industria
Brievenbussen bewoners
CAI-kasten
Paal t.b.v. verkeersbord
Vuilcontainer Metro Waste systems
korf
rugleuning
bovenblad
bovenkap
geheel
geheel
paal
bovengrondse deel
9007grijsaluminium
9005 zwart
9007 grijsaluminium
9007 grijsaluminium
7047
7016 antracietgrijs
7016 antracietgrijs
9006 witaluminium9005zwart
9007 grijsaluminium
Fietspad
Fietspad
Fietspad doorgaande route
Asfalt Klein Archeologiepark
Stelcon-platen
deklaag
fietsboulevard
deklaag
deklaag
E4.20.60 beige (sikkens-kleur)
zwart
beige
E4.20.60 beige (sikkens-kleur) blauw
beige (sikkens-kleur)
buitenzijde
roosters/deuren
donkergrijs grindstructuur
7016 antracitgrau
item
Trafo middenstaions Van Alfen
fabrikant
Bijzonder
RAL-kleuromschrijving
6
Legenda-eisen
03
Checklist
inrichtingsplannen
Checklist Inrichtingsplannen Openbare Ruimte
Actualisatie
Toelichting op de richtlijnen, ervaringen in het gebruik
A
Inleiding
Voor u ligt de checklist inrichtingsplannen Openbare Ruimte, een instrument om de
kwaliteit van de inrichtingsplannen voor Leidsche Rijn te verbeteren. Met deze
checklist wordt beoogd meer systematiek en volledigheid te bereiken bij het
ontwikkelen en toetsen van een functionele woonomgeving. Een functionele
woonomgeving is een woonomgeving met een zodanige inrichting van de openbare
ruimte dat deze uitnodigt tot het gewenst gebruik of goed gebruik mogelijk maakt.
Het maken van een inrichtingsplan betekent impliciet het maken van keuzes.
Ontwerpers worden met een breed scala aan deelopgaven op pad gestuurd en al deze
opgaven vragen hun specifieke aandacht en plek in het inrichtingsplan. Een lastige
opgave. De ervaringen van de afgelopen jaren in de adviescommissie openbare ruimte
Leidsche Rijn heeft dit uitgewezen. In deze adviescommissie wordt door de
toekomstige beheerders en betrokkenen getoetst op alle facetten van de openbare
ruimte. Daar liggen verschillende boekwerken aan ten grondslag. Te denken valt aan
de Atlas Openbare Ruimte, Handboek Inrichting Openbare Ruimte, Handboek
Straatmeubilair, Voetpaden voor iedereen, etc. Al deze verschillende bronnen bevatten
soms overlappende, maar soms ook verschillende richtlijnen. Het overzicht voor
ontwerpers, maar ook voor toetsers is niet eenvoudig.
Daarom is de checklist opgesteld. Deze checklist beoogt een samenvatting te zijn van
de onderliggende documenten die voor de inrichtingsplannen van Leidsche Rijn van
toepassing zijn. De checklist stelt telkens de vraag of aan dat specifieke onderwerp
gedacht is en of het inrichtingsplan conform de desbetreffende richtlijn is opgesteld.
Het helpt bij het volledig toetsen op alle aspecten.
De checklist is geen keurslijf, maar een belangrijk handvat. Bij elk plan worden door de
ontwerpers keuzes gemaakt en dat zal zo blijven. Met de hulp van de checklist zijn de
gevolgen van keuzes beter in te schatten en op waarde te beoordelen. De checklist
helpt om tot een beter plan en dus winst in de kwaliteit van de openbare ruimte te
komen.
Naar aanleiding van het gebruik en op basis van nieuwe klachten en signalen van
bewoners en beheerders, kan het noodzakelijk zijn de richtlijnen te evalueren en te
actualiseren.
Ook de onderliggende documenten kunnen hun eigen dynamiek van actualisatie. De
secretaris van de Adviescommissie Openbare Ruimte, zal actualisatie in dit overleg
jaarlijks aan de orde stellen en is verantwoordelijk voor bijstelling van deze checklist.
Leeswijzer
De checklist is onderverdeeld in elf thema's. Deze elf thema's worden in het eerste
gedeelte nader toegelicht. Ervaringen in Leidsche Rijn zijn daar aan toegevoegd. Het
tweede gedeelte bestaat uit een invulschema: per thema worden verschillende vragen
gesteld die met conform of niet conform beantwoord moeten worden. Tot slot zijn de
toetsingscriteria voor het Politiekeurmerk Veilig Wonen integraal opgenomen
Een dankwoord is op zijn plaats voor alle input die de verschillende diensten en
organisaties hebben geleverd om de checklist zo compleet mogelijk te krijgen en
tegelijkertijd te houden tot een werkbaar gereedschap. Het betreft dan met name de
diensten Dienst Stadsontwikkeling, afd. verkeer en vervoer en Wonen, Stadswerken,
ingenieursbureau en beheer, Brandweer, Politie, Hoogheemraadschap De Stichtse
Rijnlanden, Stedelijk Overleg Lichamelijk Gehandicapten Utrecht verder iedereen die
nog aanvullingen heeft geleverd.
Rob Hendriks
Irene Willems
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
B Checklist Openbare
Ruimte
Projectbureau Leidsche Rijn,
Wijkbureau Leidsche Rijn
maart 2007
Een belangrijk onderdeel van deze checklist vormen de richtlijnen die zijn opgesteld op
basis van gebruikservaringen in Leidsche Rijn: de leidraad 'Leren van beheren'. Nu
Leidsche Rijn al enkele jaren bewoond wordt, zijn er gebruikservaringen op gedaan. In
eerste instantie natuurlijk door de gebruikers zelf, de bewoners, maar ook door de
beheerders en de gemeentelijke afdelingen die de klachten en signalen van bewoners
aannemen: de dienst Stadswerken en het wijkbureaus. Een analyse van de klachten,
signalen en ervaringen heeft geleid tot een aantal richtlijnen die in eerste instantie zijn
opgenomen in de 'leidraad Leren van beheren'. In oktober 2006 zijn deze richtlijnen
geactualiseerd aan de hand van meldingen en verslagen van de Werkgroep Nazorg. De
geactualiseerde richtlijnen hebben hun plek gevonden in deze checklist . Daarmee is
deze checklist een instrument geworden om vooral het functionele aspect van de
buitenruimte onder de aandacht te brengen.
Gebruik
Deze checklist wordt door projectleiders van PBLR meegegeven aan ontwerpers van
inrichtingsplannen op het moment dat zij starten met hun ontwerp. Vervolgens wordt
een voorlopig ontwerp aan de hand van deze checklist besproken door de secretaris
van de adviescommissie openbare ruimte en de ontwerper. Dit gebeurt voorafgaand
aan de bespreking van het betreffende plan in de adviescommissie. Tot slot wordt het
inrichtingsplan met de uitkomsten van de toets aan de hand van de checklist door de
adviescommissie openbare ruimte ter goedkeuring besproken.
6
Toetsing
01
Checklist
inrichtingsplannen
1. Openbare Verlichting
Voor de functionele verlichting van Leidsche Rijn is een aparte familie van
straatverlichting ontwikkeld, bestaand uit hoofdrijbaan verlichting,
woonstraatverlichting en voetgangersverlichting. Op bijzondere plaatsen kan hiervan
af worden geweken. In de Atlas Openbare Ruimte staan de situering en maatvoering
opgenomen. In het Inrichtingsplan worden de elementen van straatverlichting echter
alleen nog nauwkeurig uitgetekend, het type en de positie worden al eerder
vastgesteld.
Openbare verlichting is van groot belang als het gaat om een sociaal veilige
woonomgeving. Bij sociale veiligheid gaat het zowel om het gevoel van veiligheid als
om het bestrijden van fysieke criminaliteit. Zichtbaarheid is een van de acht
interactiefactoren die van invloed zijn op sociale veiligheid (overige factoren zijn:
aanwezigheid potentiële dader(s), aanwezigheid potentieel doelwit, sociale controle,
overzichtelijkheid, toegankelijkheid, territorialiteit & betrokkenheid en attractiviteit
van de omgeving).
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
Goede verlichting is dus van belang, specifiek in de directe omgeving van
voorzieningen, bij de begane grond van flats, bij straatmeubilair, OV haltes, langzaam
verkeersroutes, parkeerplaatsen en achterpaden.
De ervaring leert, dat bewoners bij de eerste veiligheidsproblemen altijd om extra
verlichting vragen. Voorbeelden: jongerenoverlast bij winkelcentrum Parkwijk en
Westraklaan, inbraken bij Heinrich Bertestraat (vrije kavels scherf 14 Terwijde),
Hommelbrug.
6
Toetsing
02
Checklist
inrichtingsplannen
2. Vuilcontainers
In Leidsche Rijn wordt gewerkt met ondergrondse afvalcontainers voor rest- en
gftafval. Het spreekt bijna voor zich dat er voldoende containers moeten zijn die goed
verspreid over de buurt liggen, zodat alle bewoners hun afval gemakkelijk kwijt
kunnen. In de Atlas Openbare Ruimte staan de eisen over de hoeveelheid, maatvoering
en situering van de containers beschreven. Bij gestapelde woningen in meer dan twee
woonlagen zijn ook inpandige rolcontainers toepasbaar. Naast de afvalcontainers
wordt per 650 inwoners (circa 250 woningen) één inzamelpunt aangebracht voor oud
papier en karton en één voor glas. Voor textiel wordt één inzamelpunt per 4500
inwoners geplaatst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen huisvuil en bedrijfsafval.
Bedrijfsafval mag niet in de openbare ruimte worden opgeslagen.
De locatie van de containers is mede van belang voor de ophaaldienst. De vrachtwagen
(en de takelarm) moeten gemakkelijk en zonder hindernissen de container kunnen
bereiken. Vanuit dit oogpunt is het praktisch de verzamelpunten bij de toegang van
een woongebied te situeren.
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
In verband met overlast is ook de ligging van de containers ten opzichte van de
woningen van belang. Wanneer containers te dichtbij staan kan geluidsoverlast
optreden. Bovendien is er vaak zwerfvuil bij de containers. Na verschillende klachten is
een normering over de afstand tot woningen vastgesteld en in de Atlas opgenomen
(afstand van het midden van de container tot gevel van nieuwbouwwoning minimaal 5
meter, tot erfgrens minimaal 2 meter).
Daarnaast is het van belang dat de inrichting van de directe omgeving van de
containers zodanig is, dat het afval gemakkelijk en veilig gedeponeerd kan worden.
De opening van de container kan in verband met de (verkeers)veiligheid beter aan de
kant van het trottoir dan aan de weg geplaatst worden.
De afstand van een container tot aan de eerstvolgende parkeerplaats moet voldoende
groot zijn, liefst fysiek begrensd, bijvoorbeeld met biggenruggen.
6
Toetsing
03
Checklist
inrichtingsplannen
3. Kunstwerken
In de openbare ruimte vindt een keur aan kunstwerken plaats. In dit kader
civieltechnische kunstwerken, zoals bruggen, duikers, viaducten etc. Bij kunstwerken
spelen een aantal discussies die veelal gaan over gebruik, onjuist gebruik en veiligheid.
Gebruik
Een kunstwerk dient een bepaald doel en moet daarin vooral helder zijn. Bij bruggen
moet duidelijk zijn wie er over heen mag, voor wie dus bedoeld, en hoe scheiding van
verkeersstromen geregeld is. Vaak is dit bij kleinere kunstwerken een probleem. Ook is
niet altijd goed uitgelijnd hoe de brug aankomt op een voet-en fietspad en hoe je dan
op de brug verder moet. Bij het ontwerpen van de kunstwerken is het dan ook van
belang goed de omgeving mee te ontwerpen en de opgave regelmatig te toetsen in
het ontwerp van de openbare ruimte.
Doordat de civieltechnische kunstwerken vaak een apart ontwerptraject ingaan, vindt
terugkoppeling in het openbare ruimteontwerp onvoldoende plaats.
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
Kunstwerken leiden bij onvoldoende aandacht ook tot obstakels in de openbare
ruimte. Daarvoor dient bij het ontwerp gewaakt te worden.
Verkeerd gebruik
Kunstwerken zijn geliefde objecten om te misbruiken. Het gaat dan om het ontstaan
van ongewenste hangplekken, plekken die onder de graffiti worden gespoten en
plekken waar verlichting e.d. kwetsbaar zijn. In het ontwerp dient veel aandacht te zijn
voor de aansluiting op de rest van de openbare ruimte, de logica van de plek en de
bestendigheid teen misbruik.
6
Toetsing
04
Checklist
inrichtingsplannen
4. Water
Een belangrijk onderdeel van de waterhuishouding in Leidsche Rijn zijn de wadi's. Een
wadi is een ondiepe groene greppel waar regenwater langzaam de bodem in zakt,
zodat er een natuurlijke afwatering kan plaatsvinden. In de praktijk is gebleken dat de
wadi's vaak te smal zijn geconstrueerd, hetgeen problemen veroorzaakt met maaien.
Tevens zijn constructies met drainboxen onder wadi's ongewenst omdat groen hier in
de zomer niet op groeit. Om goed te functioneren, moeten wadi's in grote eenheden
worden aangelegd. Dit voorkomt dat het water te lang aan het oppervlak blijft staan
en gaat stinken. Bovendien ziet het er slordig uit, waardoor mensen sneller geneigd
zijn hier hun afval te dumpen.
Een goede inrichting en regelmatig onderhoud van de oevers is van belang voor een
hogere belevingswaarde. Van de hoofdwaterlopen moeten de flauwe oevers op de
bezonde kant (noordzijde) liggen voor een optimale diversiteit aan leefmilieus. In
verband met veiligheid kan ervoor gekozen worden het flauwe talud aan de
bewonerszijde te situeren. Voor het onderhoud van hoofd- en wijkwatergangen
worden in de Atlas Openbare Ruimte eisen gesteld aan de (maatvoering van)
waterlopen.
De gebruikswaarde wordt sterk verhoogd wanneer met (fluister- of roei)bootjes op het
water gevaren kan worden en wanneer er gevist of eendjes gevoerd kunnen worden.
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
6
Toetsing
05
Checklist
inrichtingsplannen [1]
5. Verkeer
Onderscheid functies
Waarschijnlijk het meest belangrijke bij een functionele woonomgeving is dat de
verschillende verkeersfuncties zoals wandelen, fietsen en autorijden duidelijk zijn voor
de gebruiker. Fietsroutes moeten niet te breed worden gemaakt en wandelroutes
moeten niet een makkelijk alternatief voor de scooter vormen. In Terwijde (scherf 15)
was het voor de gebruiker onvoldoende duidelijk welke routes voor de automobilist,
fietser of voetganger bedoeld waren. Een fietsroute was dusdanig breed dat daar
gemakkelijk met de auto over gereden kon worden. Als mensen het niet verwachten,
kan dit tot gevaarlijke situaties leiden. In Terwijde is achteraf deze route versmald.
Vaak zijn ook in Leidsche Rijn alsnog paaltjes geplaatst op fietspaden omdat deze
paden te vaak gebruikt werden door automobilisten. Te veel paaltjes verfraait het
straatbeeld niet, daarom is het beter er met het ontwerp rekening mee te houden.
Wandelpaden worden gemakkelijk door fietsers en scooters gebruikt. Dit hoeft niet
meteen een probleem op te leveren, maar als er voor fietsers en scooters geen goed
alternatief in de omgeving is, kan het vaak wel tot problemen leiden. Een kronkel in
het wandelpad maakt het voor fietsers en scooters minder aantrekkelijk. Soms worden
als lapmiddel achteraf hekjes toegepast.
Een breed trottoir lijkt aantrekkelijk, maar zowel in De Balije als in Terwijde is
gebleken dat als een breed trottoir direct grenst aan een gevel, dit veel overlast
veroorzaakt. Dit trottoir wordt namelijk dan gebruikt om te voetballen. Met name als
er in de directe omgeving onvoldoende alternatieven zijn voor voetballen kan dit
overlast veroorzaken. Een oplossing die regelmatig wordt gekozen is het achteraf
aanleggen van geveltuinen.
gebieden is het dus extra belangrijk aandacht te besteden aan de inrichting in relatie
tot het verwachtte gebruik. Het is verstandig de wetgeving (CROW) en richtlijnen voor
woonerven in acht te nemen. Dit betekent bijvoorbeeld dat de inrichting van de weg
dusdanig moet zijn dat stapvoets rijden wordt afgedwongen: geen lange rechtstanden,
etc. In Terwijde (scherf 1 en 2) zijn een jaar na oplevering alsnog verkeersremmende
maatregelen getroffen zoals extra drempels, bomen en plantenbakken.
Routes en ontsluiting
Bij de aanleg van van voet- en fietspaden worden in de eerste plaats keuzes gemaakt
op buurt, wijk en stedenbouwkundig planniveau over het tracee en de integratie met
andere verkeerssoorten. Hierbij is het van belang dat vooral de routes naar
speelplekken en voorzieningen, zowel overdag als 's avonds logisch en (verkeers)veilig
zijn. Continuïteit en herkenbaarheid van de route spelen een grote rol. Op de foto
wordt een doorgaande route abrupt onderbroken door een parkeerterrein. Wanneer
een route continu en herkenbaar is, wordt de oriëntatie en overzichtelijkheid voor de
gebruiker vergroot. Vooral kinderen moeten een speelplek veilig kunnen bereiken
zonder drukke wegen over te steken. Daarbij is het ook van belang dat op een en
dezelfde belangrijke (school)route de voorrang consequent geregeld wordt. Uit
ervaring blijkt dat zelfs op een hoofdfietsroute de voorrang per kruispunt verschillend
kan zijn (Fred Raymondpad, Terwijde).
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
Ook de ontsluiting van en de circulatie binnen de wijk zijn van belang voor een
functionele woonomgeving. Doorgaande verkeersverbindingen moeten duidelijk te
onderscheiden zijn van de overige wegen, zodat een goede doorstroming in de wijk
mogelijk is en er geen sluipverkeer ontstaat. Daar hoort bij dat het éénrichtingsverkeer
duidelijk is aangegeven. Ook t.b.v. de brandweer stelt de Atlas Openbare Ruimte dat
woongebieden altijd door tenminste 2 ontsluitingswegen bereikbaar moeten zijn.
Snelheid beperken
De breedte van de rijwegen en bochtstralen zijn van belang bij een functionele
woonomgeving. Door middel van smalle profielen kan de snelheid worden beperkt.
Echter bij het toepassen van smalle profielen moet wel gekeken worden of dit aan het
begin van een buurt is (waar relatief veel verkeer rijdt) of achterin een buurt wordt
toegepast. Daarnaast moeten automobilisten elkaar kunnen passeren zonder dat de
zijspiegel eraf wordt gereden of dat er irritaties ontstaan. Het is niet wenselijk dat
voertuigen vaak over trottoirs rijden en bochten afsnijden. Dit kan tot beschadigingen
en zelfs gevaarlijke situaties leiden, en achteraf moeten lapmiddelen ingezet worden
(halve bollen). Tevens kunnen profielen dermate krap zijn dat de flexibiliteit voor
veranderingen in de toekomst verdwijnt.
Ook ten behoeve van de voertuigen van de brandweer worden in de Atlas Openbare
Ruimte randvoorwaarden gesteld aan de vrije doorrijbreedte van een weg: 3,5 meter.
Fietsers en wandelaars kiezen altijd de kortste route. Als deze niet verhard is, ontstaat
een zogenaamd 'olifantenpad'. In de praktijk wordt dit dan vaak alsnog verhard
(bijvoorbeeld bij Cluster Voorn in Langerak). Het is wenselijker om daar vanuit het
ontwerp meteen rekening mee te houden.
Forums/ clusters van voorzieningen
De verkeerscirculatie bij voorzieningen, met name scholen, levert vaak problemen op.
Uit ervaring blijkt dat de meeste ouders hun kinderen met de auto naar school brengen
op doorreis naar hun werk. Het gedrag dat hierbij past is het kort afzetten en weer
doorrijden. De inrichting die hier het meest bij past is die van een kiss-en-ride-zone. Die
moet dan wel zodanig zijn ingericht dat opstopping voorkomen wordt.
Sociale veiligheid
Een andere manier om de snelheid in de buurt te beperken en daarmee de veiligheid
te vergroten, is het toepassen van verkeersremmers. Natuurlijk zijn het aantal en de
locatie hierbij van belang, maar ook het type en de inrichting. Wanneer de trottoirs
niet duidelijk gescheiden zijn, of er geen hoogteverschil is, en er zijn drempels
toegepast zoals op de foto, zijn automobilisten geneigd de verkeersremmers te
ontwijken. Dit kan tot beschadigingen of zelfs gevaarlijke situaties leiden. Daarom is
het handig om drempels te situeren naast bijvoorbeeld wadi's of ander groen zodat ze
niet ontweken kunnen worden.
Woonerf
In een woongebied waar er voor is gekozen om geen onderscheid tussen functies te
maken (woonerf), kan dit tot gevaarlijke situaties lijden. Zo komt het voor dat de
voordeur van de woningen direct op de straat uitkomt (zie foto). Om aanrijdingen te
voorkomen is bij elke voordeur een plantenbak geplaatst. Bij woonerven en 30-km
Als het gaat om sociale veiligheid en verkeer, zijn de volgende zaken te benoemen:
Ÿ maak verschillende routes voor langzaam verkeer mogelijk, voorkom
onderdoorgangen, creëer een heldere structuur van de verkeersontsluiting en
beperk doorgaande routes in de wijk. Deze maatregelen bevorderen de
zichtbaarheid en overzichtelijkheid en beperken de toegankelijkheid.
Ÿ oriëntatie van woningen en wegen op toegangsroutes, OV haltes, speelplekken,
plantsoenen en langzaam verkeersroutes bevordert zicht en sociale controle.
Ÿ om de toegankelijkheid (voor potentiële daders) te beperken is het goed om geen
achterpaden toe te passen. Indien hier toch voor gekozen wordt, kan ontsluiting via
de voorzijde of eenzijdige toegankelijkheid een oplossing bieden. Ook het afsluiten
voor niet-bewoners of halverwege afsluiten is een oplossing.
Voetpaden worden om de duidelijkheid te verbeteren bij voorkeur als "normaal"
trottoir uitgevoerd, dat wil zeggen verhoogd langs de rijbaan. Ervaringen met trottoirs
6
Toetsing
06
Checklist
inrichtingsplannen [2]
op gelijk niveau blijken toch maar lastig begrepen te worden, zowel door ervaren
weggebruikers als automobilisten en fietsers en scooters, en de veiligheid voor
spelende kinderen e.d. komt dan in het gedrang.
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
6
Toetsing
06
Checklist
inrichtingsplannen
6. Parkeren
Aantal en locatie
A Inleiding
In de eerste plaats is het van belang dat er in de woonomgeving voldoende
parkeermogelijkheden zijn. Wanneer er niet voldoende parkeerplekken zijn, worden
auto's op plaatsen geparkeerd waar dit niet toegestaan is. In Leidsche Rijn is een
algemene parkeernorm ingesteld die varieert per type woning, beschreven in de Atlas
Openbare Ruimte. Bij deze norm is parkeren op eigen terrein meegenomen.
Ook de locatie van parkeerplekken ten opzichte van de woningen kan ongewenst
gedrag veroorzaken. Wanneer gekozen is voor geconcentreerd parkeren, bijvoorbeeld
in parkeerbossen, neemt de afstand tot de woningen toe. Als men verder moet lopen,
is men eerder geneigd de auto dichter bij huis op trottoirs en in bermen te parkeren.
Dit is nu onder andere te zien in De Balije, Hoge Veld.
Parkeerplekken direct onder een raam van woning is niet wenselijk, en ook naast een
speelplek of speelaanleiding geeft in de praktijk overlast.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
Forum/cluster
Bij scholen en kinderdagverblijven moet er voldoende gelegenheid zijn voor haal- en
breng verkeer om de auto kortstondig te parkeren. Op locaties waar scholenclusters
naast andere voorzieningen liggen, kan dubbelgebruik plaatsvinden. In gebieden waar
een school direct grenst aan woningen moet de parkeernorm verhoogd worden. Van
groot belang is dat er ook voor de fietsers en voetgangers goede voorzieningen zijn.
Dat wil zeggen, veilige routes en voldoende stallingmogelijkheden
Inrichting van de parkeerplek
Een derde oorzaak voor verkeerd parkeren kan ontstaan door onduidelijkheid van de
mogelijkheden. Een parkeerplek kan door de inrichting, materiaal- en kleurgebruik,
niet goed gevisualiseerd zijn, en daarom niet als zodanig herkend worden.
Principes als 'de auto te gast op het trottoir', zoals dat in Leidsche Rijn wel meer is
toegepast, zorgen voor veel onduidelijkheid over de parkeermogelijkheden omdat dat
niet goed gevisualiseerd is.
Een ander probleem dat zich bij parkeren voordoet, is dat de inrichting van de plek tot
onlogische en onveilige situaties kan leiden. Soms wordt een parkeerplek direct aan
een haag of dode muur gesitueerd zodat uitstappen aan die kant onmogelijk wordt
gemaakt. Men is dan verplicht aan de straatkant uit te stappen, wat verkeersonveilig
kan zijn. Ook komt het voor dat parkeerplekken direct voor een oprit zijn gesitueerd.
6
Toetsing
07
Checklist
inrichtingsplannen
7. Materialisatie
Eén van de belangrijkste aspecten voor een functionele woonomgeving is een duidelijk
herkenbaar onderscheid van de verschillende (verkeers)functies, zoals rijbanen,
trottoirs en parkeerstroken. Dit kan vooral zichtbaar gemaakt worden in (de hoogte en
kleur van) de bestrating.
Kleur en zichtbaarheid
Ten aanzien van de fietspaden stelt de Atlas Openbare Ruimte een aantal
randvoorwaarden met betrekking tot de inrichting. 'Fietspaden (die niet gescheiden
zijn van de rijbaan) worden uitgevoerd in rood. Fietspaden die vrij liggen hoeven niet
in rood uitgevoerd te worden. Op kruispunten waar fietsers voorrang hebben, wordt
de voorrang benadrukt door de kleur van het fietspad door te zetten over het
kruispunt.'
Drempels toegepast in de kleur antraciet zijn 's avonds niet zichtbaar. Ook de halve
bollen, om ontwijkgedrag te voorkomen, zijn 's avonds moeilijk zichtbaar.
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
Kwaliteit materiaal
Er kunnen oppervlaktes en locaties in een ontwerp voorkomen die zich bij uitstek
lenen om bespoten, beklad of beplakt te worden. Door hier extra aandacht aan te
besteden is de kans dat dit voorkomt kleiner. Zo kan materiaal gebruikt worden dat
gemakkelijk vervangbaar is, of afwasbare antigraffiti coating op kwetsbare wanden.
Trottoirs met of zonder hoogteverschil
Recent zijn diverse discussies gevoerd over de wenselijkheid van de oplossingen. In het
algemeen is nu duidelijk geformuleerd dat een trottoir bij voorkeur een verhoogde
ligging heeft en daarmee helder is in uitstraling. De trottoirs zonder hoogteverschil
worden als onduidelijk ervaren en leveren ook voor kinderen vaak geen veilige
speelplek op. Trottoirs zonder hoogteverschil dienen in ieder geval zeer uitdrukkelijk
herkenbaar te zijn in materialisatie en moeten passen binnen de gestelde inrichting
van de openbare ruimte.
6
Toetsing
08
Checklist
inrichtingsplannen
8. Speel- en hondenvoorzieningen
Spelen
In de Atlas Openbare Ruimte wordt onderscheid gemaakt naar 3 doelgroepen:
kleuterspeelplaatsen (3-6 jaar), kinderspeelplaatsen (6-12 jaar) en speelterreinen (12-18
jaar). Aan deze categorieën zijn voorwaarden gekoppeld voor de situering, spreiding
en maatvoering. Voor kleuter- en kinderspeelplaatsen is 1 op 750 inwoners de norm,
voor speelterreinen 1 op 1500 inwoners. Daarnaast is minimaal 1 plek voor jongeren
per wijk vereist.
In het SPvE en het Stedenbouwkundig Plan wordt het ruimtebeslag van de
speelvoorzieningen al op de plankaart ingetekend. Om demografische groei in de
toekomst op te vangen (kinderen worden jongeren), is het noodzakelijk al in dit
stadium extra ruimte en flexibiliteit in de plannen op te nemen. Een deel van de
speelplekken wordt volgens de 'witte vlekken aanpak' pas ingericht als 80% van de
omgeving bewoond is. Bewoners worden bij deze methode uitgenodigd mee te
denken over de inrichting.
de markering. Het is belangrijk dat de toiletten en weides voor iedereen duidelijk
herkenbaar zijn, zodat daar geen misverstanden over kunnen ontstaan.
Verder moet een hondenspeelweide een zodanige omvang hebben dat honden er nietaangelijnd kunnen lopen en rennen. Ze bestaan uit gras, zo mogelijk aangevuld met
hoogteverschillen, andere beplanting en toestellen.
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
Maatwerk
Belangrijk is dat de kwaliteiten van de locatie zelf het uitgangspunt vormen voor de
inrichting, zodat elke speelplek maatwerk wordt in de omgeving.
Een aantal aanbevelingen:
Ÿ in de inrichting zijn spelaanleidingen minstens even belangrijk als de toestellen. Een
spelaanleiding is alle inrichting van de openbare ruimte (behalve de toestellen zelf)
die kinderen uitlokt om te spelen, bijvoorbeeld stenen, trappen of heuveltjes.
Ÿ spelaanleidingen en speeltoestellen moeten prikkelend zijn voor de fantasie.
Wanneer toestellen abstract zijn vormgegeven, krijgen kinderen de gelegenheid
zelf wat te verzinnen, wat de gebruiksmogelijkheden van een toestel verhoogt.
Ÿ bij de keuze van beplanting gaat de voorkeur uit naar soorten die zichtbare en
ervaarbare seizoensinvloeden laten zien. Daarbij is het belangrijk dat de beplanting
kindvriendelijk is, dus geen giftige bessenstruiken of struiken met doornen.
Jongeren (12 jaar en ouder) zijn heel mobiel en het spelen is meer gericht op balspelen,
skaten en elkaar ontmoeten. Ook treedt er competitie op, onderling en in het spel.
Naast de fysieke ruimte (veel meters), is ook de mogelijkheid tot interactie met
toeschouwers een belangrijk criterium.
Hondentoiletten en hondenspeelweiden
In de gemeente Utrecht is beleid vastgesteld met betrekking tot de voorzieningen voor
honden. Er is een maximale loopafstand bepaald van de woning tot een hondentoilet
of -weide en een minimale maatvoering. Voor Leidsche Rijn is dit vastgelegd in de Atlas
Openbare Ruimte.
Toch blijkt in de praktijk weinig aandacht te bestaan voor dit onderwerp, met als
gevolg dat hondenvoorzieningen niet of zelden voorkomen in de ontwerpen.
Vervolgens ontstaat er overlast omdat honden worden uitgelaten waar dat niet
gewenst is.
Bij de keuze over de locatie is het van belang dat de hondentoiletten en de
hondenspeelweiden logisch ten opzichte van elkaar worden gesitueerd.
Een combinatie heeft zelfs de voorkeur omdat op de speelweides een opruimplicht
geldt en bij de hondentoiletten niet.
Inrichting van de hondenvoorziening
De inrichting van hondentoiletten en hondenspeelweiden vereist niet veel. De toiletten
bestaan uit gras, 2 a 4 palen met een bordje, een afvalbak en voethekjes of hagen voor
6
Toetsing
09
Checklist
inrichtingsplannen
9. Groen
Een groene woonomgeving, met bomen, bloemen en plantsoenen, verhoogt de
attractiviteit en levendigheid van de omgeving. Bovendien kan een groene
woonomgeving aanleiding zijn tot verblijf en spel in de natuur en bijdragen aan de
beleving van de seizoenen.
Een stedelijke sfeer kan tegelijk ook zeer stenig overkomen door het gebrek aan
bomen (zie foto). Uit ervaring blijkt dat er veel aanvragen gedaan worden door
bewoners voor extra bomen of ander groen zoals heesters.
In de Atlas Openbare Ruimte is voor de verschillende delen van Leidsche Rijn
aangegeven welke kenmerkende boomsoorten de sfeer van het gebied versterken.
Ook moet worden nagedacht over de gevolgen van vruchtendracht en eigenschappen
van bomen (linden druipen op auto's). Dit is van grote invloed op het woongenot.
Lineaire elementen, zoals hagen en bomenrijen geven richting aan de ruimte en
dragen bij aan de leesbaarheid en oriëntatie in de buurt. Een meer diverse begroeiing
heeft een hogere belevingswaarde en draagt bij aan de identiteit van plekken binnen
de buurt.
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
Geen kleine stroken
Vaak is het groen te versnipperd aangelegd in kleine of smalle reststroken. Hierdoor
verdwijnt de attractiviteit en gebruikswaarde voor bewoners. Daarnaast is de
beheersbaarheid van de kleine stroken extra moeilijk en daardoor arbeidsintensiever.
In Terwijde zijn smalle grasstroken in de beheerfase vervangen door heesters en een
keer door een beukenhaag. Klachten hier waren dat deze grasstrook alleen maar
gebruikt werd als hondenuitlaatplaats en vaak onverzorgd was (slecht te beheren).
Soms is het bij kleinere stroken ook niet duidelijk of dit om openbaar of privé-gebied
gaat, zogenaamde 'restruimtes'. Ook in dit geval ontstaan er problemen op het gebied
van beheer. Soms worden deze reststukjes achteraf in erfpacht uitgegeven, maar dat
vraag onnodig veel administratie.
Locatie beplanting
De locatie van bomen is om meerdere redenen van belang, zoals zicht, licht en
verkeersveiligheid. De lantaarnpaal op de foto is direct naast een boom geplaatst
waardoor, als de boom volgroeid is, het licht belemmerd zal worden. Kronen van
bomen kunnen ook te dicht bij de bebouwing staan, waardoor ze daglicht wegnemen
of tegen de ramen tikken. De locatie van bomen, maar ook van ander groen, is tevens
van invloed op de sociale en verkeersveiligheid. Beplanting kan het zicht ontnemen,
bijvoorbeeld bij in en uitritten en/of kruisingen waardoor ongewenste confrontaties
kunnen ontstaan tussen de verschillende weggebruikers. In de Atlas Openbare Ruimte
staan richtlijnen voor maatvoering, situering en afstanden van de bomen.
6
Toetsing
10
Checklist
inrichtingsplannen
10. Straatmeubilair
Wat betreft het straatmeubilair (bankjes en prullenbakken) is het van belang dat deze
voldoende aanwezig zijn, bij voorzieningen als speelplekken maar ook gewoon in de
woonbuurten. Ook een goede ligging van de elementen ten opzichte van elkaar is van
belang; altijd een prullenbak in de buurt van een bank / zitelement plaatsen.
Voor het overig straatmeubilair; nutskastjes, abri's, telefooncellen, etc. geldt vooral dat
ze niet in de weg moeten staan. Het voorbeeld van de foto laat een lantarenpaal zien
die net voor de entree van een woning is geplaatst. De tweede foto laat zien hoe een
ingebouwd nutskastje tot een loze ruimte leidt. Deze ruimte wordt gebruikt om afval
te dumpen.
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
6
Toetsing
11
Checklist
inrichtingsplannen
11. Toegankelijkheid
Om een wijk integraal toegankelijk te maken, zijn diverse maatregelen nodig. Voor
een volledig overzicht van de criteria wordt verwezen naar de recente brochure
'Voetpaden voor iedereen' van de Stichting Bouw Advies Toegankelijkheid Utrecht
(www.batutrecht.nl). In deze leidraad voor een functionele woonomgeving worden de
meest belangrijke maatregelen beschreven, dat wil zeggen, de maatregelen die
minimaal gerealiseerd zouden moeten worden.
In de eerste plaats is een vrije doorgang van het trottoir noodzakelijk. Uiteraard moet
het straatmeubilair zodanig worden gesitueerd dat het geen belemmering in de
looproute vormt, zoals op de foto het geval is.
De breedte moet minimaal 1,2 m zijn, maar bij vernauwingen, zoals boomkransen,
paaltjes en lantarenpalen mag de breedte tenminste 0,9 m zijn. Ook kan de
toegankelijkheid ernstig worden verhinderd door verzakkingen, drempelvorming,
begroeiing (onkruid) en overgroeiing (struiken). Daarnaast speelt de continuïteit een
rol. Wanneer er een afrit is, moet aan de overkant van de straat ook een oprit zijn. Dit
lijkt logisch, maar blijkt niet altijd voor te komen.
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
Ten tweede hebben vooral de ontmoetingsplekken in de wijk, zoals parken,
speelplekken en voorzieningen, en de routes ernaartoe, prioriteit voor een goede
toegankelijkheid, omdat deze juist door ouderen, ouders met kinderwagens en minder
validen intensief gebruikt worden. Voor de routes geldt dat er regelmatig banken met
een rugleuning dienen te staan (gemiddelde afstand 200 meter) om even uit te kunnen
rusten.
Om een park voor iedereen toegankelijk te maken, dient er tenminste één rondgaand
toegankelijk pad te zijn, welke goed bereikbaar is vanaf de verschillende looproutes uit
de omliggende wijken.
Inrichting
Kruisingen met een andere verkeersstrook moet voorzien zijn van opritten, zodat de
bereikbaarheid wordt gewaarborgd. Dit geldt niet alleen bij looproutes van de
woningen naar voorzieningen in de wijk, maar bijvoorbeeld ook bij afvalcontainers.
Deze opritten moeten voorzien zijn van vijf witte noppentegels (geadviseerd door de
Federatie Slechtzienden- en Blindenbelang). Denk hierbij ook aan acceptabele
hellingpercentages voor rolstoelen en de continuïteit van een route.
Tot slot is in het Bouwbesluit vastgesteld dat het hoogteverschil tussen het
aansluitende terrein (voetpad) en een toegang van nieuwe woningen en gebouwen
niet groter mag zijn dan 20 mm. Hiermee is beoogd dat een rolstoelgebruiker
zelfstandig een gebouw kan binnengaan. Een mogelijke oplossing voor
hoogteverschillen is een zeer goed toegankelijk achterpad.
6
Toetsing
12
Checklist
inrichtingsplannen
12. Politie keurmerk
Per medio 2006 is het hernieuwde politiekeurmerk van kracht voor nieuw te bouwen
woningen in Utrecht. Bij de herziening van de punten die gelden voor de Integrale
Woningkwaliteit is het keurmerk nu opgenomen als eis.
Voor nieuwbouw gelden echter meer toetspunten dan uitsluitend de woning. Het
keurmerk stelt ook eisen aan het stedenbouwkundig plan en stelt eisen aan het
ontwerp van de openbare ruimte. Deze eisen zijn veelal geformuleerd als een te
bereiken percentage, maar ook enkele eisen gelden volledig.
Daarmee verschilt de situatie in nieuwbouwgebieden flink van bestaande bouw, daar
geldt de toets slechts de woning. In de planfasen dienen daarom zowel het
stedenbouwkundige plan als het inrichtingsplan getoetst te worden op de eisen die
het politiekeurmerk stelt.
In de eindfase zal de ontwikkelaar van de woningen het formele keurmerk voor de
woning dienen aan te vragen, maar moet er dan van uit kunnen gaan dat het
stedenbouwkundig ontwerp en buitenruimte ontwerp voldoen.
A Inleiding
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Openbare Verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
Politiekeurmerk
Het politiekeurmerk levert voor een aantal stedenbouwkundige thema's wel dilemma's
op, met name rond het onderwerp parkeren. Vanuit het keurmerk worden
beperkingen gesteld aan de clustering van parkeren, terwijl dit om
stedenbouwkundige redenen soms gewenst is. Dit moet op tijd in het planproces
onderkend worden.
In de nieuwe op te stellen programma's van eisen zal het politiekeurmerk ook worden
opgenomen als een randvoorwaarde voor het te ontwikkelen plan.
6
Toetsing
13
Checklist
inrichtingsplannen
conform:
B
niet conform:
Checklist inrichtingsplannen openbare ruimte
1. Openbare verlichting
Hoogte masten
Is duidelijk onderscheid in lichtmasthoogte en hoogte afgestemd op profiel
Politiekeurmerk
Is sprake van voldoende lichtniveau conform het politiekeurmerk Veilig Wonen
Is plaatsing logisch t.o.v. andere andere elementen van de buitenruimte
Staan de lichtmasten niet te dicht bij bomen
Verlichten de masten niet te veel uitgeefbaar terrein
Staan de lichtmasten op voldoende afstand tot de gevels
Veroorzaken de lichtmasten geen lichthinder in de woningen
Is plaatsing zodanig dat er geen aanrij schade ontstaat
Is er voldoende vrije ruimte tot vuilcontainers
Is sprake van voldoende aanlichten van de verkeerskruispunten
Thema’s
1
2
3
4
5
6
7
8
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk Veilig
Wonen voor Nieuwbouw
Afwijkende typen lichtmasten en verlichting
Is er sprake van afwijkende verlichting zoals hangarmaturen, spandraden, aan gevels etc.
Overige opmerkingen
Kloppen locaties van kasten voor OV, CAI, VRI etc
6
Toetsing
14
Checklist
inrichtingsplannen
conform:
niet conform:
2. Vuilcontainers
Richtlijnen
Wordt voldaan aan de eisen t.a.v. afstanden tot gevel en erfgrens
Wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van maximale loopafstanden
Staan glas en papiercontainers op logische plaatsen bij winkelcentra of publiekslokaties
Is rekening gehouden met een verkeerveilige bereikbaarheid
Inzamelroute
Is er sprake van een logische inzamelroute
Is er bij het uittillen van de containers voldoende afstand tot bomen/lichtmasten en geparkeerde auto´s
Overige opmerkingen
Zijn de lokaties bereikbaar voor minder validen?
Is rekening gehouden met zichthinder van uit de woningen
Is rekening gehouden met windrichting en mogelijke stankhinder
Is de vulopening logisch gesitueerd (naar trottoir toe) en goed bereikbaar
Thema’s
1
2
3
4
5
6
7
8
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk Veilig
Wonen voor Nieuwbouw
6
Toetsing
15
Checklist
inrichtingsplannen
conform:
niet conform:
3. Kunstwerken
Kunstwerk zelf
Zijn de materiaalspecificaties duidelijk
Is de verkeersklasse duidelijk aangegeven (en daarmee type gebruik)
Is de levensduur gegarandeerd conform beleid Stadswerken
Zijn er maatregelen getroffen tegen vandalisme en is het kunstwerk graffity bestendig
Plaatsing kunstwerk in route
Kloppen de aansluitingen op het kunstwerk qua verkeersstromen
Zijn eventuele looproutes helder en indien nodig voorzien van speciale voorzieningen en markering
Zijn de rijroutes (fiets, auto) helder en voorzien van speciale voorzieningen en markering
Is de aansluiting in talud duidelijk en kloppen hellingen en hoogten
Kloppen de doorvaarthoogten bij de bruggen
Zijn bij vlonders de hoogten goed afgestemd op het waterpeil (denk om flexibel peilbeheer)
Hellingen bij kunstwerken
Voldoen de hellingen aan de eisen voor toegankelijkheid (max 1:25) (zie eisen toegankelijkheid)
Lopen de leuningen door tot insteek talud
Zijn de leuningen zonder onderbrekingen en goed omvatbaar.
Thema’s
1
2
3
4
5
6
7
8
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk Veilig
Wonen voor Nieuwbouw
Overige opmerkingen
Zijn leuningen (of hekjes o.i.d.) noodzakelijk bij kademuur
Zijn er bij kademuren voorzieningen om uit het water te komen (trapjes o.i.d.)
6
Toetsing
16
Checklist
inrichtingsplannen
conform:
niet conform:
4. Water
Type watergang
Voldoen de watergangen aan de afgesproken profielen conform het waterplan
Is duidelijk onderscheid aangegeven in hoofdwatergang en wijkwatergang of perceelsloot
Zijn peilmaten aangegeven en kloppen alle peilhoogten t.o.v. maaivelden en vloerpeilen
Is de gebruikswaarde/ veiligheid meegewogen in het plan
Beheer watergangen
Zijn de watergangen onderhoudbaar (varend onderhoud, schouwpad)
Zijn er inlaatplaatsen voor de maaiboot als varend onderhouden wordt
Is rekening gehouden met verwijderen van drijvend zwerfvuil en opwaaiing
Zijn de taluds te onderhouden (te maaien)
Is er een plasberm noodzakelijk in verband met veiligheid
Afwatering (wadi's)
Zijn Wadi's van voldoende grootte (geen snippers) , is dubbelgebruik mogelijk
Is onderhoud van de Wadi's mogelijk met normaal materieel, diepte conform richtlijn
Is duidelijk aangeven of een Wadi uit gras bestaat of ingeplant is
Zijn er aanvullende infiltratievoorzieningen getroffen
Thema’s
1
2
3
4
5
6
7
8
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk Veilig
Wonen voor Nieuwbouw
Kunstwerken
Zijn duikers aangegeven en kloppen aansluitingen op aangrenzende watergangen
Zijn stuwen aangegeven en voldoende beveiligd tegen misbruik (belopen)
Overig
Waterhuishoudingsplan ter goedkeuring naar HDSR
Beschoeiing, noodzakelijk of wenselijk en aangegeven?
6
Toetsing
17
Checklist
inrichtingsplannen
conform:
niet conform:
5. Verkeer
Typering verkeerswegen
Is er een duidelijk herkenbare scheiding in structuur van 50 km/h wegen en 30 km/h wegen
Is sprake van woonerven en parkeerhoven en zijn die duidelijk aangegeven
Klopen de bochtstralen bij de profielen en bij daadwerkelijk gebruik
Zijn fietspaden (vrijliggend, hoofdfietsnet, aanliggend) duidelijk en logisch en herkenbaar in route en materialisering
Zijn trottoirs aanwezig, klopt breedte etc., is er een logische route en herkenbare materialisering, geen reststukken
Is er sprake van niveauverschil tussen trottoirs en rijweg en anders herkenbare materialisering voor functies
Alert op dubbelfuncties fietspaden/wandel
Prognose intensiteit
Klopt maatverhouding bij aanbod
Heeft elk deelgebied meerdere uitgangen t.b.v. calamiteitenverkeer
Is sprake van onderdoorgangen en kloppen hoogten voor vrachtverkeer en calamiteitenverkeer
Poortconstructies
Zijn overgangen aanwezig voor 50 km/h naar 30 km/h en op de juiste plek
Zijn er overgangen van 30 km/h naar erven (inritconstructie) en kloppen deze
Thema’s
1
2
3
4
5
6
7
8
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk Veilig
Wonen voor Nieuwbouw
Voorrangsituaties
Is overal de voorrang duidelijk geregeld of is duidelijk dat een aansluiting gelijkwaardig is
Voldoen aan richtlijn duurzaam veilig
Voldoet de voorgestelde inrichting aan de richtlijnen duurzaam veilig
Kloppen de afstanden tussen drempels
Zijn de drempels logisch gesitueerd (denk aan overlast woningen) en in nabijheid verlichting
Is sprake van kruisingen die zijn opgetild
Is type drempel conform standaard Leidsche Rijn
Overig
Klopt het bebordingsplan
Zijn ASVV en andere hulpmiddelen zoals duurzaam veilig toegepast
Sluit de verkeersstructuur zorgvuldig aan op de omliggende deelplannen
6
Toetsing
18
Checklist
inrichtingsplannen
conform:
niet conform:
6. Parkeren
Parkeerbalans
Klopt de parkeerbalans bij het type woningen en voorzieningen
Is binnen de bandbreedte de juiste telwijze gehanteerd
Zijn er minder-valide parkeerplaatsen nodig
Logisch gebruik parkeerplaatsen
Liggen de parkeerplaatsen op logische locatie t.o.v. de woningen en voorzieningen voor goed gebruik
Zijn lokaties uitgegeven en buiten vastgelegd (minder flexibele parkeerbalans) en duidelijk aangegeven in IP?
Is parkeren op eigen terrein handhaafbaar (in uitgiftecontract vastgelegd)
Zijn bij twee parkeerplaatsen op eigen terrein ook beide onafhankelijk bereikbaar (niet achter elkaar)
Is de maatvoering van parkeerplaats en aanrijroute ook kloppend (inrijden mogelijk met juiste bochtstraal)
Zijn parkeerplaatsen waar mogelijk voorzien van een uitstapstrook
Zijn alle getelde parkeerplaatsen ook nuttig aan te wenden (denk aan uitstappen, lokatie voordeur en berging)
Is de materialisatie duidelijk en fysiek waarneembaar wat parkeerplek is.
Politiekeurmerk
Is er voldoende zicht op de geparkeerde auto's
voldoende compartimentering, geen grote parkeervelden aaneengesloten
Thema’s
1
2
3
4
5
6
7
8
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk Veilig
Wonen voor Nieuwbouw
Verstorende invloeden
Zijn er voorzieningen die mogelijk een extra beroep doen op de parkeerplaatsen
(station in omgeving, arts of ander beroep dat verkeer aantrekt, zorgcentrum)
Is er in de toekomst ruimte voor extra minder-valide parkeerplaatsen
Is rekening gehouden met fietsparkeren bij voorzieningen (scholen, station, detailhandel en appartementen) en anti-diefstal
6
Toetsing
19
Checklist
inrichtingsplannen
conform:
niet conform:
7. Materialisatie Verhardingen
Typen conform Atlas
Zijn materialen rijweg, trottoirs, woonerven etc. conform Atlas
Is spraken van nieuwe afwijkende typen verharding
Is sprake van nieuwe afwijkende legverbanden
Logisch gebruik verharding
Zijn rijwegen van klinkers (evt, asfalt)
Klopt bestratingspatroon van de rijwegen
Klopt bestratingspatroon van de parkeervakken
Herkenbaar trottoir in tegels, geen rijwegen in trottoirtegels
Herkenbaar onderscheid in kleur tussen trottoir, rijweg en parkeervakken of in verbanden etc. en markering
Markering toegepast voor P-tegels in woonerven
Herkenbare inritbanden, noppentegels voor minder-valide markeringen en bochtverlagingen
Geen afwijkende materialen, opsluitbanden etc.
Geen halfverhardingen toegepast
Thema’s
1
2
3
4
5
6
7
8
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk Veilig
Wonen voor Nieuwbouw
Overige opmerkingen
Calamiteitenroutes in gefundeerd gras indien toegepast herkenbaar aangegeven
6
Toetsing
20
Checklist
inrichtingsplannen
conform:
niet conform:
8. Speel- en hondenvoorzieningen
Normering
Voldoen de voorzieningen aan de eisen van de atlas, qua afstanden tot woningen
Voldoen de voorzieningen aan de eisen van de atlas qua grootte (m2)
Voldoen de voorzieningen ook voor de gedachte doelgroep
Is in informele zin ook speelruimte aanwezig en voldoende veiligheid gewaarborgd (spelen op trottoirs bijv.)
Logisch gebruik
Is sprake van een goede verdeling van de voorzieningen,
Zijn de situeringen veilig en is de routing er naar toe veilig (m.n. speelplaatsen)
Zijn conflicten met verkeer goed opgelost
Zijn de voorzieningen sociaal veilig
Is er sprake van voldoende zitruimte voor ouders die toezicht houden
Is er in de buitenruimte nog voldoende ruimte voor spelaanleidingen
Keurmerk
Voldoen de toestellen en de plaatsing aan het Attractiebesluit.
Thema’s
1
2
3
4
5
6
7
8
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk Veilig
Wonen voor Nieuwbouw
Overige opmerkingen
Zijn witte vlekken aangewezen voor bewonersinitiatieven
Alert op problematiek rond ontstaan van ongewenste hangplek
6
Toetsing
21
Checklist
inrichtingsplannen
conform:
niet conform:
9. Groen
Normering
Is er voldoende groen opgenomen
Is het groen voldoende bruikbaar, geen verspippering en goed onderhoudbaar
Thema’s
Bomen
Is een duidelijke scheiding aangegeven in boomgrootte (1e, 2e, 3e grootte)
Is de kroondiameter afgestemd op de lokatie (afstand tot gevels,balkons) en conform afspraken op schaal getekend
Zijn de sortimenten geschikt voor de toepassing (straatboom, plantsoenboom (denk aan druipen, ziekten, vruchten)
Is rekening gehouden met voldoende boombescherming afhankelijk van standplaats
Zijn er geen conflicten ondergronds met riolering, kabels en leidingen
1
2
3
4
5
6
7
8
Gras
Is de keuze voor type maairegiem bepaald en afgestemd op de lokatie (woonomgeving, industrie)
Is het gekozen maairegiem ook op die lokatie onderhoudbaar en begrijpbaar
Beplanting
Voldoende gelet op
- ecologie
- sociale veiligheid
- vruchtdragende soorten (overlast)
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk Veilig
Wonen voor Nieuwbouw
Hagen
Klopt keuze beplanting bij haagtype (geschoren haag, losse haag )
Een- of tweezijdig knippen mogelijk
Is sprake van een duidelijke functie voor de haag of is het vooral sierelement
Overige opmerkingen
Zie voor detaillering Groenboek 5 Stadswerken
Is bij soortenkeuze rekening gehouden met zicht vanuit verkeersveiligheid
Beperken snippergroen in wijken, geen groensnippers op kruispunten
6
Toetsing
22
Checklist
inrichtingsplannen
conform:
niet conform:
10. Meubilair
Type meubilair
Voldoet alle meubilair aan de Atlas of handboek Straatmeubilair Stadswerken
Zijn nieuwe typen voorgesteld
Zijn de locaties logisch (bij fietsparkeren op ontwerp ook fietsen intekenen voor check ruimtegebruik)
Is hoeveelheid meubilair afgestemd op gebruik
Bij banken alert op overlast (hangplek)
Is bij situering rekening gehouden met bezonning, zicht etc.
Beheer
Gelet op voorkomen van vandalisme door uitgekiende lokatie, is sociale controle mogelijk
Toegankelijkheid
Is meubilair bruikbaar/ toegankelijk voor minder validen (denk o.a. aan visvlonders)
Zijn banken in een soort van route netwerk opgenomen richting voorzieningen
Is zithoogte van meubilair goed toegepast
Overige opmerkingen
Handboek Straatmeubilair Stadswerken en Atlas Leidsche Rijn
Bij banken alleen indien nodig afvalbak opnemen
Thema’s
1
2
3
4
5
6
7
8
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk Veilig
Wonen voor Nieuwbouw
6
Toetsing
23
Checklist
inrichtingsplannen
conform:
niet conform:
11. Toegankelijkheid
Vloerpeilen
Klopt de aansluiting op vloerpeil, let op optillen vloerpeil van woningen
Erfsituaties
Is op erfsituaties, waarbij geen onderscheid is in loopgedeelten, veiligheid gewaarborgd
Zijn obstakels gemarkeerd en/of duidelijk aangegeven of voelbaar
30 km/h gebied
Zijn op de hoeken bochtverlagingen toegepast en gemarkeerd
Zijn de looproutes helder en voorzien van speciale voorzieningen (banken) en markering
Zijn de oversteken logisch en volgen routes elkaar op, als hulpmiddel routeblad "wandelroute"
50 km/h gebied
Zijn op de kruisingen geleidelijnen en markering voorzien
Is een tussenstop (eiland) aangebracht of een zebra aanwezig
Is bij verkeerslichten een geluidsignaal aangebracht
Overige opmerkingen
Hellingen bij kunstwerken en overig maximaal 1:25
Zijn voorzieningen op een gelijkwaardige wijze bereikbaar voor minder validen
Hulpmiddel: routeblad tekenen met looproutes toegankelijkheid zie convenant toegankelijkheid
Zijn minder validen parkeerplaatsen aanwezig bij voorzieningen
Thema’s
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en hondenvoorzieningen
Groen
Meubilair
Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk Veilig
Wonen voor Nieuwbouw
Bronnen
• Atlas Openbare Ruimte Leidsche
Rijn
• Voetpaden voor iedereen Solgu en
BAT
• Politiekeurmerk Veilig Wonen
• Handboek Inrichting Openbare
Ruimte Stadswerken
• Groenboek 5 Stadswerken
• Leren van Beheren
• Handboek Straatmeubilair
Stadswerken
6
Toetsing
24
Checklist
inrichtingsplannen [1]
B
Checklist inrichtingsplannen openbare ruimte
12. Politiekeurmerk: beperkte toetslijst politiekeurmerk veilig wonen voor nieuwbouw
Van
toepassing
Nr.:
Omschrijving eis:
Stedenbouwkundige randvoorwaarden
S1
Woningdifferentiatie
- variatie naar woningen en doelgroepen
- homogene clusters woningen
S2 Bouwhoogte en schaal
- maximaal vijf bouwlagen, beperkte hoogte-accenten
- maximaal 20 woningen aaneengesloten in een rij
S3 Aansluiting op omliggende bebouwing
- herkenbare en aantrekkelijke entrees in het zicht van woningen
- bundelen van verkeersstromen
- max. 100 meter 'niemandsland' en het ontbreken van ruimtelijke
barrières
S4 Wijkontsluiting
- 1 - 2 ontsluitingen (<500 woningen)
- 2 - 4 ontsluitingen (> 500 woningen)
S5 Routes langzaam verkeer
Dag- en nachtroutes:
- in het zicht van bebouwing
- geen tunnels, viaducten en onderdoorgangen
- rolluiken
Dag, recreatieve of alternatieve routes
- geen schijnveiligheid
S6 Verkaveling en achterpaden
- achterpaden zijn overzichtelijk
S7 Recreatie en groen
- centraal (groen) gebied met gebruiksmogelijkheden
- verspreide, kleinere (groene) plekken voor o.a. spelen
S8 Voorzieningengebied
- voorzieningen veroorzaken geen overlast
- centrale ligging in het woongebied
- menging van functies
- minimaal 60% met woningen boven de voorzieningen
- voorzieningen die na sluitingstijd gebruikt worden liggen goed in
het zicht van woningen
- looproutes in het zicht van woningen
S9 Publiekstrekkende voorzieningen
- aan de rand van het woongebied
- ontsluiting vanaf wijkontsluitingswegen
- korte looproutes naar haltes openbaar vervoer
- bundelen van verkeerstromen (langzaam verkeer - autoverkeer)
S10 Wijk- of buurtcentrum
- centraal in het woongebied
- zicht vanuit de omliggende bebouwing
Basis
100%
Thema’s
Aavang
60%
Opmerkingen:
Datum:
1
2
3
4
5
6
7
8
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk
Veilig Wonen voor Nieuwbouw
6
Toetsing
25
Checklist
inrichtingsplannen [2]
Van
toepassing
Nr.:
Omschrijving eis:
Basis
100%
Aavang
60%
Opmerkingen:
Datum:
Openbare ruimte
Thema’s
O1
1
2
3
4
5
6
7
8
O2
O3
O4
O5
O6
O7
O8
O9
Openbare verlichting
- 16K, RA-waarde > 25 of
- S6 of S5, RA-waarde >60
- te allen tijde voor 5 jaar
- afstemming plaatsing bomen en lichtmasten
Parkeren in de open lucht
- parkeren op eigen erf en bezoekers in de nabijheid van de woning
of:
- parkeren op korte afstand van de woning, goed zicht op de
parkeerplaatsen, of:
- parkeerterreintjes van max. 20 plaatsen / in zicht van tenminste
2 woningen
- gecompartimenteerd terrein (20 plaatsen)
- zicht vanuit meerdere woningen
- verlichting met RA-waarde > 60
Openbare parkeergarage
- NEN 2443: openbaar, verlichting, goed doorzicht, voorkomen
dode hoeken, identificatie en bewegwijzering, goede afsluiting
Voorzieningen voor het stallen van fietsen
- voldoende stallingplaatsen (excl. privé-stallingsruimte); buurtstallingen,
fietskluizen, -rekken
- geen zichtbelemmerende obstakels
Tunnels en onderdoorgangen
- gecombineerde tunnel / onderdoorgang met zicht, of
- tunnel voor langzaam verkeer is 5m breed en 3m hoog
- rechtstand aan- en afvoerroute
- zicht op (toegangen) van de tunnel
- verlichting (12K)
- muren; lichte kleur en graffiti-coating
- wanden zijn vlak (geen nissen of toegangsdeuren)
- snelle vluchtwegen / flauwe hellingen
Haltes openbaar vervoer
- in het zicht van omliggende woningen
- geen zichtbelemmerende obstakels
- abri's zijn transparant en verlicht
Binnenterreinen
- zicht op de ingangen
- zicht op het binnenterrein
- afsluitbaar (te maken)
- gecompartimenteerd en ongeschikt voor voetbal/basketbal
Straatmeubilair
- spaarzaam toegepast
- combinatie van kleine voorzieningen
- in het zicht van minstens twee woningen
- banken staan > 15m van woningen
- bereikbaarheid voor diensten is gegarandeerd
Voorzieningen voor jongeren
- speelruimten voor alle leeftijden
- leeftijdsgroepen zijn gescheiden
- zicht op speelruimte voor jonge kinderen
- zitbanken voor toezichthoudende ouders
- ruimte voor sportieve activiteiten
- oudere jeugd ligt niet in zicht woningen, wel binnen invloedssfeer
- duurzaam, vandalismebestendig, beheerbaar
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk
Veilig Wonen voor Nieuwbouw
nvt
6
Toetsing
26
Checklist
inrichtingsplannen [3]
Van
toepassing
Nr.:
Omschrijving eis:
- bereikbaarheid hulpdiensten gegarandeerd
O10 Muren / vlakken / wanden; anti-graffiti
- (blinde) muren e.d. zijn afgeschermd (beplanting)
- of muren e.d. zijn voorzien van verfraaiing, coating of te reinigen
materiaal
O11 Beheerplan openbare ruimte en toezicht
- afspraken over een schone, hele en veilige omgeving
- procedures voor samenwerking en communicatie
- stimulerend (informeel) toezicht
- verwijderen graffiti
Kavels
K1
K2
K3
K4
K5
K6
Verkaveling en situering eengezinswoningen
- voorzijde en entree liggen in zicht
- vlakke voorgevel, geen nissen / inspringingen
- voor- of zijtuin
- achterzijde is privé
Verkaveling en situering woongebouwen
- voorzijde en entree liggen in zicht
- geen zichtbelemmerende obstakels
- korte en overzichtelijke toegangsroutes
- parkeerplaatsen gemakkelijk bereikbaar
Voor- en zijtuinen
- elke woning heeft een voortuin of terras over de volle breedte
van de woning
- functionele zijtuin
Achterpaden
- 1,5 meter breed
- recht
- oplossing Z, L, T of Z-varianten
- voorzien van (openbare) verlichting
- bij voorkeur doodlopend
- ontsluiting maximaal 10 woningen per zijde
- breder en afsluitbaar bij meer woningen
Erfafscheidingen
- 1,8 m hoge erfafscheidingen bij (hoek)woningen bij de toegang
van de wijk en langs (wijk)ontsluitingsroutes
- geen handgrepen voor overklimming
Complex van bergingen, schuren of privé-garages; situering en
verlichting
- complexen van maximaal 10
- toegangen in zicht van tenminste 2 woningen
- verlichting
Basis
100%
Aavang
60%
Opmerkingen:
Datum:
Thema’s
1
2
3
4
5
6
7
8
Openbare verlichting
Vuilcontainers
Kunstwerken
Water
Verkeer
Parkeren
Materialisatie Verhardingen
Speel- en
hondenvoorzieningen
9 Groen
10 Meubilair
11 Toegankelijkheid
12 Toetslijst Politiekeurmerk
Veilig Wonen voor Nieuwbouw
6
Toetsing
27
Colofon 2007
Opdrachtgever
Regiestaf Projectbureau Leidsche Rijn Utrecht
Redactie
Rob Hendriks, procesmanager Openbare Ruimte
leden Adviescommissie Openbare Ruimte
Vormgeving en tekeningen
Christine van Gemert, van Gemert Interieurarchitecten Amsterdam
CAD-groep, regiestaf Leidsche Rijn Utrecht
Amsterdam, januari 2007
Eindsamenstelling
Christine van Gemert, van Gemert Interieurarchitecten Amsterdam
Rob Hendriks, procesmanager Openbare Ruimte
Fotoverantwoording:
voorblad:
1 Beeldbank Leidsche Rijn, Gerrie Hurkmans
2 Rob Hendriks
3 CAD-groep, regiestaf Leidsche Rijn Utrecht
4 Rob Hendriks
inhoud:
1-4 Christine van Gemert
structuur:
1-4 Beeldbank Leidsche Rijn, Gerrie Hurkmans
stedenbouwkundige thema’s:
1-3 Rob Hendriks
4 Christine van Gemert
2-W-06 SeARCH, Iwan Baan
inrichtingsdetails:
1-4 Christine van Gemert
materialen:
1-4 Christine van Gemert
programma:
1-4 Christine van Gemert
diverse foto’s bij teksten Projectbureau Leidsche Rijn
checklist openbare ruimte:
1-4 Rob Hendriks
0
Colofon
Скачать